Vrouwen en hun begeerte

Vallen voor fout

Zeventig jaar na De tweede sekse van Simone de Beauvoir zijn de verlangens van vrouwen vaak nog steeds schimmig en onuitgesproken. Lijkt het nu zo, of zijn verlangen en pijn synoniemen van elkaar?

Ik ben op bezoek bij een strenge feministe in New York. Of nou ja, zo streng is ze ook weer niet. Ze is gewoon de leeftijd voorbij van het eromheen draaien. Op papier laat ze dat al een tijdje zien. Zo schreef ze ruim tien jaar geleden een dun boekje dat ik geregeld ter hand neem. Op het eerste oog is het een van de zovele pogingen van een intelligente vrouwelijke schrijver om haar intelligente voorgangers, ook vrouw, ook schrijvend, te annexeren. Annexeren ja, de oorlogszuchtige variant van analyseren of begrijpen. Kijk naar de essays die schrijvers als Roth, Kundera en Coetzee wijden aan hun vakbroeders en een enkele vakzuster, en een bedaarde canonisering van Grote Literatoren als Dostojevski, Musil en Kafka, en soms dus Woolf, of O’Brien, dringt zich op. In de essaybundels van Woolf, Hardwick, Roiphe, lijkt er iets anders aan de hand: ze gaan in discussie met hun schrijfsters, ze eigenen ze zich toe, werpen ze van zich af, er is een spiegelgevecht gaande.

Dat dunne boekje dat ik geregeld ter hand neem heet The End of the Novel of Love, bespreekt het werk van onder anderen Kate Chopin, Jean Rhys, Willa Cather en Grace Paley, en is dus geschreven door Vivian Gornick. Een indrukwekkende, aantrekkelijke vrouw met katachtig opgemaakte ogen en een aanstekelijke lach. Zij is geïnteresseerd in schrijfsters die zich verzetten tegen het geijkte romantische liefdesconcept; in wier verhalen de heldin op het moment dat ze zou moeten smelten van verlangen naar romantiek en eeuwig samenzijn haar hart voelt ‘verharden’. Ze weet dat het ja-woord het einde van haar vrijheid betekent, ze raakt in paniek. ‘What to do, what to do.’

‘Ik hou van mijn eigen hardened heart’, zegt Gornick, die er prat op gaat na een vergissing op jonge leeftijd nooit meer verzeild te zijn geraakt in huwelijksachtige situaties, ‘maar het verlies van romantische liefde kan nog wel eens aan me knagen’. Volgens haar komt veel ellende voort uit de verwarring van seksuele aantrekkingskracht met liefde. Mannen nemen in tegenstelling tot vrouwen hun hersens serieus, misschien meer nog dan hun geslachtsdeel. Vrouwen verliezen zich graag in een bodemloos verlangen, hangen de zin van hun bestaan op aan die ene onberedeneerbare passie die vaak hun ondergang inluidt. Sterker nog: de dreigende ondergang geeft die passie z’n ware gepassioneerdheid.

Gornick, die als ik tegenover haar zit twee dagen later de gezegende leeftijd van 84 zal bereiken, verzekert me lachend onverminderd volop zin te hebben in seks. Ik geloof haar meteen, zoals ze soepeltjes haar blote voeten onder zich vouwt en met hartstocht zichzelf, en mij, beschouwt. Dat het alleen een beetje een probleem wordt een capabele minnaar te vinden. Als ik haar vertel diezelfde middag nog op bezoek te gaan bij een schrijfster die een groot journalistiek boek heeft geschreven over ‘women and their desire’ kijkt ze me spottend aan. ‘It’s always the same story’, roept ze. ‘Boring!’

Zo ‘boring’ is het boek overigens helemaal niet, al denk ik wel te begrijpen waarop Gornick doelt met die ‘same story’. Sommige verhalen worden we kennelijk niet moe om te vertellen, dan wel te horen.

