Islam in het Westen. Eigen cultuur eerst

Vacatures op rechts

Zwitsers verschuilen zich het liefst achter de bergen, Britten blijven beleefd. Elk land kampt met zijn eigen islamdebat, blijkt uit een rondgang.

ZWEDEN ZIET ZICHZELF graag als gidsland. Maar in één opzicht hobbelt het land toch achter de rest van Europa aan: het heeft (nog steeds) geen rechtse, anti-immigratiepartij in het parlement. Denemarken heeft de Volkspartij, Noorwegen de Vooruitgangspartij en Nederland natuurlijk de Partij voor de Vrijheid. Maar Zweden ziet zichzelf een beetje zoals Nederland vóór Pim Fortuyn: liberaal, tolerant en niet te veel praten over de mogelijke problemen van de multiculturele samenleving. Ondertussen tikt een tijdbom, want alle ingrediënten voor een succesvolle rechtse partij zijn aanwezig: een grote en dure publieke sector, relatief veel immigranten en een sluimerende discussie over de islam.
Zondag 19 september zijn er verkiezingen. Dikke kans dat de rechtse Zweedse Democraten (anti-immigratie, anti-islam, pro-familie, pro-Zweeds) voor het eerst de kiesdrempel halen. Geholpen door een controversieel campagnefilmpje: een gepensioneerde mevrouw die omvergelopen wordt door een horde boerka’s op weg naar hun uitkering. Wat kies je, een stop op pensioenen of een stop op immigratie?
En daarmee zou Zweden zich schikken naar het beeld dat al lang zichtbaar is in de rest van het Westen. Er is niet één oorzaak, eerder een samenstel van verklaringen: toenemende immigratie, stagnerende economie, problemen met integratie, het falen van bestaande partijen om een antwoord te formuleren en meer of minder charismatische politieke leiders die hierop inspringen.
Iedereen worstelt met immigratie en de invloed van de islam, overal krijgen partijen en bewegingen die hierop inspelen vaste voet aan de grond en hoewel de oorzaken verschillen en het debat in alle landen een eigen karakter heeft maakt een rondgang één ding heel duidelijk: het draait om het behoud van nationale identiteit.

Het echte Amerika
is geen immigratieland
Even kort door de bocht: echte Amerikanen zijn blank en (zeer) christelijk, bij voorkeur protestant. Van de intellectuele betweters van de betere universiteiten willen zij niets weten. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving. Alternatieve levensstijlen zijn verdacht, abortus is slecht. De ‘Ground Zero mosque’ is het begin van de islamisering van Amerika.
Het behoud van 'het echte Amerika’ gaat over het heart land versus de kuststaten, de gewone man versus de elite, religieus versus seculier. En over immigratie en islamisering, ook al hebben de zeven miljoen moslims in Amerika (iets meer dan twee procent op een totale bevolking van 310 miljoen) geen noemenswaardige invloed op de cultuur, in tegenstelling tot de vijftien procent latino’s.
Toch spelen vooraanstaande Republikeinse politici in op anti-islamsentimenten. En omdat het in het zwaar gepolariseerde politieke debat loont om extreme uitspraken te doen, leidt dit tot een oneindige lijst aan klinkklare nonsens. Zoals de opmerking van voormalig Speaker of the House Newt Gingrich, die treurig genoeg door velen als een van de intellectuelen van de Republikeinse Partij wordt gezien, dat een moskee naast Ground Zero hetzelfde is als een naziprotest naast het Holocaust Museum. Het is in Amerika’s tweepartijenstelsel zaak om de eigen, fanatieke basis te enthousiasmeren - ook al omdat dit de meeste campagnedonaties oplevert.
En harde uitspraken over islam en immigratie zijn nu eenmaal het speelveld van de Republikeinen. Zeker, de Democraten uit staten en kiesdistricten in het Zuiden en Midwesten met een conservatieve achterban zullen populisme niet zo snel veroordelen als bijvoorbeeld de huidige Speaker of the House Nancy Pelosi uit het liberale San Francisco, maar de Republikeinse Partij is beter in staat het debat te 'framen’. Het werkt nog ook. Een recente Newsweek-peiling toonde aan dat 52 procent van de Republikeinen gelooft dat het 'absoluut waar’ of 'waarschijnlijk waar’ is dat 'Barack Obama sympathiseert met de doelen van islamitische fundamentalisten die de wereld islamitische wetten willen opleggen’. Met hun harde retoriek over islamisering en illegale immigratie verhullen de Republieken handig dat ze geen antwoord hebben op de economische crisis.
Natuurlijk zijn de angsten voor immigratie en islamisering in zekere zin echt en oprecht. Een groot deel van de blanke bevolking is hoogst oncomfortabel bij het idee dat ze straks - puur vanuit demografisch oogpunt gezien - niet meer de meerderheid van het land vormt. Prognoses hierover lopen uiteen, maar gezien het hogere geboortecijfer onder de latino-bevolking en de aanhoudende toestroom van immigranten uit Latijns-Amerikaanse landen zullen de hispanics in de loop van deze eeuw, vermoedelijk ergens tussen 2040 en 2060, de grootste bevolkingsgroep zijn. In steden als Miami en San Diego, waar de hispanic-bevolking al in de meerderheid is, voelt de cultuur anders dan waar ook in de VS.
Rechts kaapt dat debat, met kretologie. 'Criminele immigranten het land uit’ klinkt nu eenmaal beter dan 'een geleidelijk pad naar burgerschap introduceren’. Het argument dat immigranten zich tot nog toe probleemloos hebben geschikt naar democratie, kapitalisme en het streven naar de Amerikaanse droom wordt steeds minder gehoord. Voor rechts is Amerika geen immigratieland meer.

