Wie krijgt Churchills postume zegen in het Brexit-debat?

Vader van Europa

De eurosceptische Britten zijn vergeten dat hun held Winston Churchill een voorvechter van Europese eenwording was.

Medium gettyimages 53315856
Winston Churchill en zijn vrouw Clementine in hun huis in Chartwell, Kent, 1947 © William Sumits / The LIFE Picture Collection / Getty Images

Op een donkere, mistige dag in november 1947 valt Winston Churchill, 72 jaar en de grootste nog levende staatsman ter wereld, achter zijn schildersezel, werkend aan een portret van zijn vader Randolph, in slaap met in zijn handen een brandende sigaar en een penseel. Hij had een intense realistische droom die hem de rest van zijn lange leven bij zou blijven. In de hoek van zijn atelier ziet Winston zijn verafgode vader zitten. Een man bevroren in het jaar van zijn dood 1895, het zenith van de Victoriaanse bloeiperiode en het Britse wereldrijk.

Niets weet hij van de verwoestende wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Niets weet hij van de ondergang van zijn wereld. Niets weet hij over wat er van de jonge Winston van 1895 – in zijn ogen een talentloze losbol – geworden is. Niets weet hij over de wereld van 1947. Randolph bestookt zijn zoon met vragen. Als Winston zijn vader uiteindelijk vertelt over de ‘oorlogen van de natiestaten veroorzaakt door demagogen’ van de twintigste eeuw wil Randolph weten of die oorlogen misschien wel net zo gruwelijk waren als de Amerikaanse Burgeroorlog. Winston antwoordt: ‘Papa, in elk van die oorlogen zijn ongeveer dertig miljoen mannen omgekomen op het slagveld. In de laatste zijn zeven miljoen mensen in koelen bloede vermoord, hoofdzakelijk door de Duitsers. Ze hebben mensenslachthuizen gebouwd zoals de abattoirs van Chicago. Europa is een ruïne. Veel van haar steden zijn aan stukken gereten door bommen. Tien hoofdsteden in Oost-Europa zijn in handen van de Russen gevallen. Zij zijn nu communisten, u weet wel Karl Marx en zo (…) De dagen van Koningin Victoria en de gesettelde wereldorde liggen ver achter ons. Maar we hebben zo veel doorstaan, we wanhopen niet.’

***

Churchill, geschokt en ontregeld door de levensechtheid van zijn droom, vertrouwt het gesprek met zijn vader kort daarna aan het papier toe om het vervolgens op te bergen in een kist die tot zijn dood toe gesloten blijft. Juist vanwege zijn intens private karakter biedt de tekst uit de kist, die bekend is geworden als The Dream, een heldere en onbelemmerde blik op Churchills drijfveren in de periode kort na de Tweede Wereldoorlog.

Na zijn onverwachte nederlaag in de verkiezingen van 1945 leek zijn politieke loopbaan voorbij. Na een periode van acute depressie, waarin hij zijn dokter zelfs toevertrouwde dat het ‘veel beter was geweest als ik was neergestort in een vliegtuig of net zo dood was als Roosevelt’, hervond hij zich in zijn besluit na een leven getekend door oorlogen die hij zag als vermijdbare conflicten alle macht die hij nog had in te zetten om wat hij noemde ‘de vrede te winnen’. Daarbij voorzag hij een prominente plaats voor zijn eigen land in het centrum van de naoorlogse wereldorde.

Die wereld rondom het land van Shakespeare, Newton en Darwin veranderde na 1945 in een duizelingwekkend tempo. Amerika werd de leidende wereldmacht, India dwong onafhankelijkheid af en de expansiedrift van Stalins Sovjet-Unie bedreigde opnieuw de Europese vrede. In de schaduw van de ontluikende Koude Oorlog tekende Churchill een schets van de drie cirkels van de Britse macht.

