Vaarwelkom

In de haven van Scheveningen is een nieuw theater in aanbouw. Reusachtige blokken beton zijn er op elkaar gestapeld op een mistroostig terreintje – zo’n omgeving waar in films altijd drugdeals plaatsvinden en hoofdrolspelers in loodsen zitten vastgebonden.

Het theater zou tijdelijk onderdak gaan bieden aan het Nederlandse Danstheater en het Residentie Orkest, als in het Haagse centrum het cultuurpaleis Spuiforum zou verrijzen. De kaartverkoop voor het Zuiderstrandtheater is al gestart, maar in de collegeonderhandelingen is het Spuiforum gesneuveld, waardoor nu ook de bouw van dat haventheatertje stil ligt en die betonblokken lijken op de bouwsels die ik zelf elke avond in de woonkamer afbreek. De kinderen zijn aan iets begonnen, maar kregen plotseling een ander plan, of ruzie.

Ervóór staat een soort aluminium toegangspoort, met brievenbussen ernaast waar al decennialang geen postbode meer is langs geweest. Iets verderop een lange schutting met de tekst ‘antieke bouwmaterialen’, en daarnaast een terreintje met verroeste houtkachels, caravanwrakken, een onthoofde tuinkabouter. Langs het water staan donkere letters, zo hoog als vrachtwagens, tegen een hemelsblauwe achtergrond. Samen vormen ze het woord: VAARWELKOM.

Het woord staat precies op het verlaten blokkenbouwsel gericht. Hoewel het er al jaren staat, is het nooit zo van toepassing geweest als nu. Vaarwelkom, theatertje, want de haven weet niet of ze nu definitief afscheid van je neemt of dat je je hier toch zult vestigen. Vaarwelkom: de uitkomst van jarenlang politiek touwtrekken. Niemand die het nog weet.

Het Nederlands Danstheater wilde hier liever niet heen. Wat moet zo’n internationaal topgezelschap in zo’n rare uithoek? Zo verlies je grote danstalenten aan het buitenland, en als dat een paar jaar aanhoudt, dan is de continuïteit weg, en kan het ineens met je gedaan zijn. Artistieke processen zijn extreem kwetsbaar. Dat begrijpen politici doorgaans niet. Die denken dat een danstheater zoiets is als een bedrijf, waarvan je de productie eventjes naar een lege scheepsloods kunt verplaatsen.

Even verderop eet ik een broodje makreel bij een viskraam. Er komt een man aanlopen die met de visboer aan de praat raakt.

‘Hebbie nog een harinkje voor me, Nico?’

‘Met wat d’r op?’

‘Ja met ui.’ (Of ei. In het Haags duid je allebei die ingrediënten aan met dezelfde è-klank).

‘Het komt d’r niet, hè?’

‘Èkels’, zegt de visboer. En de klant herhaalt, met instemming: ‘èkels’. Daarmee is alles gezegd

‘Die schoenendoos bedoel je?’

Ik ben altijd jaloers geweest op mensen die met visboeren, bakkers en fietsenmakers praatjes kunnen aanknopen alsof ze al heel lang bevriend zijn.

‘Ja, die schoenendoos.’

‘Moeten we nog maar afwachten. Morgen kan het weer anders zijn. Hebben de hoge heren weer wat nieuws bedacht.’

Vlak bij die vaarwelkom-muur had ik een verkeersbord gezien: een afbeelding van een stropdas in een rode cirkel. Volgens sommigen is Den Haag verdeeld tussen het platte ‘veen’ en het deftige ‘zand’, maar die indeling is te grof. We bevinden ons hier overduidelijk op het zand, maar het is ook de plek waar tussen de kleine straatjes nu al de plastic oranje vlaggetjes klapperen in de wind. Het is ook de plek waar laatst een man tegen het NOS Journaal vertelde dat als ze hier komen ‘met hun boerka’s en hun kamelen’, hij hun ruiten in zal gooien. Vaarwelkom, vreemdeling.

Naast kamelen en stropdassen zijn ook theaters en concertzalen niet geliefd in Duindorp. De bewoners waren even fel tegen het Zuiderstrandtheater als dat de rest van de stad tegen het Spuiforum was. Officieel vreesden ze voor verkeersoverlast. En toen de gemeente beloofde dat er pendelbussen kwamen en een reusachtig parkeerterrein verlegden ze dat argument: nee, het theater zal voor parkeeroverlast zorgen, want op dat parkeerterrein wordt het betaald parkeren, dus komen al die concertmensen hun leasebakken parkeren onder hun oranje vlaggetjes.

Vaarwelkom, hoge cultuur. Dit is het dorp waar de _Oh oh Cherso-_sterren wonen. Dit is Barbie-town. Die mensen moet je niet lastigvallen met moderne dans en klassieke muziek.

Vaarwelkom, Spuiforum. Want ook dat is dubbelzinnig. Er moet nu een nieuw ontwerp voor komen, al blijft het pakket van eisen gelijk, net als het budget. Het komt er dus toch, maar anders, en in elk geval later. Of misschien ook wel helemaal niet. Want uitstel is een soort van afstel, zoals weggaan een soort van blijven is. Vaarwelkom. Ik ben altijd tegen het Spuiforum geweest – tweehonderd miljoen aan een onnodig gebouw uitgeven terwijl je stevig kort op cultuursubsidies is onverantwoord – maar of ik hier blij mee moet zijn? De stroperige politieke besluitvorming heeft vooralsnog alleen deze half gebouwde blokkentoren opgeleverd.

‘Èkels’, zegt de visboer. En de klant herhaalt, met instemming: ‘èkels’. Daarmee is alles gezegd.

Als ik wegfiets, valt me een regel van Slauerhoff in: ‘Alleen de havens zijn ons trouw.’ Zelfs dat is niet langer waar. Ik kijk nog een keer achterom en lees het woord: VAARWELKOM.