Vallende stenen en aanslagen in het Brusselse Justitiepaleis

Brussel - Er stond gelukkig niemand, aan de voet van het Justitiepaleis in Brussel, toen er niet lang geleden een stuk steen van de gevel aan de oostkant op de parkeerplaats landde. Of aan de voorgevel, waar brokstukjes en gruis werden gevonden. Dat zou de volgende keer anders kunnen zijn. Volgende keer? Maar dat gebouw moet in de steigers! Juist. Dat staat het ook, al meer dan twintig jaar.

‘Er is een hele generatie die het Justitiepaleis nog nooit zonder steigers heeft gezien’, zei een woordvoerder van de stad, die eist van de federale regering (de eigenaar) dat ze het paleis bevrijdt uit 'het korset van metaal’, in de woorden van Le Soir. De federale regering weigert dat, ze is bang dat de boel dan helemaal instort.

Het Justitiepaleis is het grootste gebouw ter wereld dat in de negentiende eeuw is gebouwd, met meer dan tweeënhalve hectare oppervlakte, en volgens Unesco 'zonder enige twijfel het summum van de eclectische bouwstijl’ die het op zijn wachtlijst heeft staan. Het doemt op hoog boven de Brusselse benedenstad, op de top van een steile heuvel, als een alziend oog en ongenadig oordeler. Zijn koperen koepel is te zien vanuit grote delen van de stad. Mooi of niet, het is een weinig geëvenaard staaltje megalomanie. Hitler vond het prachtig; de beroemde Brusselse art-nouveau-architect Victor Horta noemde het 'cyclopische architectuur’, wordt gezegd, 'ontsproten aan de verbeelding van een dwerg, zonder kennis van de menselijke schaal’. Die dwerg, architect Joseph Poelaert, zou gek zijn geworden en stierf tijdens de bouw.

Vallende stenen zijn niet het enige probleem. Ook binnen is het onveilig, getuige de gewapende ontsnappingen en aanslagen die met regelmaat plaatsvinden. In juni vorig jaar werden er nog een rechter en griffier doodgeschoten. Reden genoeg voor de federale regering om een wedstrijd uit te schrijven over de toekomst van het gebouw. Inzenders kwamen met ideeën als een achtbaan, een gevangenis, of gewoon een grote rots. Een dertigtal is tot 15 mei te bewonderen in het Paleis voor de Schone Kunsten. De winnaar laat de woonwijken die plat moesten voor de bouw van het paleis herrijzen op zijn ruïnes. Hij gaat ervan uit dat het gebouw langzaam maar zeker vanzelf zal verdwijnen.