TONEEL Ifigeneia in Aulis

VAARWEL GELIEFDE LICHT

De Griekse toneeldichter Euripides (485-406 voor Christus) schreef Ifigeneia in Aulis in het jaar van zijn dood. Ifigeneia, de oudste dochter van Agamemnon en Klytaimnestra, een kind nog, misschien veertien, hoogstens zestien lentes jong, is onder het voorwendsel van een huwelijk met de Myrmidoonse prins Achilles naar de legerhaven Aulis gelokt. Daar ligt de Griekse vloot klaar om onder leiding van Agamemnon tegen Troje op te trekken, met als inzet het ongedaan maken van de ontvoering van Helena, Agamemnons schoonzus, door de Trojaanse prins Paris. Er is echter geen wind. De godin Artemis, die nog een appeltje met Agamemnon te schillen heeft omdat hij zich overmoedig en onbeschoft heeft gedragen tegen het godendom in het algemeen en tegen Hare Godheid in het bijzonder, eist in ruil voor oorlogswind een mensenoffer: vorst en generaal Agamemnon moet zijn dochter Ifigeneia slachten, zo is beslist en voorzegd.
Wat volgt is een heetgebakerde woordenwisseling en een satanisch spel van niet zeer crisisbestendige heren, waaruit Ifigeneia de schijnbaar onontkoombare conclusie trekt: ‘U hebt mij grootgebracht/ om Griekenland te redden/ Ik aanvaard de dood/ O fakkel van de dag/ schijnsel van Zeus/ een ander leven ander lot/ zal ik nu vinden/ Vaarwel geliefde licht.’ Het is de tegenstelling tussen het krachteloze mannengebonk en de moedeloze berusting van het kind, die Ifigeneia in Aulis, onlangs in première gebracht bij Toneelgroep Amsterdam, tot de wrede, eigenlijk verbijsterende tragedie maakt die ze is. Waarom, op grond waarvan maakt Ifigeneia de beslissende keuze? En hoe kan het dat haar omslag in verhoudingsgewijs zo korte tijd, en als je even niet oplet zelfs bijna tussen neus en lippen door lijkt plaats te vinden? Welke kolkstroom aan gedachten en emoties maakt zich van dat arme mensenkind meester? Waar komt toch die geheimzinnige kracht vandaan die mij iedere keer weer als ik Ifigineia in één zucht, één knak de fatale beslissing zie nemen, met dichtgeknepen keel doet toekijken en huiverend luisteren?
Het stuk lijkt geschreven in een stemming van tergend oplopende woede over de politieke chantage die tot die beslissing leidt. Het overgrote deel van het publiek dat de wereldpremière zag – de schrijver was toen al dood – kende het verhaal én de afloop overigens goed en moet de aandacht dus vooral gericht hebben op het verloop, iets dat in de 2413 jaar die zijn verstreken na die eerste voorstelling niet is veranderd.
De tekst van Euripides maakt het achterhalen van de motieven overigens niet eenvoudig. Van vertaler Gerard Koolschijn verneem ik dat het regeltje waarin Ifigeneia haar beslissing meedeelt ook nog eens op twee manieren kan worden vertaald: ‘Ik moet sterven, is besloten’ dan wel ‘Ik heb besloten om te sterven’. Blijft de vraag: waarom? Is het plichtsbesef? Een puberale natte droom over dé heldenrol van haar leven? Of beide tegelijk, gevoed door chauvinisme? Euripides laat dit raadsel binnen de tekst intact – goddank, zou hij zelf wellicht met bittere ironie hebben toegevoegd.
Karina Smulders’ Ifigeneia betreedt het speelvlak met ogen als opgetogen fonkelende briljanten, een vreugdeblik die bij het horen over het vuile spel dat hier wordt gespeeld snel verandert in de ultieme doodsschrik van het konijn in stroperslicht. Maar daartussen zit iets anders. Een enorm hoog oplopende woordenwisseling tussen moeder Klytaimnestra en de gedoodverfde bruidegom, nu ridder-te-voet-en-redder-van-niks Achilles, doet Smulders’ Ifigeneia besluiten om die kijvende volwassenen en hun reddend-zwemmen-teksten de mond te snoeren. Noem het intuïtie, toeval, subliem spelersinstinct of van dat alles een beetje (of veel), deze Ifigeneia start haar beslissing met: ‘En nu even allemaal je grote bek houden en luisteren!’ Beginnen bij zoiets huiselijks als: ik word gek van ruzie, vervolgens verbaasd opkijken dat iedereen stilvalt, en daarna van de doodsschrik toe bouwen naar de dood… je moet er maar opkomen. Je moet het ook kunnen. De avond dat ik de voorstelling zag lúkte het en ik hield mijn adem in. Ik moet eerlijk zeggen: ik was er die avond langzamerhand hard aan toe ook.
(wordt vervolgd)

Nog tot eind november, daarna weer vanaf 9 januari. www.toneelgroepamsterdam.nl