Vaclav klaus

‘In mijn woordenboek komt het begrip sociaal niet voor’, zei hij ooit. De rivaal van Havel laat zich graag voorstaan op zijn thatcheristische inslag. Maar kenners omschrijven de Tsjechische premier liever als een bolsjevistische kapitalist. Portret van de Praagse pitbull.

ALS HET TSJECHISCHE staatshoofd Vaclav Havel op 13 maart in de Grote Kerk te Vlaardingen uit handen van premier Kok de Geuzenpenning in ontvangst zal nemen en vervolgens, in het aangezicht van Hare Majesteit, weer mooie woorden zal spreken over politieke moraal en democratie, over de rechten van de mens en een samenleving van burgers, dan zal dat minstens een man in Praag worst zijn: premier Vaclav Klaus. Wat hem betreft mag Vaclav Havel in het buitenland het filosoferend geweten van het anti-autoritarisme en het moreel symbool van het postcommunisme uithangen. De Tsjechische Republiek, zoals die sinds de zogenaamde fluwelen revolutie voorspoedig reilt en zeilt, is Vaclav Klaus’ hoogsteigen schepping en eigendom. Dat wil hij weten en dat moet ook het staatshoofd weten.
Aan de Moldau heerst politieke kilte. De vooroorlogse tijden lijken weergekeerd, de tijden dat er sprake was van een voortdurende worsteling tussen de Burcht - de zetel van president Tomas G. Masaryk - en de parlementariers aan de overkant van de rivier onder aanvoering van de conservatieve nationalist Karel Kramar. Toen, tussen 1918 en 1939, behield de ‘camarilla’ op de Burcht de overhand dank zij politieke banden met vooraanstaande partijpolitici. Thans trekt de conservatieve regeringsleider Klaus aan het hoofd van een economisch-technocratische coterie aan de touwtjes, omdat staatshoofd Havel een (partij)politieke basis ontbeert. Het begrip 'machtsstrijd’ is te ruim om de botsingen tussen Klaus en Havel te kenschetsen, omdat het primaat van de regering feitelijk vaststaat en de macht van de president constitutioneel beperkt is. Maar zeker is er sprake van een tweespalt die soms grimmige trekjes aanneemt. Voorbij lijkt de tijd dat Havel tegen Der Spiegel kon zeggen: 'Ik geloof dat we elkaar zeer goed aanvullen. Onze doelstellingen en idealen stemmen over het algemeen overeen. We leggen alleen wat verschillende accenten.’ (1992)
De premier laat niet na de president herhaaldelijk de plaats te wijzen waar hij volgens hem hoort: op de tweede rang. Soms bijt de president van zich af om zijn plekje onder de politieke zon te verdedigen, maar beleefd en schuchter als hij is, legt hij het steeds weer af tegen de arrogantie en het cynisme van de premier. Zoals met kerstmis, toen Havel in zijn zondagse radiopraatje liet weten: 'Ik zal aandacht besteden aan wat ik wil, ik zal commentaar leveren op wat ik wil. Ik zal energieker dan voorheen optreden.’ Binnen drie dagen beantwoordde Klaus deze 'oorlogsverklaring’ door het parlement te laten terugkeren van kerstreces. Dat nam vervolgens twee wetsontwerpen aan waartegen Havel, gebruikmakend van zijn grondwettelijk recht, zijn veto had uitgesproken.
Soms gaat het minder procedureel toe, lijkt het meer op een vorm van schofferen. Vorig jaar bijvoorbeeld was Havel aan de beurt om de jaarlijkse bijeenkomst te beleggen van zeven Middeneuropese staatshoofden, onder wie de afscheid nemende Von Weizsacker. Klaus, regeringsleider van het gastland, liet weten op deze presidentiele top geen acte de presence te geven omdat hij het te druk had met lopende zaken.