Bezie die niet aflatende stroom aan films en series die worden gemaakt over het erotisch slagveld, over vrouwen die te veel beminnen, mannen die niet evenredig ‘into you’ zijn, vrouwen die vallen op de slechterik. Zie al die boeken van vrouwen met ‘liefde’ in de titel, al die verhandelingen over seks en begeerte, verboden fantasieën, gijzelende passies, boeken die zich ook nog eens allemaal bevinden in de boekenkast van vrouwen… Het valt me des te meer op nu ik tijdelijk verblijf in het huis van een ander en de bekende boekruggen me aangrijnzen: Schoonheid en begeerte, Hou je nog van me?, De duivelsdriehoek, Ik nog wel van jou, De ontembare vrouw.

Schoonheid, verlangen en pijn zijn synoniemen van elkaar in Three Women, dat eerder dit jaar tegelijkertijd met de Nederlandse vertaling verscheen. Ik zoek de schrijfster op in haar huis in Connecticut, anderhalf uur rijden van New York. Het boek moet dan nog uitkomen en Lisa Taddeo (39) is nerveus, lacherig, schuift de tafel schoon, haalt fruit uit de koelkast, of ik tea wil, coffee? water? Of wat denk je van some pasta? Om haar heen de chaos van het gezinsleven: kinderspeelgoed en stapels te vouwen was. Een van de boekenkasten in haar woonkamer is in zijn geheel gevuld met exemplaren van de Amerikaanse editie van haar boek. ‘Heeft mijn man gedaan’, lacht ze beschaamd. Over support van haar man, fotograaf, heeft ze kennelijk niet te klagen. Hij en hun dochtertje reisden ook met haar mee toen ze research deed. Ze zijn meermalen verhuisd in de afgelopen jaren, allemaal voor de goeie zaak.

‘Ik liep gewoon overal tegen pijn aan. Waar begeerte was, daar was pijn’

‘Toen ik dit boek begon te schrijven, een boek over menselijk verlangen’, schrijft ze in de proloog, ‘dacht ik dat ik me aangetrokken zou voelen tot de verhalen van mannen. Hun verlangens.’ Al interviewend kwam ze erachter dat de verhalen van mannen in elkaar begonnen over te lopen in één groot, knetterend orgasme. Terwijl het vuur van de man doofde zo gauw de nood gelenigd was, leek het voor vrouwen dan pas te beginnen: het wachten, het smachten, het lijden aan de liefde.

Drie vrouwen groeide uit tot een opmerkelijke exercitie: arbeidsintensieve onderzoeksjournalistiek opgedist met literaire middelen, wat wil zeggen uitgekiende cliffhangers, indringende stijl, pregnante metaforen. ‘Ik wilde dat er geen saaie zin in stond’, verklaart ze. Inspiratie was chroniqueur Gay Talese, in wiens baanbrekende Thy Neighbor’s Wife (1981), over de seksuele moraal van Amerika in het pre-aidstijdperk, ze het vrouwelijk perspectief miste. Als waren ze romanpersonages, zo goed leren we ze kennen: Maggie, het middelbareschoolmeisje dat wordt verleid door haar leraar; Lina, de huisvrouw die zich verliest in een buitenechtelijke affaire; Sloane, de restauranteigenaar die zich door haar man laat bewegen seks te hebben met andere mannen, ‘under his eye’. Hun verhalen zijn extreem, maar als je er even over nadenkt niet extremer dan de verhalen van welke vrouw dan ook.

‘Sloane is heel veel gelukkiger dan de meeste van mijn vriendinnen’, relativeert Taddeo. Misbruik, anorexia, verkrachting, the feminine mystique… Het zijn de statiën van het vrouwenleven, door haar natuurgetrouw en evenzogoed spellbinding op het papier getoverd. ‘Ik liep gewoon bijna overal tegen pijn aan’, zegt ze bijna verontschuldigend. ‘Waar begeerte was, daar was pijn.’

