Valsheid in beeldgeschrifte

Dat moderne technieken het vervalsen van film- en televisiebeelden wel erg makkelijk maken, is bekend. Moderne media kennen geen origineel of negatief dat aan echtheid, laat staan waarheid, kan worden getoetst.

Er zijn mensen die daar zorgelijk over doen, maar misschien betreden we wel een gezond relativerend tijdperk. Als elk beeld vals kan zijn, als geen enkel beeld zich nog kan beroepen op een fotografisch objectief realisme, dan komt er misschien een einde aan de lichtgelovigheid van de moderne kijker. De propagandafilm wordt overbodig, want per definitie ongeloofwaardig. De ernstige waarheidsaanspraken van documentairebeelden verdwijnen voorgoed naar het terrein van de ironie.
Op het ogenblik wordt de vermeende echtheid van de gefilmde werkelijkheid nog krampachtig gekoesterd. Over vervalste reportages in actualiteitenrubrieken wordt steevast schande gesproken. De kijker zou worden misleid. Maar misschien leren we wel dat documentairebeelden zich in principe niet onderscheiden van tekenfilms. Bij animatiefilms verschijnt ook geen bordje in beeld met de tekst dat de beelden niet echt zijn. Misschien is het wel denkbaar dat we het journaal leren zien als een ‘Disney-cartoon’ en dan zal niemand zich meer een oor aan laten naaien.
In Duitsland is veel ophef geweest over de activiteiten van Michael Born. Born leverde als free- lance journalist sensationele items. Bij gebrek aan echte PKK-extremisten, Duitse Ku Klux Klan aanhangers of uitgewezen Kroaten, zette hij de interviews en reportages met acteurs in scene. Het heeft lang geduurd voordat de vervalser Born werd gesnapt en naderhand vroeg iedereen zich af hoe dit mogelijk was. Je zou je ook af kunnen vragen hoe het mogelijk is dat we al die andere beelden wel en ook hebben geloofd en dat het geloven nog steeds doorgaat.
Ik denk dat de 'valse’ bijdragen van Born een stuk leuker waren om te zien dan de zogenaamde echte van zijn collega’s en dat hij daarom zijn waar zo makkelijk kwijt kon. Fake is ook fun.
Ruim vijfentwintig jaar geleden maakte Orson Welles daar al een bijzondere film over. In zijn F for Fake brengt hij een ode aan de kunst van het vervalsen en levert hij met de film zelf ook een staaltje valsheid in beeldgeschrifte af. Hij nam beelden op van een 'bestaande’ televisiereportage, waarin de meester schilderijenvervalser Elmyr de Hory werd geinterviewd door zijn biograaf Clifford Irving. De Hory had menige Picasso, Matisse en Modigliani op zijn geweten. Kundige vervalsingen die nu met een certificaat van echtheid in dure galeries hingen.
Irving schreef op zijn beurt de 'autobiografie’ van Howard Hughes en demonstreerde daarmee evenzeer bedreven te zijn in de kunst van het vervalsen. Welles zou Welles niet zijn als hij de Hory en Irving met de eer zou laten strijken. Hij maakte van zijn ironische essay over vervalsen zelf een vervalsing zodat niemand zich meer af hoeft te vragen wat echt is, want het echte dat is er niet.
De vervalsing in het documentaire filmen biedt veel leuke mogelijkheden. De uitvinding van de film kan worden overgedaan en op naam van een ander geschreven worden - zoals Dick Tuinder deed in De Tijdreiziger, niet bestaande popgroepen kunnen onthullend worden gevolgd tijdens verzonnen tournee’s. Of zoals Rob Reiner deed in This is Spinal Tap. En we kunnen alvast een kijkje nemen in de wereld na een atoomoorlog, zoals Peter Watkins liet zien in The War Game.
Nu is een vervalsing natuurlijk pas echt leuk als we nog een beetje in echtheid blijven geloven. En waarom ook niet. Al eeuwen wordt van de meest fantastische, uit de duim gezogen verhalen gezegd dat ze een kern van waarheid bevatten. Volgens Welles bestaat fake al sinds de Hof van Eden met zijn boom van de kennis van goed en kwaad. Goed en kwaad is sinds die tijd flink door elkaar gehaald. Dus met de verwarring tussen documentaire en fictie kunnen we nog wel een tijdje voort.