De eerste cirkel behelsde de Engelssprekende wereld, oftewel de ‘special relationship’ met de Amerikanen. De tweede besloeg het voormalige Britse Rijk; de kring van min of meer onafhankelijke dominions die trouw bleven aan de Britse Kroon, zoals Australië en Canada, oftewel het Britse Gemenebest. De derde omvatte Churchills idee van een steeds hechter vervlochten Europa, een soort Europese Unie die organisch tot stand moest komen. Midden in Churchills Venn-diagram, in het snijvlak van die drie machtscirkels, stond bruggenbouwer Groot-Brittannië. Als geopolitieke leermeester voor de machtige maar onervaren Amerikanen, vaandeldrager voor wat er over was van het Britse Rijk en Gemenebest, en leidend lid van wat hij in de jaren na de Tweede Wereldoorlog steeds vaker ‘the European Union’ begon te noemen.

In 1930 had Churchill voor het eerst een artikel geschreven over wat hij toen al noemde de ‘Verenigde Staten van Europa’. Tien jaar later, in juni 1940, in een ultieme poging om Frankrijk in de oorlog te houden, stelde oorlogspremier Churchill een volledige versmelting van het Verenigd Koninkrijk en de Franse Republiek tot een enkele Brits-Franse superstaat voor, compleet met één enkel parlement, één enkel staatsburgerschap en één enkele munt.

Na de val van de Fransen, maar voordat duidelijk was dat de geallieerden de oorlog zouden winnen, begon Churchill serieus na te denken over de oprichting van een Raad van Europa als opstap naar verdere Europese integratie. Al in 1942 schreef Churchill vanuit de Cabinet War Rooms in een geheime notitie aan zijn verbijsterde minister van Buitenlandse Zaken: ‘Ik zie uit naar een Verenigde Staten van Europa, waarin de grenzen tussen de naties vrijwel geheel aan betekenis hebben ingeboet en iedereen onbelemmerd kan reizen.’

***

Na het verkiezingsdrama van 1945 legde Churchill zich toe op de toekomst van Europa. Hij werd meer dan ooit daarvoor gegrepen door het idee dat eenwording in Europa de enige oplossing was om een nieuwe oorlog te voorkomen. Gedreven door de zorg dat de Sovjet-Unie zich permanent zou manifesteren in het hart van Europa waarschuwde Churchill als eerste, in een beroemde toespraak in Fulton, Missouri, voor de deling van Europa door wat hij noemde het IJzeren Gordijn. Een half jaar later, op 19 september 1946, verbijsterde hij vriend en vijand toen hij in een toespraak in Zürich Frankrijk en Duitsland opriep om een partnerschap aan te gaan in het hart van Europa.

Churchills woorden waren het startschot voor een lange, intense, en uiteindelijk effectieve campagne voor Europese eenheid waarvan Churchill zelf het middelpunt was. Met zijn nauwelijks navoelbare internationale heldenstatus inspireerde hij een generatie Europese leiders tot verzoening en samenwerking. Het belangrijkste uitgangspunt van Churchills campagne was dat gewone Europeanen enthousiast gemaakt moesten worden voor het idee van eenwording en bewust deel moesten worden van deze transformatie in de Europese politiek. Europese burgers moesten zelf druk uitoefenen op zittende regeringen om een vorm van Europese soevereiniteit te creëren. Na vijf jaar onvermoeibaar campagne voeren volgend op de Zürich-speech had Churchill de Britse United Europe Movement opgericht, het Congres van Europa in Den Haag georganiseerd, de internationale Europese Beweging helpen oprichten, de West-Europese overheden ertoe bewogen de Raad van Europa in het leven te roepen, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens met succes bepleit, West-Duitsland terug in de Europese familie geloodst, en het – door velen als buitenissig geziene – idee van een Europees leger in het publieke debat gelanceerd.

Een van de persoonlijke hoogtepunten van Churchills Europese campagne vanuit Brits perspectief was zijn poging vanuit de oppositie de sceptische Labour-regering te dwingen te onderhandelen over de voorwaarden van Brits lidmaatschap van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de vroegste voorloper van de Europese Unie. ‘Les absents ont toujours tort’, de afwezigen hebben altijd ongelijk, waarschuwde Churchill in het parlementaire debat waarin hij – onder aanroepen van de geest van de gevallenen op het slagveld van de Tweede Wereldoorlog – het opgeven van soevereiniteit bepleitte in het belang van het creëren en aanvaarden van een hogere gezamenlijke Europese soevereiniteit. De Labour-regering gaf geen gehoor en miste het eerste station van de Europese trein.