Opmerkelijk is het verhaal dat ze in de proloog vertelt over haar moeder, die toen ze jong was en op weg naar haar werk, steevast werd gevolgd door een man die zich achter haar aan lopende aan het aftrekken was. ‘Mijn moeder was een mooie vrouw’, verklaart ze. ‘En misschien had ze medelijden met hem.’ Aanvankelijk sterkte haar dit in het idee hoe acuut de verlangens van mannen konden zijn: het moest nú gebeuren. ‘Presidenten verspelen hun kans op glorie voor een pijpbeurt.’ Later, toen ze research aan het doen was voor haar boek en er dankzij vele gesprekken met mannen achter kwam hoe gemakkelijk zij hun acute noodzaak kunnen verplaatsen naar een nieuw object van verlangen, verlegde haar aandacht zich naar de vrouwen die het een en ander te ondergaan hebben. Lijdzaam? Genotzuchtig? ‘Mijn moeder heeft nooit met een woord gerept over wat ze wilde. Over wat haar opwond of tegenstond. Hád ze wel eigen verlangens?’

De gedachte aan haar moeder verliet haar niet meer, heeft haar nog steeds niet verlaten, merk ik als we over haar komen te spreken. In de proloog schrijft ze: ‘Ik zie nog voor me hoe zij zich opmaakte en een laatste blik op zichzelf wierp in de kleine spiegel in de gang voor ze de deur uitging. Het was een moment dat ik haar seksualiteit voelde, maar het kon zowel iets krachtigs betekenen als iets heel zwaks. Ik voelde nooit haar eigen, bonkend hart.’ Tegelijkertijd blijkt ze het niet echt aan te kunnen als haar moeder na de dood van haar vader op zeker moment wil leren hoe het werkt, internet. En niet gediend is van al te veel hulp. ‘Het is iets wat ik alleen moet doen’, zegt ze tegen haar dochter. ‘Wát?’ vraagt die. Want natuurlijk, het blijkt te gaan om het opzoeken van een man uit haar verleden, naar wie ze haar leven lang nieuwsgierig is gebleven. En dan blijkt dat de dochter eigenlijk niets wil weten over de begeerte van haar moeder.

In het licht van de masturberende stalker begon ze na te denken over wat ze zich zélf eigenlijk niet allemaal had laten aanleunen, niet alleen van mannen, maar ook van vrouwen. In veel van de verhalen die Taddeo aanhoorde, waren het namelijk juist ook de vrouwen die op elkaar macht uitoefenden. ‘Wij zijn er goed in om een andere vrouw het gevoel te geven slonzig te zijn, hoerig, niet mooi, slecht.’ Maggie werd verraden en in de ban gedaan door haar vriendinnen; Lina stond alleen nadat ze op de middelbare school in de val was gelokt en werd verkracht; Sloane kreeg te maken met de agressie van de vrouwen die zich door haar bedreigd voelden. ‘Andere vrouwen kunnen ons zo bang maken dat we ons verstoppen’, zegt Taddeo. ‘We doen alsof we dingen willen die we niet willen, zodat niemand kan zien dat we niet krijgen wat we nodig hebben.’

En dan is er de boodschap die haar moeder haar op haar sterfbed influistert. Taddeo beschrijft dit uitgebreid in haar epiloog. ‘Laat ze niet zien dat je gelukkig bent’, geeft ze haar dochter in haar laatste adem mee. Als ze haar vraagt ‘wie’, antwoordt ze in eerste instantie ‘iedereen’, om er dan aan toe te voegen: ‘Vooral andere vrouwen.’ Als ik haar hiernaar vraag, raakt Taddeo geëmotioneerd. Dat ze niet meer echt de bedoeling van haar moeder kon achterhalen, maar dat dit dus het laatste was wat ze aan haar kwijt wilde. Dat als vrouwen zien dat je gelukkig bent, ze je kapot zullen proberen te maken.

