Cormac McCarthy

Vader en zoon na de Apocalyps

Cormac McCarthy
The Road
Picador, 225 blz., € 19,50

Tart het lot en kijk maar wat ervan terechtkomt. Dat is het credo van de Cormac McCarthy-personages vanaf zijn inmiddels beroemde Border-_trilogie. Zwervers in een permanente strijd om het naakte bestaan zijn het, grensverkenners in een woest en ledig landschap: Terra Damnata. Voor de mens bestond lag de oorlog al op de loer, een rake constatering uit McCarthy’s voorlaatste roman _No Country for Old Men (2005).
Zijn meest recente roman The Road lijkt nog troostelozer en het landschap oogt nog onbewoonbaarder. Alle beschaving is weggelekt, alleen de rudimenten van wat eens vooruitgang heette staan nog wankel overeind en vormen een prooi voor plunderaars. De lezer waant zich in een ongewis tijdperk na de Apocalyps, na de Derde Wereldoorlog of na een milieuramp. Een vader en een zoontje trekken over een verlaten asfaltweg door een winters Amerikaans landschap van verschroeide aarde, verdorde en dode bomen, verlaten velden en geplunderde steden. Te midden van asregens, sneeuwstormen en kille regenbuien banen de twee uitgehongerde overlevenden zich een weg naar ‘het zuiden’ en de kust. Dat is hun doel, hun hoop. Ze dragen gezichtsmaskers tegen de asdeeltjes. De moeder heeft de hoop al lang opgegeven (‘Wij zijn de wandelende doden in een horrorfilm’) en heeft haar minnaar opgezocht.

In verschillende gedaanten ligt de dood op de loer. Vader en zoon dreigen voortdurend te verhongeren, vijandige groepjes mannen zijn tot kannibalisme vervallen, ziekten en besmetting zijn nooit ver weg.

Waardoor wordt The Road echt spannend? Niet zozeer door de overlevingstocht zelf of door de overlevingsgevechten die de vader en de zoon moeten leveren. Ook hun verrassende vindingrijkheid in het vinden van voedsel en drinken maakt niet de kern van de beklemmende spanning uit. Het is de afgeschraapte taal, dat wil zeggen de uitgebotte dialogen waarin de naamloze vader en zoon zonder naam met elkaar communiceren, die de lezer gevangen houdt. Die tweegesprekjes weerspiegelen de wankele verhouding, de wederzijdse afhankelijkheid. En het is vanaf het begin duidelijk dat de dood, of God, meereist en vroeg of laat zal toeslaan. Om de jongen wil de man de kust bereiken, alleen de jongen staat tussen de man en de dood in. De vader: ‘Als hij niet het woord van God is, heeft God nooit gesproken.’ Het praten is het basisvoedsel waaraan vader en zoon zich optrekken: een soort ritueel vol herhalingen en bezweringen dat hen op de been houdt.

De drastisch ontvolkte wereld is weer verdeeld in de goeden en de kwaden. De goeden weten dankzij een sluimerend oerinstinct nog een beetje wat naastenliefde is en gunnen anderen nog wat licht in de ogen; de kwaden zien alleen voedsel of buit in de ander. Vader en zoon, balancerend op de rand van de afgrond, komen vooruit op de weg naar het zuiden dankzij de overtuiging dat zij het vuur met zich meedragen. Dat is niet alleen de aansteker waarmee de vader vuren aanmaakt om eten te kunnen koken, maar ook het vuur van Prometheus, de hoop die de mensen voortdrijft.

Toch ontstaat er een verwijdering tussen de vader en zijn zoon (‘de man’ en ‘de jongen’ in The Road). De hoestbuien van de vader, die hij steeds moeilijker kan onderdrukken, kondigen het onherroepelijke al aan. Die hoest is waar de zoon over droomt. Dat zijn dromen die hij niet wil vertellen. Ook de vader droomt: over wat verloren is gegaan, over langzaam verdwijnende kennis, over troostende overzichten (het telefoonboek, aardrijkskundige kaarten) of een zacht gekleurde wereld vol liefde.

De hoop, die op de bodem van de doos van Pandora achterbleef, lijkt in The Road verdwenen te zijn in het kleurloze, met as bedekte landschap. Maar het is een lichtkogel die redding brengt, zonder dat de stervende vader het weet. Aan zee schiet hij die kogel af voor zijn zoon, maar niet omdat hij de aandacht van anderen wil trekken. Er is immers niemand meer, denkt hij, die de lichtkogel in de lucht kan zien. De vader is ervan doordrongen dat ze in een geleende tijd, in een geleende wereld en met geleende ogen leven. Ze teren op de overgebleven rijkdom van een verdwenen bestaan.

Als zijn vader sterft, blijft de zoon met hem praten. Waarna er een andere man verschijnt die de zoon meeneemt. De mensheid overleeft de Apocalyps, maar de patronen waaruit het leven bestaat – met of zonder mens – blijven een mysterie. En het is niet toevallig dat woord waarmee de roman eindigt. Met The Road heeft Cormac McCarthy een van zijn beklemmendste én een van zijn meest liefdevolle boeken geschreven. En dat wil wat zeggen voor de lezers die nog steeds moeten bijkomen van apocalyptische romans als Blood Meridian, Suttree of All the Pretty Horses.