Vakjes tellen

President Obama keek naar De nachtwacht en naar Victory Boogie Woogie. Twee stralende nationale werken.

Medium victory boogie woogie 2009s0948
‘In een modern museum zie ik wat ik nog nooit gezien heb. Dat is opwindend, zelfs al erger ik me kapot’

Het ruitvormige Victory Boogie Woogie is ongeveer het grootste van Mondriaans abstracte schilderijen. Hij werkte tegelijkertijd aan een ander magistraal doek, Broadway Boogie Woogie. Dat is een klassiek vierkant formaat. Hoewel de zijden van beide schilderijen gelijk zijn (127 cm), werkt het ruitvormige schilderij, in diagonaal bijna 180 centimeter, veel ruimtelijker. Er is nog iets: in Broadway Boogie Woogie zijn de bewegingen, van lijnen en vlakken, horizontaal en verticaal. Omdat ze zo dus parallel verlopen met de rechte randen van het doek blijft hun visuele energie in de ruimte van dat vierkant. Het programma dat we zich daar zien voltrekken, bestaat uit merendeels korte afwisselingen van kleine gele, blauwe en rode vlakjes, met wat grotere vlakken daartussen. Samen vormen die een levendig patroon met een vrij regelmatig ritme. Vroeger gaf Mondriaan de maat van de ruimte aan met rechte zwarte lijnen. De kleurvlakken hingen daartussen.

In New York besloot hij lijnen in kleur op te bouwen, ook in Victory Boogie Woogie waar hij kort na Broadway Boogie Woogie aan begon. Hij gebruikte er hetzelfde schema. Hier zijn de kleuren in een dichter patroon gearrangeerd. Die bewegingen verlopen ook horizontaal en verticaal zodat het patroon door de randen van de ruit schuin wordt afgesneden. Dat patroon van kleuren hangt dus heel vrij (als bloesem tussen takken) in die brede ruit en daardoor is de ruimtelijke werking zo groot. Misschien wel onpeilbaar. In Mondriaans abstracte schilderijen, dat geldt ook voor het radicale Broadway Boogie Woogie, groeit de compositie van kleurvlakken en lijnen steeds uit impulsieve delingen van het vlak. Stel, je begint met een verticale lijn. Dat is een eerste deling. Daarnaast komt een tweede lijn ook verticaal. Het vlak is nu in drie verticale delen gedeeld. Zet dan dwars over het vlak een rechte horizontale lijn. Dan is het vlak in zes kleinere vlakken verdeeld. Als de lijnen willekeurig zijn gezet, kan het goed zijn dat die zes vlakken van verschillende grootte zijn. Maar al die tijd blijven ze, zogezegd, binnen hetzelfde evenwichtige interieur. U kunt thuis zulke oefeningen zelf uitvoeren. Net zoals je met stuntelig zelf piano spelen toch enig gevoel krijgt voor de geheimzinnigheid van muziek maken.

Medium nachtwacht

In Victory Boogie Woogie zien we hoe het schema van overwegend kleine, kabbelende kleurvlakjes zich van de ruitvorm losmaakt. In plaats van dat de ruit een begrenzing is, vouwt het schilderij zich open en begint te stralen. Dat we dat zo zien is een effect van fysieke feitelijkheden. Maar er zijn mensen die dat niet zo zien. Nee, De nachtwacht, dat is pas een geweldig schilderij. Laatst, bij het bezoek van president Obama, is het nog eens als nationaal meesterwerk gecelebreerd. Er is mooi glanzend licht in waardoor de beweeglijkheid nog verrassender werkt. Het is schilderachtich van gedachten, zoo zwierich van sprong, beschreef Samuel van Hoogstraten het in 1678. Maar iets over Rembrandt te mekkeren was er ook: schoon ik wel gewilt hadde, dat hij’er meer lichts in ontsteeken had. Natuurlijk is de mise-en-scène van dit schilderij bijzonder. Het is verleidelijk vanwege het ritme van de bewegingen en andere visuele feitelijkheden die vrijwel niemand ooit opmerkt. Dertien jaar geleden zat ik er, in het oude Rijksmuseum nog, lang naar te kijken met een andere Amerikaan, de acteur en filmer Dennis Hopper. Na een kwartier stil turen zei Dennis: wat zo geweldig is, is dat van vrijwel al die koppen de ogen steeds andere kanten uit kijken. Daardoor werkt de groepering zo alert. Je hebt een filmmaker nodig om zulke kleine details te zien.

Een dag later heeft Obama in Den Haag op de valreep Victory Boogie Woogie gezien en natuurlijk was hij, zo werd gemeld, blij verrast. Er was veel over te doen toen het in 1998 door de staat werd gekocht. Wel tachtig miljoen gulden – maar wat was er nou op te zien? Neen, dan De nachtwacht, zag je ze denken. De betreurde Hugo Brandt Corstius heeft eens al die vlakjes proberen te tellen. Dat was moeilijk. Omdat het schilderij onvoltooid is, is het niet overal duidelijk wat een vlakje is. Het blijkt zo ingewikkeld dat je gauw de tel kwijtraakt. Zeg dat het er ongeveer vierhonderd zijn. Wat dan nog? Elk van die vlakjes grenst aan vier zijden aan vier andere vlakjes in een andere kleur. Je ziet dus een netwerk van zestienhonderd verschillen. Dat zindert en krioelt. Daarom heeft het schilderij enorme straling. Het moest groot worden omdat er veel op staat. De Victory Boogie Woogie zit zo vol met onnavolgbare verrassingen dat het ooit, hoe dan ook, wel het nationale schilderij moet worden. Het is het schilderij dat het meest nieuwsgierig maakt. Het is ook spectaculairder dan De nachtwacht. Rembrandt is trouwens spannender dan zijn beroemde stuk. Een goede vriend zei dat hij liever naar moderne kunst gaat kijken dan dat hij naar het Rijksmuseum gaat, ‘want in een modern museum zie ik wat ik nog nooit gezien heb. Dat is opwindend, zelfs al erger ik me kapot.’


Beeld: (1) Piet Mondriaan, Victory Boogie Woogie, 1942-1944. Olieverf, tape, papier, houtskool en potlood op doek, 127,5 x 127,5 cm (2009 Mondrian/Holtzman Trust C/O HCR International, Warrenton (VA, USA)/Gemeentemuseum Den Haag). (2) Rembrandt, De Nachtwacht, 1642. Olieverf op doek, 379,5 x 453,5 cm (Rijksmuseum Amsterdam).