VACLAV KLAUS (53) is een eigengereid man met autoritaire trekken, zeer overtuigd van zijn eigen gelijk. Ooit zou hij tegen een Engelse journalist hebben gezegd: 'Ik heb maar een fout en die is dat ik altijd gelijk heb.’ Om deze uitspraak te staven kan hij wijzen op de ontwikkeling die aanvankelijk de federale republiek Tsjechoslowakije, en sinds 1993 de Tsjechische Republiek, onder zijn leiding heeft doorgemaakt. Hij is de bedenker en uitvoerder van het Tsjechische Wirtschaftswunder. Zonder de crisisachtige verschijnselen die andere voormalige communistische landen kennen, heeft hij de omschakeling van commando-economie naar kapitalistische vrije-markteconomie tot stand gebracht, waarbij een wonderbaarlijk laag werkloosheidspercentage (nog geen drie procent) gepaard gaat met een inflatie van nauwelijks tien procent, een sluitende staatsbegroting en een overschot op de betalingsbalans. In korte tijd heeft hij een voorheen niet bestaande particuliere middenstand uit de grond gestampt en een particulier bedrijfsleven gecreeerd met behulp van een onconventionele vorm van privatisering, waarbij elke staatsburger boven de achttien jaar in staat werd gesteld tegen een gering bedrag aandelen te vergaren. (Bij dit succes moet wel worden bedacht dat Tsjechoslowakije binnen het Oostblok relatief het welvarendste land was, dat vooral het Tsjechische deel een goed gekwalificeerde industrie had, dat het land bijna geen buitenlandse schulden had en over omvangrijke particuliere spaargelden beschikte.)
Nadat Klaus de 'fluwelen scheiding’ tussen de Tsjechische Republiek en Slowakije tegen de wil van het merendeel van de bevolking mede tot stand had gebracht waardoor Tsjechie niet meer aan de voormalige Sovjetunie grenst, behoort zijn land meer dan ooit tevoren tot West-Europa. Ook gezien de politiek-ideologische constellatie. Andere voormalige Oostblok-landen worden weer geregeerd door linkse partijen met een communistisch verleden - een mogelijkheid die in de Tsjechische Republiek uitgesloten lijkt, gezien de regelmatige opiniepeilingen.
VOLGENS KLAUS is het land dat hij bestuurt 'een eiland in een zee van twijfelachtige terugkeer van onloochenbaar links georienteerde regeringen’. Waarom ik conservatief ben heet het boekje dat hij in 1992 liet verschijnen. Want liberaal in economische of politieke zin is Vaclav Klaus allerminst. Zijn politieke idool is Margaret Thatcher, een relatie die een Engelse krant eens samenvatte als 'incestueus’. Zijn leidraad is het macro-economische gedachtengoed van de neo-conservatieve profeten Milton Friedman en Friedrich August von Hayek, wier leerstellingen hij aan het eind van de jaren zestig als student in Italie en Amerika ontdekte.
Von Hayek vatte zijn opvattingen in 1979 - kort voordat hij optrad als raadgever van Ronald Reagan en Margaret Thatcher - aldus samen: 'Een sociale markteconomie is geen markteconomie, een sociale rechtsstaat is geen rechtsstaat, een sociaal geweten is geen geweten, sociale gerechtigheid geen gerechtigheid en naar ik vrees sociale democratie geen democratie.’ Klaus, die als populist van bondigheid houdt, bracht dit credo terug tot: 'In mijn woordenboek komt het begrip sociaal niet voor.’ Klaus gelooft in de zaligmakendheid van de vrije-markteconomie, de wetten van de concurrentie en de winstoptimalisering - die zouden het beste in de mens boven brengen. Economische visies zijn belangrijker dan legalistische, merkte hij vorig jaar op, toen tijdens een bijeenkomst in Brno de uitglijders bij de privatiseringen en de oprukkende corruptie in de samenleving bij gebrek aan adequate wetgeving ter sprake kwamen. 'Ongelukken op de weg naar de vrije markt’ heten bij hem de schandalen in de economische sfeer (steekpenningen, belangenverstrengeling, handelen met voorkennis).
Klaus bestuurt het land als ware het de BV Tsjechie. Zijn partij, ODS, heeft hij in een ijzeren greep. De ministers in zijn kabinet fungeren als een soort afdelingshoofden, die slechts met instemming van de president-directeur mogen optreden. En het parlement, dat door de overheersende positie van Klaus’ partij en de onervarenheid van de door het publiek steeds minder geachte afgevaardigden (zie opiniepeilingen) weinig te vertellen heeft, fungeert hoogstens als een ondernemingsraad. Van decentralisatie of medezeggenschap moet de premier weinig of niets hebben. Een samenleving van vrije burgers zoals die wordt bepleit door Vaclav Havel, waarin burgerzin en solidariteit aan elkaar gekoppeld zijn, zegt hem niets - dat behoort tot wat hij ooit 'intellectuele dromerijen’ heeft genoemd. De burger dient stevig in de hand te worden gehouden en aangezet tot wedijver.
Vandaar dat Jiri Dienstbier, de liberale minister van Buitenlandse Zaken in de eerste postcommunistische regering, het beleid van Vaclav Klaus weleens 'kapitalisme met een bolsjevistisch gezicht’ heeft genoemd.