Adele © Simon Emmett

De kans dat een mens heeft kunnen missen dat Adele een nieuw album uit heeft, is ongeveer zo klein als die dat iemand heeft kunnen missen dat er een virus rondgaat dat Covid-19 heet.

Er zijn inmiddels aardig wat analyses gewijd aan niet alleen de mate van succes van Adele, het feit dat ze inmiddels misschien de laatste mondiale volksartiest is, maar ook aan haar macht. Het beste voorbeeld daarvan is het feit dat ze Spotify ervan wist te overtuigen dat een album niet alleen een samenhangend geheel is, maar bovendien een opbouw kent, en daarmee dus: een volgorde. Het resultaat is dat Spotify de shufflemodus uitschakelde als standaardinstelling bij play. Dat het dat überhaupt was, getuigt al van een grabbelton-mentaliteit die op gespannen voet staat met muziekliefde, maar alleen al voor het overtuigen dan wel afdwingen van dit besef bij de grootste streamingdienst ter wereld verdient Adele een standbeeld.

Haar vierde album is dan ook een voorbeeld van exact het belang van zo’n opbouw: het zwierige Strangers by Nature is een klassieke albumopener, die het thema inleidt, en het filmische Love Is a Game is ook inhoudelijk een werkelijk slotakkoord. Zoals al haar albums is haar vierde vernoemd naar haar leeftijd, en aangezien die 33 is, is er inmiddels De Scheiding – wie er meer over wil weten, kan terecht bij de vele interviews, door Oprah Winfrey tot Paul de Leeuw. Een Echtscheidingsalbum dus, en het verrassende is dat de stijl waarmee Adele beroemd is geworden een voor de hand liggende zou zijn geweest voor daarmee samenhangende onderwerpen als verdriet en afscheid. Maar nog nooit sprak ze zo’n breed muzikaal palet aan als op 30 (niet 33, want vernoemd naar de leeftijd waarop ze eraan begon, en toen kwam de corona-vertraging).

De single die het album voorafging, Easy On Me, is een van de klassiekste Adele-nummers op het album: een pianoballad met kwetsbaarheid in de coupletten en kracht in de refreinen, en de sfeer van vallende bladeren en het vroege zakken van de zon. Maar dat de naam van producer Inflo een paar keer opduikt in de credits is al een teken aan de wand: de man achter de (aanvankelijk mysterieuze) soulhit Sault huur je niet in wanneer je een album lang solo achter een piano wil zitten. In het langste nummer, het zeer fraai gearrangeerde My Little Love, richt Adele zich tot haar zoon, ook in opgenomen gesprekken, waarin het zó persoonlijk wordt dat je je bijna een voyeur waant. Ze is sowieso soms pijnlijk eerlijk, en ook dat is een reden dat dit album de door haar gekozen volgorde verdient: dan ga je mee in de emotionele achtbaan van (zelf)verwijten, (wan)hoop en (on)zekerheid.

Magnifiek, een van haar beste nummers ooit, is het door Inflo geproduceerde en meegeschreven Hold On, dat opbouwt naar een glorieuze gospel, inclusief een zin vol wat cruciale berusting lijkt: ‘Sometimes loneliness/ Is the only rest we get’.

Adele, 30 (Sony Music)