Onder invloed van zijn machtige minister van Buitenlandse Zaken en gedoodverfde opvolger Anthony Eden deed een verzwakte Churchill, toen hij weer tot premier werd verkozen in de vroege jaren vijftig, weinig om de Britten alsnog aan boord van de inmiddels supranationaal voortdenderende Europa-express te manoeuvreren.

***

Gezien Churchills cruciale rol als vroege voortrekker van Europese integratie is het ronduit opmerkelijk dat hij in de opmaat naar het Brexit-referendum werd geclaimd door de eurosceptische Brexiteers. De voormalige burgemeester van Londen Boris Johnson, bijvoorbeeld, koos Churchill uit als historisch icoon van de Brexit-zaak. Johnson maakte zijn Churchill-claim wereldkundig als deel van zijn Leave-manifest in The Daily Telegraph. ‘Interested, associated, but not absorbed; with Europe, but not comprised’, was het ideaal aldus Johnson. In deze woorden van Churchill meende hij te ontwaren hoe de legendarische staatsman over de Brexit gedacht zou hebben.

Met zijn internatio­nale heldenstatus inspireerde Churchill een generatie Europese leiders tot verzoening en samenwerking

Hij was blijkbaar vergeten dat hij in een kort hoofdstuk over Churchill en Europa in zijn eigen veel gelezen biografie, The Churchill Factor, had geconcludeerd dat het absurd zou zijn om te speculeren over Churchills eventuele interventies in het Britse Europa-debat: ‘We cannot tax the great man in this querulous way. He cannot hear us. The oracle is dumb.’

Twee maanden later suggereerde de toenmalige premier David Cameron dat Churchill de Britten juist binnen de EU zou willen houden. De huidige Brexit-onderhandelaar David Davis – dezelfde man die tijdens zijn eerste persconferentie in Brussel een citaat onterecht aan Churchill toeschreef – vertelde de bbc met achteloos vertrouwen dat Churchill een Brexiteer zou zijn geweest. Oud-minister van Defensie Sir Nicholas Soames, Churchills kleinzoon, zei in een reactie in het programma Newsnight dat zijn grootvader ongetwijfeld ‘Remain’ gestemd zou hebben.

De strijd tussen Remain en Leave om Churchills postume steun bleef verhit tot het einde. Maar de campagnevoerders die Churchill het liefst uitsluitend zagen als een icoon van moderne Britse onafhankelijkheid klonken het luidst. Ukip-politici en aanhangers verspreidden online een bij elkaar geplakt Churchill-citaat waaruit moest blijken dat hij bij Leave hoorde. De woorden kwamen echter van voor de naoorlogse periode waarin Churchill ook een rol voor zijn eigen land in een verenigd Europa zag. De bekende eurofobe historicus Andrew Roberts schreef dat Churchill nooit zijn steun zou hebben verleend aan ‘een opgeblazen Brusselse bureaucratie die zestig procent van de Britse wetten maakt’. En het idee van Churchill als Brexit-icoon is nu zelfs in de kunstwereld doorgedrongen. De populaire Engelse kunstenaar Grayson Perry vervaardigde dit jaar twee ‘Brexit-vazen’ voor de Londense Serpentine Gallery. De Leave-vaas zit vol met overlappende afbeeldingen van Nigel Farage en Winston Churchill.

