KUNST

Vaatwerk

Twee jaar geleden beet een commissie – pardon: ‘Regieorgaan’ – onder voorzitterschap van Elco Brinkman de tanden stuk op ‘de toekomst van het kunstvakonderwijs’.

Daar moest iets gebeuren, vond men: het kunstvakonderwijs telde toen twintigduizend studenten (vier procent van het hbo); elk jaar kwamen er zo’n vijftien­honderd nieuwe dansers, jazzzangeressen, designers, filmers, scenarioschrijvers en beeldend kunstenaars op de markt. Was dat eigenlijk niet een beetje te veel van het goede, zeker nu de vraagzijde (de kunstmarkt, de musea, de theaters, de orkesten) toch al zo onder druk staat? Waren al die opleidingen niet te veel met massa bezig, en minder met kwaliteit? Tweewerf ja; maar hoe die opleidingen zich dan zouden moeten reorganiseren, daar kwamen Brinkman cs niet uit, evenmin als de commissies-Veerman en -Dijkgraaf. De hbo-koepel dacht dat zelf beter te kunnen regelen. Waarna er, zoals gebruikelijk, weinig gebeurde.

Toch zit er inmiddels beweging in dat onderwijs. Een aantal scholen werkt al samen, zoekend naar meer variatie en specialisatie, iedereen heeft het over ‘ondernemerschap’ en overal valt het woord ‘excellence’, wat dat ook precies moge zijn. (Brinkman suggereerde dat ook al: liever één heel goede school dan twee gewone.) Op de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, nog altijd een van de vlaggenschepen van de sector, worden sommige afdelingen ‘versmald’ – laten minder leerlingen toe – ten gunste van andere. Ondertussen staan er toch elk jaar weer duizend-plus nieuwe kunstenaars op straat.

Bijna per traditie maakt de Amsterdamse galerie Ron Mandos een snelle selectie (een duivelse klus, dus) uit de beste afgestudeerden van de Rietveld, de Koninklijke Academie Den Haag, de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, ArtEZ Arnhem, de academie Sint-Joost Den Bosch/Breda en de Academie Minerva, Groningen. Dit jaar zat er ook een student van de Toneelschool Maastricht bij, Dennis Vanderbroeck, die zichzelf in stemmige kleuren schildert en zich hult in merkwaardige gewaden, die ergens tussen kledij, tuinmeubelen, kampeertenten en theaterkostuums in zitten. Hij doet er performances mee. Chapeau.

De tentoonstelling geeft een scheef beeld van het aanbod, natuurlijk; wat je er ook uit kunt lezen is de precaire situatie van de galeriesector zelf, waar elk dubbeltje uit de experimentenpot drie keer moet worden omgedraaid. De aanwezigheid van zo’n exoot als Vanderbroeck is bepaald moedig.

Mandos heeft ook Eamonn Hartnett in de rij, gelauwerd door de Rietveld zelf als een van de beste afstudeerders, dit jaar, en ook dat is geen gemakkelijk verkoopbare kunst. Hartnett belegt in een kleine ruimte primitief-religieuze seances, waarbij hij kleine zand­mandala’s maakt, in z’n blootje rommelt met oeroud vaatwerk, maar ook een stevige sm-kooi inzet. Ze zijn betoverend en intens, die voorstellingen; ik waande me even in Australië, of Ierland.

Makkelijker verkoopbaar zijn de mooie pastel­tekeningen van Aleks William Hill, van vallende kosmonauten, en de realistisch geschilderde scènes van Stéphanie Hoekstra, die als schilderij zijn doorontwikkeld uit opgewekte foto’s van het dagelijks leven in een café, bij de laptop. Door het laten verdwijnen van delen van de scène en het voorzichtig re-construeren van de figuren in het ensemble ontstaat er een aardig niveau van raadselachtigheid. Echte overrompelende uitblinkers vond ik er niet tussen zitten, met alle respect, maar het lijkt me niettemin goed een oogje te houden op de beeldhouwster Hanae Wilke, die niet bang is voor een groot ding-in-de-ruimte, en een fijn gevoel heeft voor afwisseling van materiaal en kleur, en op de videomaakster Sascha Landshoff, wiens veeldelig werkje over het slachten van dieren The Trout, the Rooster and the Lamb zodanig raar was dat ik er maar weinig van begreep. Altijd een goed teken.

Best of Graduates 2013. Ron Mandos Gallery, Prinsengracht 282, Amsterdam (woensdag-zaterdag, 12.00-18.00 uur). ronmandos.nl