Vallende kadt

Bart Tromp schreef de inleiding van de bundel De deftigheid in het gedrang, een verzameling essays van Jacques de Kadt. Zoals Tromp schrijft, zo zou je wensen dat De Kadt wat vaker had geschreven: compact, informatief, niet weids ronddraaiend in abstracte redeneringen, waarbij je ongeduldig gaat zitten wachten op iets prikkelends.

De Kadt was, met Menno ter Braak en Eddy du Perron het type bemoeizuchtig intellectueel dat wij tegenwoordig alleen nog in de vorm van de columnist kennen. Dat is interessant als het je aan het denken zet, zoals bij de altijd zo heerlijk felle Du Perron. De beschouwingen van Bart Tromp gaan over een onderwerp dat mij slechts moeilijk weet te inspireren: de perikelen binnen de PvdA.
En toch zetten zijn stukken aan tot denken. Ik lees ze altijd. De Kadt, voor de oorlog kritisch communist, na de oorlog Tweede-Kamerlid van de PvdA en ten slotte verbitterd zeurder over jongeren enzovoort, lijkt ieder zelf-denken plat te drukken.
De Kadt grossiert in volstrekt nietszeggende karakteriseringen, zo algemeen en bewegingloos dat je al lezende in slaap zakt. Ik sla een willekeurige pagina op en citeer: ‘Een schrijver en dichter als Bert Brecht is een voorbeeld van iemand die in zijn werk de geest van het communisme weergeeft en die van die geest bezeten is.’
In de eerste plaats denk je bij zo'n zin: Wordt hier iets nieuws verteld of zo? In de tweede plaats denk je: Zou niettemin een zekere toelichting niet op z'n plaats zijn? Wat is bijvoorbeeld de geest van het communisme? En wat is het verschil tussen een geest weergeven en van een geest bezeten zijn? Waar houdt het een op en begint het ander? Dat verschil staat kennelijk voor iets. Of schrijft hij maar wat? Om interessant te doen? Omdat hij zichzelf graag nog een stukje langer ziet schrijven, onvermoede diepten suggererend?
Dat bedoel ik. Je wordt moe van dat soort zinnen en ze brengen je geen stap verder. Voor de volledigheid: Ik heb nog even wat in de omgeving van deze zin rondgeneusd en vond niets van toelichtende of aanscherpende aard.
Een schrijver staat of valt met elke zin die hij schreef. Jacques de Kadt valt.