***

Uiteindelijk maakte Churchill zelf de Britse aansluiting bij Europa niet meer mee. Het lukte het Verenigd Koninkrijk pas in 1973 – acht jaar na Churchills dood en na twee veto’s van de wantrouwige Charles de Gaulle – toe te treden tot de Europese Economische Gemeenschap. Het uiteindelijke succes was met name te danken aan het onvermoeibare werk van premiers en Churchill-protégés Harold Macmillan en Edward Heath, die tijdens zijn eerste actieve debat in het Lagerhuis Churchills pleidooi voor Europese soevereiniteitsdeling had gehoord en gesteund. In de volksraadpleging van 1975 stemde een overweldigende meerderheid Britten in met het lidmaatschap.

De Britten floreerden binnen de Europese Gemeenschap en later de Europese Unie. Vanaf het moment van toetreding heeft het Verenigd Koninkrijk ruim veertig jaar aanzienlijk meer gewicht in de schaal van de wereldpolitiek kunnen leggen dan gemeten naar geografische en economische omvang te verwachten zou zijn. Naarmate het Britse Gemenebest aan belang en cohesie verloor en de ‘special relationship’ met Amerika minder speciaal werd, vertrouwde Groot-Brittannië vooral op haar rol in de EU om de Britse invloed in de wereld te vergroten en de eigen economische tekortkomingen te compenseren.

Door de aanstaande uittreding uit de EU, door een van de drie cirkels van de Britse macht zoals Churchill ze tekende weg te gummen, dreigt nu het hele Venn-diagram langzaam van het papier te verdwijnen. De Britten kunnen geen brug tussen Europa en Amerika vormen als de brug niet begint aan de oevers van Europa. Losgeweekt van Europa staan ze ook nog eens buitenspel in de dans rond de grote handelsverdragen met landen als Canada en Japan.

Europese partners aan de andere kant van het Kanaal volgen de Britse geopolitieke en economische zelfkastijding met een mengeling van verwondering, medelijden en woede. De nieuwbakken Franse president Emmanuel Macron noemde de Brexit een ‘misdaad’ en voorspelt dat het zal leiden tot ‘onderworpenheid’. ‘Ik haat de Brexit van alle kanten’, zei premier Rutte. Merkel signaleerde Britse ‘illusies’ over de onderhandelingen. De Brexit heeft daarmee het potentieel om uit te groeien tot het trauma van een generatie Europeanen. Iedereen herinnert zich waar hij of zij was toen duidelijk werd dat de Britten met een krappe meerderheid hadden gestemd voor uittreding. We herinneren ons de betrapte blik op Boris Johnsons gezicht toen hij zich realiseerde dat hij per ongeluk had gewonnen. We herinneren ons de catalogus van leugens die de ‘Leave’-campagne verkocht. En de ochtendtranen op de gezichten van de jonge Britse Europeanen, wier toekomstdromen uiteenspatten in het gelaat van expert-scepticus Michael Gove. Voordat we het wisten verscheen premier Theresa May op televisie om ons te vertellen dat ze Artikel 50 had ingeroepen. ‘This is an historic moment, from which there can be no turning back’, zei ze. Drie maanden later verloor May haar meerderheid in het parlement. Ze kon slechts blijven zitten bij de gratie van de met politieke steekpenningen ter hoogte van een miljard pond bemachtigde steun van een klein groepje fundamentalistische christelijke unionisten.

Ondertussen blijven de financieel-economische consequenties van de Brexit zich gestaag opdringen aan iedere Brit, met uitzondering van de ideologisch waterdichte Brexiteers. De rekening voor eerder vastgelegde financiële verplichtingen bedraagt tussen de veertig en honderd miljard euro, hoe hard Boris Johnson ook roept dat de EU ‘can go whistle’. Ongeveer dertig grote bedrijven, waaronder Bank of America, easyJet en Citibank, vormen de voorhoede van een ‘Brexodus’. In 2016 vertrokken 117.000 EU-burgers uit het Verenigd Koninkrijk – een stijging van 36 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Volgens een rapport van accountinggigant Deloitte overweegt de helft van de overgebleven hoogopgeleide EU-burgers in Groot-Brittannië te vertrekken binnen de komende vijf jaar.

