Valstrik in de gevangenis

The play’s the thing/ Wherein I’ll catch the conscience of the king’, zegt Hamlet als hij de moordenaar van zijn vader wil ontmaskeren door middel van een toneelstukje, opgevoerd door bezoekende acteurs. Als renaissancistisch drama als dit de kijker in navolging van Hamlet laat nadenken over opvattingen over goed en kwaad heeft het een wrange betekenis in het geval van het opgevoerde stuk in Caesar Must Die, de nieuwe film van Paolo en Vittorio Taviani. Hierin geen Hamlet, maar Julius Caesar, op de planken gebracht door echte criminelen, mannen die vastzitten omdat ze afpersen, drugs smokkelen en moorden in opdracht van de Camorra. Maar ook voor hen gaat het om het stuk. The play’s the thing. Drama als morele valstrik.

In Caesar Must Die, die eerder dit jaar in Berlijn de Gouden Beer won, volgen de Taviani’s een groep echte bajesklanten terwijl zij in een gevangenis in Rome werken aan Shakespeare’s stuk over het doden van de Romeinse generaal die de macht wil grijpen. Het mooie aan de film ligt in de wijze waarop de grens tussen het stuk en de film ongemerkt vervaagt. Neem de anekdote van Brutus’ vriend, die iemand in opdracht van de maffia moest vermoorden en niet wist hoe hij precies te werk moest gaan. In het stuk (in de film) zegt Brutus: ‘If I could remove Caesar’s spirit without opening up his chest…’ Dit wijkt af van Shakespeare’s tekst die luidt: ‘If only we could remove Caesar’s soul/ Without destroying his body!/ But, alas,/ Caesar must bleed for it!’ Het origineel heeft een allegorische, politieke betekenis, terwijl de tekst in de film de acteurs/gevangenen persoonlijk raakt. Zo fuseert Shakespeare met hun leven en is het opvoeren van het stuk een vorm van therapie; de acteurs komen oog in oog te staan met hun eigen verwrongen wereldbeeld waarin geweld centraal staat.

Caesar Must Die is exemplarisch voor de wijze waarop fictie of drama in de gevangenisfilm bij uitstek een existentieel vertelmiddel met een tweeledige functie is: enerzijds krijgt de kijker door het ‘verhaal binnen het verhaal’ inzicht in de psychologische werkelijkheid van de personages, anderzijds komen de personages zélf dankzij het lezen of het spelen van rollen tot nieuwe inzichten over zichzelf en hun relatie tot de wereld. In Hector Babenco’s Kiss of the Spider Woman (1985) werkt dit verhaalmiddel eigenlijk het mooist: in een gevangenis in Brazilië vertelt een man aan zijn celmaat het verhaal van een verzonnen film (een film-in-een-film) om aan de harde realiteit te ontsnappen.

Je zou kunnen zeggen dat fictie of drama in al deze werken zicht biedt op ontsnapping. De leugen brengt vrijheid. Voor de gedetineerden in Rome, maar óók voor Hamlet die door het opvoeren van het toneelstukje wil doordringen tot de waarheid, door het geweten van de daders aan te spreken en zo los te breken uit de ketenen van zijn eigen waanzin. In het geval van Caesar Must Die luidt de vraag of al die mobsters en kleine criminelen in hun eigen valstrik trappen. Hoe lang houdt de illusie van vrijheid stand? Beter gezegd: komen de spelers door het acteren tot zelfinzicht waardoor rehabilitatie en terugkeer naar de samenleving reële mogelijkheden worden? Op die vraag geeft Shakespeare in Hamlet én Julius Caesar een antwoord. Dat wordt overgenomen door de gebroeders Taviani.

Te zien vanaf 12 december

FILM