Valt het doek voor de Vlaamse cinema?

Het zijn donkere tijden voor de betere bioscoop in Vlaanderen. Dat stelde De Standaard afgelopen weekend, naar aanleiding van de voorgenomen sluiting van filmhuis Studio Leuven. Het filmtheater sluit begin januari 2010 zijn deuren, waardoor er slechts vijf filmhuizen overblijven in Vlaanderen.

De aangekondigde sluiting maakte veel los in Leuven. Er werd ogenblikkelijk een actiegroep opgericht op Facebook, die inmiddels bijna zevenduizend leden telt. Tevens gaven meer dan vijfhonderd mensen gehoor aan de oproep om die avond naar de bioscoop te gaan. Helaas is dat mosterd na de maaltijd, concludeert ook uitbater Jan Rostelli: ‘Ze hadden de afgelopen jaren de bioscoop meer moeten bezoeken, dan had ik nu niet de deur op slot hoeven gooien.’ Hij ziet geen andere uitweg dan sluiting, omdat de bezoekersaantallen in vijf jaar tijd met maar liefst een derde afnamen. ‘De jeugd is niet meer geïnteresseerd in cinema. Als zelfs de studenten afhaken, dan heb je een probleem. Ze geven liever geld uit aan een gsm dan aan een bioscoop’, luidt zijn zure conclusie. Walter Vander Cruysse, de baas van het Gentse Studio Skoop, schat de situatie zo mogelijk nog somberder in dan zijn collega in Leuven: ‘Het aantal bezoekers van filmhuizen is in de afgelopen vijf jaar gehalveerd.’

De sluiting van Studio Leuven brengt een veel groter probleem aan het licht, namelijk het cinemabeleid in Vlaanderen. Dat steekt schril af tegen bijvoorbeeld het beleid in Wallonië. Vlaamse uitbaters kunnen niet rekenen op subsidie, terwijl er wel financiële ondersteuning is voor de productie van films. Dat is waar de schoen wringt volgens Rostelli: ‘Wat is het punt als er straks geen zalen meer zijn om de films in te draaien?’ Overigens is er op Europees niveau wel geld beschikbaar voor arthouse-zalen, maar hier zijn strikte voorwaarden aan verbonden. Zo moet de helft van de programmering uit Europese films bestaan, met een garantie voor een minimum aantal vertoningen.

Niet alleen is het lastig om te overleven zonder financiële steun van de overheid, ook kampen de Vlaamse filmhuizen met nog een ander probleem. Ze zien hun publiek wegstromen naar de grotere bioscopen, die sinds enkele jaren ook de artistieke blockbusters vertonen. Uniek in dit opzicht is de cinemagigant Kinepolis, die een aandeel van ongeveer 45 procent in de filmmarkt heeft weten te veroveren. Geen enkel ander Europees land kent een marktpartij van deze grootte.

Het is lastig opboksen tegen deze reus, en Studio Leuven blijkt de eerste te zijn die de handdoek in de ring moet gooien. Gevreesd wordt nu voor een verschraling van het filmaanbod, niet in de laatste plaats omdat het Leuvense filmtheater ook de gastheer was van een aantal filmfestivals. Het is de hoogste tijd voor een radicale koerswijziging in het Vlaamse cinemabeleid, voordat het licht in de filmhuizen definitief uit gaat.