Medium gettyimages 151153270
Westminster College, Missouri, VS, 5 maart 1946. Churchill waarschuwt voor de deling van Europa. Rechts de Amerikaanse president Harry Truman © Popperfoto / Getty Images

De Britse economie groeide in het eerste kwartaal van 2017 langzamer dan alle andere economieën van de EU. In weerwil van het idee dat de Britten geketend zouden zijn aan het ‘rottende lijk’ dat de eurozone heet, groeide de eurozone in het tweede kwartaal van 2017 twee keer zo snel als de Britse economie. Hoewel de werkloosheid licht afneemt, dalen Britse inkomens het snelst sinds 1976. Het pond is zo ver gekelderd dat Britten in het drukste vakantieweekend van het jaar op hun eigen luchthavens niet meer dan een ronde euro konden krijgen voor een pond. Geen wonder dat volgens een recente YouGov-peiling nog maar 25 procent van de Britten gelooft dat de Brexit economische voordelen heeft.

Na twee onderhandelingsrondes in Brussel heerst onrust in Westminster. Ministers zijn het oneens over het onderhandelingsproces en de uiteindelijke Brexit-bestemming. Ze krijgen de kans hun ruzies in het openbaar uit te vechten nu de verzwakte May de controle over haar kabinet kwijt is. De ‘Brexit-minister’ David Davis betreedt nu een boksring bedoeld voor een heel andere gewichtsklasse dan de zijne. Als handelsblok is de EU ongeveer zeven keer zo groot als het Verenigd Koninkrijk. 44 procent van de Britse export gaat naar de EU; andersom is dat slechts acht procent. Dertien procent van de Britse welvaart is afhankelijk van handel met de EU; andersom is dat slechts drie procent. Als de onderhandelingen in hun geheel stuklopen zal de EU daar een blauw oog aan overhouden, maar de Britten gaan knock-out.

***

Nu de realiteit langzaam zichtbaar wordt, probeert een minderheid het idee van ‘exit from Brexit’ bespreekbaar te maken. Politici als Vince Cable van de Liberal Democrats en Sadiq Khan van Labour voelen zich gesterkt door een recente peiling van onderzoeksbureau Survation waaruit blijkt dat als het referendum nu weer gehouden zou worden 54 procent ‘remain’ zou stemmen. De Brexiteers kraaien links en rechts al over het mogelijke verraad van de volkswil zoals het werd uitgedrukt in het referendum. Toch lijkt het er niet op dat de Brexit teruggedraaid kan worden, nu of op de langere termijn. De Brexit is ten diepste een manifestatie van een Brits exceptionalistisch zelfbeeld. De sine qua non van een ‘Breversal’, een terugkeer op de Brexit-schreden, is dat de mythe van Brits historisch exceptionalisme eens en voor altijd wordt ontmaskerd.

Voorlopig blijft het Britse lot in handen liggen van een krappe meerderheid die in de wurggreep van eigenwaan en exceptionalisme verkeert. Een enkele blik in het Brexit-clubblad The Daily Telegraph zegt wat dat betreft genoeg. ‘We used to run the biggest empire the world has ever seen, and with a much smaller domestic population and a relatively tiny Civil Service. Are we really unable to do trade deals?’ schreef Boris Johnson in zijn Telegraph-column. Waar Johnson vertrouwen put uit de imperiale geschiedenis waarin landen en volkeren met bruut geweld werden geknecht en uitgebuit, ontlenen veel andere Britten hun exceptionele, niet-Europese identiteit – de belangrijkste voedingsbodem voor de Brexit – met name aan de glorieuze Britse rol in de grote Europese oorlogen van de twintigste eeuw.

Historici wezen erop dat de Britten traditioneel zwak zijn in tijden van verwijdering van het continent

De Britse identiteit is door een eeuw herdenken van heroïek in gewonnen Europese oorlogen met die oorlogen gaan samenvallen. De algemene houding op straat en in de Brexit-pers is: ‘We deden het prima in ons eentje in twee wereldoorlogen, dus we kunnen het nu ook prima allemaal alleen aan.’ Die houding wordt gevoed door een niet-aflatende stroom literatuur, tv-series, documentaires en merchandise, waarvan de immens populaire blockbuster Dunkirk nog maar het meest recente voorbeeld is.