Wat te doen als het huwelijk een eenzaam avontuur blijkt, maar liefde zonder getrouwde status a deadly business is

En van wie worden vrouwen onvergelijkbaar gelukkig, althans degenen die Taddeo tot in ieder dripping detail beschrijft in haar boek? Dezelfde mannen die hen verraden, verwaarlozen, op het hart trappen. Maggie voelt zich door niemand zo beschermd als door de leraar die al gauw iedere betrekking tussen hen ontkent, en zich gedurende de rechtszaak glashard laat uitroepen tot leraar van het jaar. Het seksuele genot dat Lina ervaart als haar minnaar eindelijk even tijd voor haar heeft, ergens langs de kant van de weg, is alle wachten en frustratie waard. Als een junk werpt ze zich op hem, berijdt hem tot het is alsof ‘haar hoofd door het dak van de Suburban heen brak en omhoog zweefde naar de sterren’. Sloane is het meest aangrijpend, misschien omdat ze ook het meest autonoom lijkt, en haar deceptie het grootst is. Mannen zijn egoïsten: zolang hun behoeftes worden bevredigd, denken ze niet na over de gevolgen. Én, komt ze achter: mensen zijn dankbaar als een vrouw toegeeft slecht te zijn en zichzelf straft, bijvoorbeeld door zichzelf uit te hongeren. Het is de enige manier om mensen te bewegen haar hulp te bieden.

Het mag een oud verhaal zijn dat Taddeo vertelt, ze doet het intens. Haar drie vrouwen zouden zo als case-studies kunnen dienen in het hoofdstuk ‘De vrouw en de liefde’ in Simone de Beauvoirs De tweede sekse. ‘Het woord liefde heeft voor de beide geslachten beslist niet dezelfde betekenis en is daardoor een bron van ernstige misverstanden’, schreef die als openingszin van dat hoofdstuk. Met instemming haalde ze Byron aan die opmerkte dat de liefde in het leven van de man een op zichzelf staande factor is, terwijl het voor de vrouw haar hele bestaan is.

Het is opmerkelijk dat zeventig jaar later het animo om de waarheid te onthullen over vrouwen en hun verlangens onverminderd is. Alsof we nooit genoeg krijgen van de suggestie dat er een verschrikkelijk geheim te onthullen is. Alsof we zelf ook een beetje interessanter of mysterieuzer worden als draagster van een ontembare paradox. Luister naar het verhaal waarmee Halina Reijn de lancering van haar eerste film Instinct begeleidt. ‘Ik heb altijd een grote gespletenheid ervaren als het om liefde en seks gaat’, bekent ze in een interview. ‘Ik heb een neiging om soms het verkeerde te willen, terwijl ik mezelf toch als een intelligent en weldenkend wezen zie. Dat is een blinde vlek, die vaak te maken heeft met de liefde.’

In Instinct zien we hoe een met recht foute man – hij zit vast vanwege meerdere gewelddadige seksuele delicten – een emotioneel instabiele vrouw die ook nog eens zijn therapeut is, in zijn web spint. Hij manipuleert haar zodanig dat ze door hem geobsedeerd raakt, en hem achtervolgt als hij voor een paar uur onbegeleid de gevangenis mag verlaten. Het is moeilijk aan te zien hoe hij haar op allerlei manieren vernedert, hoezeer zij hongert naar meer. Ze wil niet en ze wil wel. Als hij haar eenmaal aanraakt, is ze verloren. De enige manier waarop ze zich weet te verweren is een andere man inpalmen, de prototypisch zachtaardige man, die weigert op haar masochistische seks in te gaan. Deze wil tijdens het vrijen worden aangekeken, en na gedane zaken haar omarmen, tot haar grote weerzin.

Het masochisme van de therapeute in Instinct heeft wel wat weg van dat van de pianolerares in De pianiste, de door Michael Haneke verfilmde roman van Elfriede Jelinek. Beide vrouwen hebben een ziekelijke relatie met een alom aanwezige moeder, die niet ophoudt tiranniek te waken over haar jong maar die op het moment suprême geen bescherming kan bieden. Op de achtergrond fungeert de zogenaamde gewone burgerlijke wereld als een verleidelijk maar ook afschrikwekkend visioen, met klinkende glazen en relationele gezelligheid. Als de gordijnen worden dichtgetrokken om de wereld buiten te sluiten, is dat om de vrouw te verkrachten. De enige manier waarop zij wraak kan nemen is de man uiteindelijk in zijn eigen val van lust te laten trappen.

