Sport

Vallen

In Amerika is het homerunrecord (honkbal) in de profcompetitie Major League geëvenaard. Barry Bonds (43) sloeg in de wedstrijd van zijn ploeg San Francisco Giants tegen San Diego Padres voor de 755ste keer de bal het veld uit, en kwam daarmee op gelijke hoogte met Hank Aaron (Hammerin’ Hank) die het _all-time-_record al lange tijd bezit.

Aaron is een held, dus Bonds wordt ook een held als hij het record verbreekt, zou je denken. Mooi niet, dus. Bonds is de minst geliefde sportman van het land. Hij wordt sinds drie jaar verdacht van dopinggebruik, en dus spuugt het Amerikaanse volk hem uit, hij, die ooit een held was.

Het herinnert ons eraan hoe dun de grens kan zijn tussen het heldendom en de goot. Tussen hemel en aarde.

Het is misschien wel de meest tragische mensensoort: de verguisde sporter. Of sport_held,_ eigenlijk, want je wordt pas verguisd als je eerst een held bent. Daar zijn genoeg spreekwoorden over, met hoge bomen en wind, hoog klimmen en diep vallen en zo meer. Elke verguisde sportheld is tragisch. We hadden Rasmussen: tragisch. Bonds: tragisch. Een gemiste penalty bracht ons Clarence Seedorf weer in herinnering.

Het zijn internationale voorbeelden, maar in Nederland kunnen we ook erg goed verguizen. Beter nog dan in Amerika of Frankrijk of Denemarken. Verguisde helden, daar hebben wij er veel van. Dat is misschien niet vreemd gezien de aard van de Nederlander. Wij zijn geen volk voor helden. We weten niet wat we met ze aanmoeten. We begrijpen ze ten diepste niet.

De paradox is dat we wel helden willen zien, of hebben, omdat ze ons het gevoel geven dat we zelf ook een beetje een held zijn – maar tegelijkertijd vinden we helden ongepast. Onze cultuur is gebaseerd op gelijkheid en eenvormigheid, en excellentie en individualiteit passen niet in het systeem. Geef ons een held, en we willen hem verguizen.

‘In Nederland wil ik niet leven,/ Men moet er steeds zijn lusten reven,/ Ter wille van de goede buren,/ Die gretig door elk gaatje gluren’, dichtte Slauerhoff al.

Over het algemeen hoeft de sportheld maar één ding verkeerd te doen om te worden verguisd. Eén misstap, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, en het is allemaal voor niets geweest. Rasmussen met zijn ene communicatiefout. Johan Cruijff met zijn transfer. Dick Advocaat met zijn ene wissel. Seedorf met zijn penalty, die hij drie, of vier, keer miste. Hilbert van der Duim en de vogelpoep. Geliefd, geloofd, verguisd.

Held zijn in Nederland is niet makkelijk. Dat begreep Marsman ook toen hij schreef: ‘Volk, ik ga zinken als mijn lied niet klinkt;/ ik moet verdrogen als gij mij niet drinkt;/ verzwelg mij, smeek ik – maar zij drinken niet;/ wees mijn klankbodem, maar zij klinken niet.’

Daar sta je dan, als je Dick Advocaat bent en je hebt net Arjen Robben gewisseld. Dan word je, zo lang toegejuicht, in twee dagen de goot in gehoond. Dan ben je een charlatan, een Raspoetin.

Want sporthelden bestaan dankzij sublimatie. De gewone mens die geen belangrijke rol speelt op het wereldtoneel, of in het leven in het algemeen, en die geen fundamentele bijdrage levert aan de vooruitgang van het Land, projecteert zijn verlangens op de uitmuntende sporter, die wél iets betekent voor Volk en Vaderland. De gewone man had zélf die held willen zijn.

Maar de held mag ook weer niet te groot worden. Dan overstijgt hij te zeer het gewone leven, de gemiddelde mens. Dan verliezen we het geloof. Wordt hij te groot, dan wordt er verguisd. Want, met opnieuw Marsman: ‘die eens als zon in ’t zenith heeft gestaan,/ zal bijten in het zand als een kreperend dier’.

De verguisde sportheld houdt ons een spiegel voor. In hem zien wij onze eigen kleine verlangens en frustraties. Ook zien we hoe gemeen we in wezen zijn, hoe afgunstig en egoïstisch.

Paul van Ostaijen heeft het misschien het scherpst weten te verwoorden. In het antioorlogsgedicht Aan een moeder staat een strofe die handelt over een zoon die is gestorven op het slagveld, maar die ook kan slaan op de verguisde sportheld.

Je zoon, moedertje, viel niet voor een gerechte zaak,

maar zijn bloed werd hem afgeperst door allen,

omdat ons de menselike goedheid is ontvallen.

Maar ik, wij, wij allen zijn de moordenaars van je zoon

en elk woord als eer en held is smaad en hoon.

Elk soldaat die valt in de krijg, hij werd getroffen

door een sluipmoordenaar.

Dit zijn wij allen, allen die het geloof verloren.