Het is kennelijk nog steeds noodzakelijk om te benadrukken dat Groot-Brittannië onderdeel was van grote allianties in beide wereldoorlogen. Het zou een schande zijn als we, bijvoorbeeld, de bijdrage van Tsjechische en Poolse vliegeniers in de ‘Battle of Britain’ vergeten. Zonder bondgenoten, en met name de beslissende economische en militaire macht van de VS, hadden de Britten niet kunnen overleven, laat staan overwinnen.

Telkens wanneer de Britten zonder effectieve Europese bondgenoten opereerden faalden ze jammerlijk. Tijdens de twee conflicten die het land in de moderne geschiedenis verloor stond het alleen: de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog en de Franse revolutionaire oorlogen.

***

Een groep overwegend reactionaire Britse historici, Historians for Britain, hielp Johnson en co tijdens de referendumcampagne met pseudo-wetenschappelijke rechtvaardigingen voor het brute Brexit-opportunisme. Ze presenteerden in artikelen op hun website het beeld van een exceptioneel Verenigd Koninkrijk, dat zijn unieke waarden – van ‘the ideas of common law and parliamentary sovereignty’ tot ‘the struggle for greater democracy and fairness’ – ondermijnd ziet door de Europese Unie. Oeroude Britse instituties kennen een traditie van continuïteit die zijn weerga niet kent in continentaal Europa, zo leren we. Het land werd niet binnengevallen sinds 1066 en heeft zich met zijn milde temperament nooit overgeleverd aan politiek extremisme, hetzij communisme, fascisme of antisemitisme.

Het antwoord kwam van een rivaliserende groep historici, Historians for Britain in Europe, met eminente professoren uit het gehele politieke spectrum. In een open brief in The Times wezen ze erop dat de Britten traditioneel zwak zijn in tijden van verwijdering van het continent. En dat het beëindigen van het EU-lidmaatschap tot blijvende economische en politieke schade zal leiden. Niall Ferguson beschuldigde zijn collega’s zelfs van ‘scissors-and-paste history, clipped from the pages of Our Island Story, with a blithe disregard for most modern scholarship’. Our Island Story, een kinderboek, is nog steeds de lievelingsliteratuur van Michael Gove, oud-campagneleider van Leave en nu als minister terug in May’s kabinet.

De Remain-historici lieten zien dat de bewering dat de Britten altijd anders zijn geweest op los zand berust. De verhevenheid en uniciteit van de Britse geschiedenis is een mythe. Er is in ieder geval geen ononderbroken politieke lijn te trekken naar een middeleeuws verleden. Verschillende historici hebben laten zien dat parlementaire soevereiniteit pas aan de orde is sinds de late zeventiende eeuw na bloedige revoluties. De gevierde ‘Glorious Revolution’ van 1688 was in werkelijkheid een Nederlandse invasie met het doel de zittende koning af te zetten.

En leidden die revoluties tot de unieke Britse waarden van democratie en gelijkheid? Niet echt. Algemeen kiesrecht was niet aan de orde tot 1928. Daarmee liepen de Britten achter op veel Europese staten. Het is bovendien, zo schreven de Remain-historici in History Today, een gevaarlijke simplificatie om te stellen dat de Britten zich nooit overgaven aan politieke of racistische haatgevoelens. Antisemitisme, bijvoorbeeld, heeft een prominente plaats in de Britse geschiedenis. Edward I was de eerste Europese koning die zijn joodse bevolkingsdeel in het geheel verdreef.

De Britse cultuur is, ook wat betreft de meest donkere aspecten, geheel verweven met de continentaal Europese. Het Kanaal is een onmisbare navelstreng en levensader tussen Groot-Brittannië en het continent. Oxford-historicus Richard Blakemore schrijft dat het zijn van een eilandnatie niets met natuurlijke isolatie of exceptionalisme te maken heeft. Integendeel: ‘Het betekent connectie, uitwisseling, ontmoetingen en beweging. Het betekent invloed van de wereld op Groot-Brittannië, en invloed van Groot-Brittannië op de wereld.’

