Vakbond of verzekeringsmaatschappij?

FNV-voorzitter Stekelenburg verschijnt tegenwoordig regelmatig in advertenties waarin hij zich presenteert als ‘de zaakwaarnemer’ van werkend Nederland. Een zaakwaarnemer, zo leert Van Dale, is ‘iemand die de zaken van anderen waarneemt’. Werd men vroeger opgeroepen zich aan te sluiten om ‘samen sterk’ te staan, nu is het wervingsjargon van de vakbeweging dat van de verzekeraar geworden.

Wat is het verschil tussen een vakbond en een verzekeringsmaatschappij? De laatste verzekert u in ruil voor een premie tegen de gevolgen van nare gebeurtenissen. De eerste is een vereniging van mensen die elkaar trachten te behoeden voor nare gebeurtenissen door maatschappelijke verandering na te streven. De verzekerde heeft noch over de premie noch over de verzekerde nare gebeurtenissen iets te zeggen. De vakbondsleden bepalen daarentegen in onderlinge discussie de aard van de risico’s en de gezochte veranderingen.
Het nieuwe taalgebruik suggereert dat de vakbeweging zichzelf in toenemende mate ziet als een professionele dienstverleningsorganisatie. Dat is iets anders dan een organisatie van mensen die zich gezamenlijk inzetten voor democratisering van de samenleving. De materiele positieverbering van leden raakt steeds verder los van het perspectief van maatschappelijke verandering ten bate van allen.
Precies daarover gaat de discussie rond de nieuwe Grondslag of, in eigentijdser termen: het mission statement van de FNV. Het concept zegt daarover: ‘Er zijn allerlei signalen dat (potentiele) FNV-leden minder vanzelfsprekend dan vroeger van de FNV verwachten of eisen dat zij zich namens hen actief bezig houdt met maatschappelijke vraagstukken buiten de sfeer van de arbeidsverhoudingen.’ Met andere woorden: we doen het niet meer, want de mensen willen het niet meer.
Nu is het er allemaal ook niet eenvoudiger op geworden. De werknemers vormen al lang niet meer de homogene groep van weleer en ook de vanzelfsprekendheid van de gewenste maatschappelijke veranderingen is verdwenen. Het alleenrecht van de betaalde baan als zinvolle levensvulling is na het verdwijnen van de volledige werkgelegenheid discutabel geworden en het medicijn van een maximale economische groei is vanwege de milieu-effecten ook niet onverdacht. Bij de aard van de vakbeweging past dan een gesprek over deze nieuwe risico’s en de bijpassende richting van maatschappelijke verandering. Maar de FNV wil dat gesprek niet meer organiseren. Aan wie dat toch wil, meldt de nieuwe Grondslag: 'Juist omdat de FNV zich realiseert dat ze maar een deel van de maatschappelijke werkelijkheid bestrijkt, (…) raadt de FNV haar leden aan zich ook op andere manieren te organiseren, bijvoorbeeld in politieke partijen, mensenrechtenorganisaties en milieubeweging.’ Alsof de spanning tussen milieu en economie wordt opgelost door het dubbellidmaatschap van FNV en Milieudefensie! De kern van de democratiseringsbeweging die de vakbeweging vanouds is, is juist het bieden van de gespreksbasis voor het zoeken naar oplossingen voor dat soort spanningen. Anders rest inderdaad slechts de zaakwaarnemer.