Popmuziek: The Slow Show & Tindersticks

Vakantiefoto’s

Tindersticks © Richard Dumas

De zanger van The Slow Show, Rob Goodwin, heeft een stem zo diep als de Marianentrog en zo donker als 21 december. Het laatste album van de band, het vorig najaar verschenen Lust and Learn, begint met een lang, stemmig piano-intro, dat aanzwelt tot een orkestraal instrumentaal nummer. Pas in het tweede nummer klinkt Goodwin, wanneer hij opent met ‘Eye to eye/ I could wait away for hours today/ But no one’s going to see/ Eye to eye’. Hij zingt over een decor van engelenzang en strijkers heen, maar het is zijn stem die alle aandacht opeist. Goodwin is in zijn eentje een woofer-test: wie de bas van de versterker te ver opendraait, voelt het servies trillen wanneer hij zingt. Wát hij zingt, is vooral mineur, in korte, besliste zinnen. ‘This city gets me down.’ Een nummer verder, in ‘Low’, klinkt in de verte een mannenkoor. Ze zingen als monniken.

De band uit Manchester, tien jaar geleden opgericht, weet dat er soms tegengekleurd moet worden. Dus schetteren trompetten in ‘Vagabond’, en smelt de stem van zangeres Kesha Ellis samen met die van Goodwin in ‘Lust and Learn’. Licht en lucht in de dikke deken van melancholie, waar The Slow Show in uitblinkt.

Ze zijn geregeld vergeleken met The National, maar een associatie die toch nauwer aansluit bij de sobere, onthaaste benadering van The Slow Show is die van Tindersticks. Op het nieuwe, twaalfde album van die band toont Stuart Staples zich andermaal de geestelijk vader van Rob Goodwin: ook Staples begint pas na een lang, stemmig piano-intro met zingen, doet dat donkerbruin en inktzwart tegelijk, en zet meteen de toon: ‘For the beauty/ Give me some to ease/ For it’s the beauty/ That’s got its claws in me.’

Staples laat zijn muziek en teksten wel af en toe tegen elkaar in schuren, zoals in ‘The Amputees’, dat met een andere zanger met andere teksten nog als een best vrolijk jazzy zomernummer had kunnen klinken. Ook typisch Staples: beginnen in onschuld en de pijn langzaam opvoeren. Zoals in ‘See My Girls’, wanneer hij zingt vanuit het personage van een verkoper in een krantenkraampje op een klein eiland (wellicht het Griekse Ithaka, waar Staples woont) die van zijn ‘girls’ (zo te lezen: dochters) uit de hele wereld vakantiefoto’s krijgt toegestuurd, en die vervolgens boven zijn kassa prikt. Ze beginnen in Londen en Parijs, staan met antilopen op de foto in Afrika en poseren bij het graf van Bob Marley op Jamaica, maar uiteindelijk komen ook de killing fields van Cambodja en de bewaakte grensovergangen in Jeruzalem voorbij. ‘They see the world and they send it me home.’ En bij Tindersticks zal de na-smaak daarvan altijd bitter zijn.


The Slow Show: 28 maart Stevenskerk, Nijmegen; 29 maart LantarenVenster, Rotterdam; 30 maart Oosterpoort, Groningen. Tindersticks: 1 mei TivoliVredenburg, Utrecht; 2 mei De Doelen, Rotterdam; 3 mei Oosterpoort