D e schrijfsters over wie Vivian Gornick schrijft in The End of the Novel of Love excelleren ieder op hun manier in het vormgeven van existentiële paniek, onlosmakelijk verbonden met het vrouwelijk lot. Wat te doen, wat te doen, als na het onvermijdelijke ja-woord het huwelijk een eenzaam avontuur blijkt te zijn, maar liefde zonder de beschutting van de getrouwde status ‘a deadly business’ is. Het hoofdpersonage van Kate Chopin loopt de zee in, Willa Cather laat haar heldin vluchten naar het klooster, de vrouwen van Jean Rhys drinken zich een delirium.

Kijk je naar de generatie schrijfsters waartoe Elfriede Jelinek behoort, maar ook Margaret Atwood, Hilary Mantel en Jenny Diski, dan is het spectrum onvergelijkbaar veel groter geworden, parallel lopend met de bewegingsruimte van vrouwen. De paniek is navenant meegegroeid, natuurlijk zou ik bijna zeggen, maar heeft een andere gestalte gekregen. In de romans die zij hebben gewijd aan de dilemma’s van de jonge vrouw op liefdesavontuur biedt de lelijke bruut, de demonische minnaar of de niet toerekeningsvatbare zonderling een ontsnapping aan het burgerlijk bestaan, of in ieder geval een uitstel van executie. In Atwoods debuutroman, The Edible Woman, ontvlucht Marian haar verloofde door zich te verliezen in vrijages met een weirdo, in Diski’s roman Nothing Natural wordt het masochistisch verlangen van Rachel tot in het Instinct-achtige opgerekt. ‘We waren erop getraind om onze geestelijke capaciteiten te koesteren, te gebruiken en tentoon te spreiden, maar nu stelde ons lichaam zijn eisen’, schrijft Mantel in haar roman An Experiment in Love waarin de achttienjarige Carmel erachter komt zich alleen maar te hebben verbééld dat ze hield van een vroegoude klerk. ‘We hadden kennisgemaakt met seks, en seks voedde het verlangen naar het vervolg. Het vrouwtje in ons keek door onze ogen naar buiten en zwaaide naar de wereld.’

In haar schrijversmemoir Giving Up the Ghost merkt Mantel wat dat betreft iets saillants op: ‘Zodra je aan Jane Eyre begint, beseft iedere vrouwelijke schrijver dat ze een verhaal over zichzelf leest.’ Met Jane Eyre schiep Charlotte Brontë het archetype van de denkende vrouw die niet weet hoe ze zich moet voegen in het leven en de liefde. Een vrouw die eerder studieus is dan aantrekkelijk gevonden wil worden, tussen wie en de wereld het wringt omdat het in haar eigen wezen wringt tussen verwachtingen en verlangens, lichaam en geest, spleen en avontuur, de braverik en de wildebras. Seks is een macht die zich letterlijk op zolder bevindt, als een monster dat uitgedreven moet worden.

Lisa Taddeo heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt door nadrukkelijk non-fictie te schrijven over zo’n ongrijpbaar onderwerp als vrouwen en hun begeerte. Van fictie zijn we geneigd meer te accepteren, zeker als de dingen zielig, ongerijmd en dubbelzinnig worden.


Lisa Taddeo, Drie vrouwen. Vertaling Dennis Keesmaat, Nijgh & Van Ditmar. Op 15 oktober is Lisa Taddeo te gast in De Nieuwe Liefde in Amsterdam, op een avond over The Female Gaze (denieuweliefde.com); op 16 oktober spreekt ze de Gerard van Westerloolezing uit in Spui 25 in Amsterdam (verhalendejournalistiek.nl).Van Vivian Gornick verschijnt in november bij Nijgh & Van Ditmar de vertaling van haar memoir The Odd Woman and the City: Een vrouw apart in de stad; een selectie van haar essays komt volgend jaar uit.Instinct is nu te zien in de bioscoop