Anjet Daanje, Gezel in marmer

Vakmanschap en meesterschap

Anjet Daanje

Gezel in marmer

Thomas Rap, 397 blz., € 19,90

Hij is de grootste vakman in ons taalgebied, schreef een recensent over een schrijver. Die schrijver was daar niet blij mee, zei hij me in een interview. Waarom niet? vroeg ik verbaasd. Tja vakman… Dat riekt naar behendigheid, een kúnstje, zo legde hij uit. En een kunstje, zo begreep ik, is heel wat anders dan kunst.

Over het verschil tussen vakmannen en kunstenaars schreef Anjet Daanje een bijzondere roman, Gezel in marmer. Een opzienbarende roman eigenlijk, ware het niet dat hij sinds verschijnen, ruim twee maanden geleden, nog maar weinig opzien gebaard heeft. Over het hoofd gezien misschien tijdens alle rumoer rond de boekenweek. In korte hoofdstukken, telkens getooid met de titel van een beeld en het jaar waarin het is gemaakt, voert Daanje de lezer de wereld van de beeldhouwers in, om preciezer te zijn de Mirandol Studio’s die ge modelleerd lijken naar de beeldhouwwerkplaatsen zoals je die in Pietrasanta, Toscane, vindt. In deze studio’s werken de steenhouwers, de artigiani oftewel de ambachtslui, aan de beelden die door de beeldhouwers, de kunstenaars, zijn ontworpen.

In het eerste hoofdstuk zet Daanje als in een kiemcel de reikwijdte van haar drama uiteen, dat in de volgende bijna vierhonderd pagina’s grillig uitwaaiert en onontkoombaar zijn beslag zal krijgen. Marin Slingeland is een gevierd beeldhouwster die door een journalist van een prestigieus kunsttijdschrift in de studio geïnterviewd gaat worden over haar werk, in het bijzonder over de zeven plastieken die ze aan het vervaardigen is voor de gemeente. In de studio is aan het werk steenhouwster Nan Geerings, die al 26 jaar het uitvoerende werk doet voor Marin. Vlak voordat de journalist komt, geeft Nan haar niet alleen nog even snel een college in het hoe en waarom van de verschillende steensoorten, maar leent ze haar ook haar werkkleding uit, opdat Marin geloofwaardig op de foto kan.

De toon is gezet. Níet de voor de hand liggende toon van wederzijdse afhankelijkheid, onderlinge concurrentie en jaloezie, maar uitdrukkelijk een toon die zacht is en gecompliceerd. Marin heeft na zoveel jaren haar manier gevonden om zich als kunstenaar te presenteren zonder dat ze haar handen nog vuil hoeft te maken. Nan ziet het aan, doet haar werk in de schaduw en heeft daar vrede mee. Toch blijkt uit de vervolghoofdstukken, die in tijd heen en weer schieten tussen verleden en toekomst en uiteindelijk alle 26 jaren van dit verbond omvatten, dat er het nodige gepasseerd is tussen Nan en Marin. Tot persoonlijk verraad op liefdesgebied aan toe. Niemand in Nans omgeving, haar man, haar dochter, haar collega-artigiani, begrijpt dan ook de loyaliteit van Nan aan Marin. Er verschijnt pas een barst in haar loyaliteit als Nan zich miskend voelt door haar opdrachtgeefster, waarna een onomkeerbaar proces op gang wordt gebracht.

Gezel in marmer is een roman die allereerst wondermooi geschreven is. Daanje heeft een heldere, precieze schrijfstijl, die heel aards is en levendig, en tegelijkertijd op geen enkele manier ernst, emotie en uitwijding schuwt. Zonder enige opsmuk of beeldspraak, hier en daar hoogstens wat plechtstatig, tovert ze de steen, de hakker en zijn omgeving te voorschijn. Dan is er de ingenieuze compositie, die reminiscenties oproept aan die andere grote kunstenaarsroman, Cat’s Eye (1989) van Margaret Atwood. Net als bij Atwood fungeren ook in Gezel in marmer de kunstwerken die in de roman worden gemaakt als bouwstenen voor het verhaal en kun je de roman zelf uiteindelijk als het overkoepelende kunstwerk beschouwen. Tot slot is er de rijkdom van het verhaal en de diepgang van de thematiek. Het kan niet anders of Daanje heeft zich voor haar roman grondig gedocumenteerd.

Natuurlijk gaat het uiteindelijk om het universele drama van meester en knecht, kunstenaar en vakman, originaliteit en plagiaat, talent en ijver. Zo’n drama kan echter alleen maar landen als het geworteld is in een échte wereld. Een wereld waarin slijpstof neerdaalt en waarin aan marmer wordt gelikt, waar een 10 mm slagbeitel wordt afgewisseld door een 22 mm widia job en waar de liefde wordt bedreven op een gipszolder. Nan Geerings groeit in Daanje’s handen uit tot een complexe romanfiguur, geheimzinnig, koppig, misschien begaafder dan ze zelf denkt, van wie het na zo veel bladzijden moeilijk afscheid nemen is. Het lijkt me de hoogste tijd dat ook Gezel in marmer zijn landingsmoment gaat beleven.