Zwitsers ergeren
zich aan rijke Arabieren
Het is, volgens velen, symboolpolitiek in optima forma: het Zwitserse verbod op het bouwen van minaretten. Maar het is niet alleen symbool voor een tamelijk zinloze maatregel; het is ook een treffende illustratie van de Zwitserse wens om afzijdig te blijven van het wereldgebeuren, veilig boven op hun berg. Een soort Alpenpopulisme.
Zwitserland heeft ongeveer 150 moskeeën, waarvan het grootste deel zogeheten schuilmoskeeën zijn, verborgen in kantoor- en winkelpanden of garages. Er staan maar vier minaretten in het land, dus waar hebben ze het over, zou je denken. Toch stemde 57,5 procent van de bevolking voor een verbod, aangewakkerd door een stevige campagne van de anti-EU en anti-immigratie Swiss People Party (svp), inmiddels de grootste partij van het land. De svp speelt succesvol in op ongenoegen en angst over de islam en moslims.
Anders dan in Nederland gaat dit echter niet over onbehagen over criminaliteit of minderheden als sociale onderklasse. 'Het komt hier uit een andere hoek dan in Nederland. Hier zijn het vooral de rijke Arabieren in Genève die voor irritatie zorgen’, zegt fiscaal jurist Marcus Mens, expat in Lausanne. Het verbod op minaretten werd geboren uit gedoe rond die zoon van Kadafi. Hannibal zou zijn huishoudelijk personeel mishandeld hebben, werd opgepakt en eiste op hoge toon een vergoeding. Daar houden de gezagsgetrouwe Zwitsers niet van. 'Zwitsers ergeren zich al langer aan het gedrag van de rijke Arabieren. Ze doen wat ze willen en trekken zich niets aan van de regels van het land.’
De vraag is wat ermee bereikt wordt. 'Door dit verbod voelen moslims zich hier buiten de samenleving gesteld en zullen ze wellicht eerder radicaliseren. Daarnaast wordt Zwitserland nu ook als doelwit gezien door extremistische netwerken’, zegt student internationale betrekkingen Matthias Wunderli. Dat deert de svp allemaal niet. Een nieuwe campagne is gestart. Op 26 september draait het om een herziening van het arbeidsrecht. Grote posters roepen op om 'het misbruik te stoppen’, want 'steeds meer buitenlanders komen naar Zwitserland om van onze sociale zekerheid te profiteren’.

