Valutaoorlog

China is een wijs land. Het grootste mondiale armenhuis heeft zich razendsnel ontwikkeld tot de tweede economie ter wereld. Daarbij neemt China zijn verantwoordelijkheid. Door massaal Amerikaanse en Europese staatsobligaties op te kopen, stelt het ons westerlingen in staat op grote voet verder te leven.

Allemaal onzin. China groeit op kosten van het buitenland. De reden dat Chinese televisies en speelgoed zo concurrerend zijn, is dat de renminbi kunstmatig laag wordt gehouden. Een van de methoden om dat te doen, is staatsobligaties kopen in dollars of euro’s. Zo blijven die valuta namelijk lekker duur. Nee, dan Amerika. Dat begrijpt dat de crisis met alle middelen bestreden moet worden. Ook door zeshonderd miljard dollar bij te drukken, zoals de Federal Reserve direct na de verkiezingsnederlaag van Obama’s Democraten besloot. Voor hyperinflatie hoeft niemand bang te zijn. Deflatie vormt een grotere bedreiging.

Heus? In werkelijkheid is Amerika geen haar beter dan China. Door de geldpers aan te zetten, drukt de regering-Obama de koers van de dollar. Zo hopen de VS meer te kunnen uitvoeren en de binnenlandse industrie aan te zwengelen. Gelukkig doet Europa daar niet aan mee - althans Duitsland en Nederland, want onder de knoflookgrens weet je het nooit. Wil de wereldeconomie niet ten onder gaan aan inflatie en schuldenbergen, dan moet er stevig bezuinigd worden.

Het behoeft weinig uitleg dat ook dit laatste standpunt niet de hele waarheid is. Duitsland en Nederland hebben het afgelopen jaar precies dat gedaan waar ze nu Amerika van beschuldigen. Ze hebben zich op kosten van de rest van de wereld uit de crisis geëxporteerd. Daarbij konden ze handig profiteren van de malaise in collega-lidstaten als Griekenland, waarvan de schulden de koers van de euro drukken.

De wirwar aan beschuldigingen en zelfrechtvaardigingen lijkt ingewikkelder dan ze is. In feite doen alle economische machtsblokken hetzelfde. Om meer te kunnen exporteren houden ze de dollar, euro, yen of renminbi kunstmatig goedkoop. Maar juist omdat iedereen vals speelt, is het resultaat nihil. Het heeft iets weg van een schreeuwende menigte die in paniek een brandend gebouw verlaat. Ieder probeert voor zich als eerste door de smalle nooduitgang naar buiten te dringen. Met als mogelijk resultaat dat het hele gezelschap binnen blijft en geroosterd wordt.

Dat laatste wil niemand. Het conflict - IMF-topman Strauss-Kahn sprak zelfs even over een ‘valutaoorlog’ - staat dan ook hoog op de agenda voor de G20-top in Seoul deze week. Wereldbank-baas Zoellick wil de muntcrisis oplossen door een nieuwe gouden standaard in te voeren. Andere prominente politici zullen mooie toespraken houden tegen protectionisme en vóór meer monetaire samenwerking.

Het zal weinig helpen. De bittere realiteit anno 2010 is dat het kapitalisme stagneert. Het is net als in de jaren dertig, of recenter, in het Japan van de jaren negentig. Waar het aan ontbreekt, is een strategie om de wereldeconomie als geheel weer fors te laten groeien. De taart zal de komende jaren niet groter worden. Wat resteert zijn de kruimels. De valutacrisis laat zien dat het gevecht daarover weinig verheffend is.