***

Maar wat nu als het cumulatieve effect van eeuwenlange nationalistische cultuuroverdracht ongedaan kon worden gemaakt en de Britten plotseling tot het inzicht zouden komen dat de Britse en Europese geschiedenis volledig gelijkwaardig en onlosmakelijk verweven zijn? Een Breversal-roadblock blijft dan nog steeds een breed gedragen scepsis tegenover het Europese ‘project’ en het fundamentele idee van het delen van soevereiniteit in een ‘ever closer union’.

Op dit punt is illustratief het specifieke historische probleem van Winston Churchill en zijn Europese nalatenschap. Churchill is voor velen het symbool van de Britse identiteit en zal dat nog lang blijven. In de bbc-verkiezing van 2002 werd hij uitgeroepen tot ‘Greatest Briton’ aller tijden. In de identiteitscrisis waarin het land zich bevindt is het dus logisch dat beide kanten van het debat Churchill proberen te gebruiken.

Wie heeft er gelijk, wie krijgt Churchills postume zegen in het Brexit-debat? Het simpele, saaie antwoord is: niemand. We kunnen Churchill onmogelijk laten spreken over de moderne EU. Nooit zullen we weten wat hij gestemd zou hebben. Maar dat maakt het niet minder belangrijk om Churchills Europese nalatenschap goed in kaart te brengen. Alleen zo kunnen we de geschiedenis van de naoorlogse Europese eenwording en de Britse rol daarin begrijpen. Alleen zo kunnen we de Britten misschien nog wel enthousiasmeren voor een leidende, hervormende rol in de Europese Unie.

Emmanuel Macron geeft zo bezien het goede voorbeeld met zijn onopzettelijke gebruik van Churchills Europese gedachtegoed. Macron kwam tijdens zijn toespraak op de Humboldt Universität in Berlijn in januari van dit jaar dicht bij Churchills woorden. Hij stelde een ‘nieuwe’ methode voor om de Europese integratie weer elan te geven. Hij was naar Berlijn gekomen om een ‘Europe of sovereignty’ te verdedigen gebaseerd op democratische vernieuwing. Dat wil zeggen: hij kwam het begrip soevereiniteit uit de wurggreep van de nationalistische politiek halen en stelde voor dat via de democratische weg te doen.

Dat was precies zoals Churchill het had voorgesteld in 1948 tijdens het Congres van Europa in Den Haag. Churchill zei in zijn openingstoespraak: ‘Wederzijdse economische hulp en een gezamenlijke militaire defensie moeten onvermijdelijk stap voor stap gezet worden en vergezeld gaan van een parallel lopend beleid van hechtere politieke eenheid. Het is terecht opgemerkt dat dit het deels opofferen of samengaan van nationale soevereiniteiten inhoudt. Maar het is ook mogelijk en niet minder aangenaam om dit te zien als de geleidelijke toe-eigening door alle betrokken landen van die grotere soevereiniteit die de enige waarborg is van hun uiteenlopende en karakteristieke gebruiken en hun nationale tradities die onder elk totalitair systeem, hetzij nazistisch, fascistisch, of communistisch, ongetwijfeld voor altijd zouden worden vernietigd.’

***

Als Macron, Merkel, hun collega-Europese leiders, en met name het jonge deel van hun bevolking hopen op een wedergeboorte van Europa kunnen ze zich het best laten inspireren door Winston Churchill. Wie weet is een nieuwe generatie Britten dan uiteindelijk nog terug te winnen en te overtuigen van het ongelijk van de Brexiteers die de Britse geschiedenis loskoppelden van de Europese en Churchill cynisch positioneerden als een van hen.


Felix Klos is historicus en auteur van Winston Churchill, vader van Europa (Hollands Diep). Deze zomer verschijnt dit boek in zijn oorspronkelijke Engelse titel Churchill’s Last Stand: The Struggle to Unite Europe (IB Tauris)