Roma zijn de nieuwe
zondebok in Frankrijk
Twee doden waren de aanleiding voor de toespraak van president Nicolas Sarkozy. Op 19 juli bestormde een groep van veertig Roma met bijlen en ijzeren staven een politiebureau in het Loire-stadje Saint-Aignan, uit wraak voor de dood van de 22-jarige zigeuner Luigi. Een week later was de Zuid-Franse stad Grenoble het toneel van zeer gewelddadige rellen, als reactie op de dood van de 27-jarige Karim Boudouda. Sarkozy reageerde: honderden illegale zigeunerkampen en illegaal in Frankrijk verblijvende Roma zouden zonder pardon de grens over worden gezet, en in een toespraak in Grenoble kondigde hij aan dat immigranten die het hadden voorzien op het leven van dienaren van de openbare orde de Franse nationaliteit zouden verliezen. De formele verontwaardiging was enorm, maar de publieke opinie steunt in grote meerderheid Sarkozy’s harde aanpak van zigeuners en criminele immigranten.
Marine Le Pen, vice-voorzitter van het Front National, doorzag de manoeuvre van Sarkozy onmiddellijk: 'Opnieuw kiest Sarkozy voor de lijn van het FN.’ Dat is niets te veel gezegd, want onmiskenbaar vist Sarkozy in hetzelfde troebele water waaruit het FN al decennialang zijn electorale successen opdiept. Dat deed hij als minister van Binnenlandse Zaken, hij deed het tijdens de verkiezingscampagne van 2007 en nu als president - met het voorstaan van een harde aanpak, het boerkaverbod maar ook door het aanzwengelen van een 'brede maatschappelijke discussie’ over 'de Nationale identiteit’. Al snel verwerd de discussie over Nationale identiteit tot een debat over de islam in Frankrijk, inclusief alle excessen. Opvallend, want de islam heeft een lange traditie in Frankrijk en traditioneel onderhoudt Parijs nauwe banden met de Arabische wereld.
Maar het had een averechts effect. Het debat ontspoorde, nooit eerder waren vader en dochter Le Pen zo prominent aanwezig in de publieke arena. Het Front National herrees als een feniks uit de as. Sarkozy, en met hem andere politici, heeft sindsdien zijn blik verlegd. De aandacht is verschoven naar de Roma en de Franse moslimgemeenschap haalt opgelucht adem. Zo bleek wel uit de 'sms van een bevriende moslim’ die defensieminister Hervé Morin twee weken geleden voorlas op het congres van zijn partij Nouveau Centre: 'Na vijftig jaar van trouwe dienst als zondebok voor al hetgeen er in Frankrijk mis is, draagt de Fransman van Arabische afkomst, waaronder dus ook ik, het stokje over aan de zigeuners. Daar zijn we zeer trots op, maar, we moeten eerlijk zijn, ook enigszins opgelucht over. Ik hoop dat de zigeuners op waardige wijze met deze kostbare erfenis zullen omspringen. Veel succes gewenst.’

Britten doen
niet aan islam-bashing
Kritiek ligt gevoelig en over het onderwerp spreken de Britten net zo moeizaam als over seks. 'We weten niet hoe we over immigratie moeten praten. Wanneer je het tijdens een etentje te berde brengt, word je meteen uitgemaakt voor rechtse mafketel’, zei Richard Bean, schrijver van het toneelstuk English People Very Nice, een satire over de geschiedenis van Engeland als immigratieland.
In het afgelopen decennium is immigratie flink toegenomen in Engeland. Het bedrijfsleven vond het enorme aanbod van gemotiveerde arbeidskrachten prachtig, terwijl de regerende Labour Partij, geplaagd door een pathologische schaamte over het koloniale verleden, hiermee haar multiculturele ideaal kon tonen. Het leek mooier dan het was, gaven ook Labour-politici aan het einde van de rit toe. In plaats van een bruisend multiculturalisme hadden de verschillende bevolkingsgroepen een lat-relatie met elkaar opgebouwd.
Irritatie bij de autochtone Britten richt zich vooral op de autoriteiten wanneer die positieve discriminatie en politieke correctheid als wapens inzetten om tot een maakbare multiculturele samenleving te komen. Sommige scholen verbieden kinderen broodjes met ontbijtspek mee te nemen uit empathie met islamitische klasgenootjes.
De radicale islam, in Engeland sterk aanwezig, vormt een lastig bijproduct van de immigratie en bezorgt de twee miljoen 'gewone’ moslims een slechte naam. Londen wordt gezien als publiciteitsafdeling van al-Qaeda. Het is een plaats waar mensen prima anoniem kunnen leven, de verzorgingsstaat ruimhartig is (de radicale imam Abu Hamza kreeg zoveel uitkeringen dat hij naast een minister kon wonen), uitzetting vrijwel onmogelijk is en de politie de straat afzet zodat radicale imams rustig haat kunnen zaaien.
Om het in te kapselen steunt de overheid gematigde moslimbewegingen en wordt geprobeerd moslimextremisten niet onnodig tegen het hoofd te stoten. Het verbranden van korans is ondenkbaar. En geen van de gevestigde politieke partijen wil electoraal gewin halen uit de islamitische problematiek. Alleen voor de nationaal-socialistische bnp en in mindere mate de ukip is het een stokpaardje, maar die krijgen geen voet aan de grond. bnp-leider Nick Griffin is, ondanks zijn Cambridge-achtergrond, niet bijster intelligent, komt niet goed uit zijn woorden en omringt zich met kleerkasten, waarvan sommigen in militaire uniformen lopen die ze op de rommelmarkt hebben gekocht. Wilders noemde hem een racist en moet niets van hem hebben. Wel zijn er individuele politici binnen de gevestigde partijen die zich ontpoppen als neefjes van Wilders, zoals Philip Hollobone, die pleitte voor een boerkaverbod.
Maar wat is Brits tegenwoordig? Onbehagen over het aantal immigranten en de dreiging van de radicale islam maken deel uit van een bredere identiteitscrisis. Burgers koesteren een groeiende afkeer van politici. 'We live in a state of emergency and we are getting angrier’, constateerde filosoof David Selbourne.
Deze stille volkswoede uit zich niet in een Partij voor de Vrijheid, noch in een Tea Party. De Britten drinken thee om de kalmte te bewaren.

Duitsers hebben
een vacature op rechts
Deutschland sucht den Superstar, heet de populaire Duitse variant op Idols en X Factor. Vervang 'superstar’ door 'rechts-populist’ en je hebt een aardige samenvatting van het recente publieke debat. Er is een vacature in de Duitse politiek.
Nog niet zo heel lang geleden waren de Duitse christen-democraten meester in het inkapselen van rechtse sentimenten. Binnen de partij was ooit zelfs plaats voor hele en halve nationaal-socialisten, maar dat is tegenwoordig ondenkbaar. Onder leiding van Angela Merkel heeft de cdu een middenkoers ingeslagen. Ze heeft afgerekend met conservatieve partijbaronnen. Parlementariër Erika Steinbach, in opspraak geraakt na uitspraken over de Tweede Wereldoorlog, werd uit de partij gegooid. En afgelopen week werd ook de Berlijnse christen-democraat Rene Stadtkewitz gedwongen zijn lidmaatschap op te zeggen. Officiële reden: zijn plannen een eigen partij op te richten. Officieus: zijn sympathie voor Geert Wilders. Stadtkewitz liet het er niet bij zitten en zal bij de Berlijnse deelstaatverkiezingen volgend jaar aantreden met een nieuwe partij. 'Die Freiheit, zal het sterk op Wilders’ pvv georiënteerde, rechtse alternatief voor de cdu gaan heten. Kort en goed: de Duitse christen-democraten kampen met een lekke rechterflank.
Wordt het de afgetreden Bundesbank-bestuurder en immigratie-criticus Thilo Sarrazin? Ex-cdu'er Stadtkewitz misschien? Of toch een ander wellicht, een teleurgestelde christen-democraat met meer charisma en statuur dan de hoekige Stadtkewitz of de ietwat pedante, elitaire Sarrazin? Veel deskundigen houden het op dat laatste. Maar dat het een kwestie van tijd is voordat ook Duitsland een anti-islamitische partij krijgt, daarvan zijn steeds meer mensen overtuigd. Het gat is aanzienlijk. Uit een peiling in opdracht van Bild am Sonntag bleek dat achttien procent van de Duitsers zich kon voorstellen op een partij te stemmen met Sarrazin als voorzitter.
Veel meer dan zijn buitenlandse geestverwanten legt Sarrazin de nadruk op bevolkingspolitiek. Natuurlijk, ook Wilders waarschuwt voor de gevolgen van de komst van miljoenen moslims naar Europa. Maar Sarrazin gaat verder. Hij rekent tot achter de komma voor hoe snel laagopgeleide moslims en hoe langzaam hoogopgeleide Duitsers zich reproduceren, als een controller in dienst van de BV Duitsland.
Of Sarrazin electoraal aantrekkelijk is blijft vooralsnog de vraag. De Duitsers zoeken voor de vacature een persoon met affiniteit met de politieke en mediale elite. Iemand die al een podium heeft dus, wiens geluid niet eenvoudig genegeerd kan worden. Hij of zij appelleert aan de vele angsten van de Duitsers: voor de vergrijzing, voor de bevolkingskrimp, voor Überfremdung, maatschappelijke tweedeling en statusverlies. En natuurlijk moet de kandidaat, zeer belangrijk in Duitsland, van onberispelijk gedrag zijn. Geen banden dus met traditioneel extreem-rechts. En in godsnaam niet over de oorlog beginnen.

Aan dit artikel werkten mee: Liesbeth Beneder, Mars van Grunsven, Koen Haegens, Mariëtte Hummel, Marijn Kruk en Patrick van IJzendoorn