De indignados van Spanje

Vamos a la plaza!

De Spaanse premier Zapatero heeft vervroegde verkiezingen uitgeschreven voor 20 november. De financiële markten volgen het land met argusogen. Intussen marcheren de nieuwe politieke doe-het-zelvers door het land.

IN SPANJE STAAT een boze generatie op. Het land worstelt al jaren met een afgronddiepe werkloosheid van rond de twintig procent, momenteel 4,9 miljoen personen. Meer dan 43 procent van de jongeren heeft geen baan. Dit is een jeugd die geen toekomst heeft, een verloren generatie. Sin trabajo, sin casa, sin pensión, sin miedo! zoals een van hun slogans luidt. Ze zitten zonder werk, zien geen mogelijkheid een koop- of huurwoning te betalen en geloven niet dat ze aan het eind van het liedje een oudedagvoorziening zullen krijgen. Maar ze hebben de onderdrukking van het Franco-regime nooit gekend en zijn dus niet bang! Ze zijn indignado, verontwaardigd over de fatale sociaal-maatschappelijke situatie waarin het land verkeert. Massaal gaan ze de straat op, omdat ze toch al op straat staan.

De oproep van ¡Democracia Real YA! (DRY) om tegen het heersende tweepartijenstelsel te protesteren - links de Partida Obrero Socialista Español en rechts de Partido Popular - heeft vanaf 15 mei verrassend snel gehoor gekregen. De beweging noemt zich sindsdien Movimiento 15M. De indignados bivakkeerden op de pleinen van de grote steden, ook ’s nachts, zodat er allengs campingtentjes aan te pas kwamen. In het hele land besloten ze ook na de verkiezingen van 22 mei te blijven kamperen om actie te voeren. Op Puerta del Sol in Madrid was het op 13 juni afgelopen, om geen overlast te veroorzaken. Op Plaza Cataluña in Barcelona belemmert een kampement de doorstroming van verkeer en voetgangers niet. Dus voorwaarts: Yes we camp!

Na anderhalve maand bezetting werd Plaza Cataluña op 30 juni ontruimd, in het holst van de nacht. De dag ervoor leek het nog goed te gaan. Het stadsbestuur had meerdere vaste stands beloofd, mits het kampement zou verdwijnen. De chaotische acampada moest veranderen in een ordelijke vergaderplek, waar burgers zouden kunnen discussiëren over hoe Spanje verder moet. Ten teken van hun goede wil braken de demonstranten meteen wat barakken af. De volgende dag zagen ze vier vrachtauto’s van de gemeentereiniging verschijnen en maakten ze van de gelegenheid gebruik de open vesting op te schonen. Er werd uiteindelijk maar één infokeet van vier bij twee meter gebracht. Het hok werd afgewezen en een communiqué luidde: ‘Hier zijn we en hier blijven we!’ Dat stond ook op een gekantelde matras gespoten, in bloedrode letters. Op een dekzeil van de centrale keuken kalkte iemand Indignados, engañados! Desmentimos! 29-6-11: 'Verontwaardigd, misleid! Tegenspraak! 29 juni 2011’.

OM DEZE FELLE REACTIES te kunnen begrijpen moeten we teruggaan in de tijd. Na het begin van de landelijke protestacties op 15 mei ontstond op Plaza Cataluña een kampement als vrijplaats voor wat de Agora XXI moest worden, het vergaderplein van de 21ste eeuw. Eind mei verschenen de eerste kampeertentjes op de gazons en plantsoenen aan de buitenrand van het plein, waar later zelfs een moestuin vruchten begon af te werpen. Ik zag kroppen sla geoogst worden, vers uit de bodem van het bekendste plein in Barcelona. Het povere tentendorp vormde een schril contrast met het erbovenuit torende luxewarenhuis El Corte Inglés.

Op de cirkelvormige binnenrand van het plein verrees een wrak gehucht, voornamelijk van dranghekken, pallets en dekzeil, als pleisterplaats voor diverse commissies die de organisatie regelden. De ordedienst Samson Indignat bijvoorbeeld, die herrieschoppers en dronkenlappen moest weren. Die Samsons werkten ook politieagenten in burger weg. Naar mij is verteld, had men last van infiltranten die spioneerden of de orde verstoorden.

Een asamblea kwam tot leven, een dagelijkse volksvergadering waar ieder zijn zegje kon doen. ’s Avonds rond negen uur werden communiqués voorgelezen over wat gebeuren moest. Discussierondes begeesterden de aanwezigen. Wapperende handen in de lucht bij instemming, een gedragscode voor geluidloze communicatie. Een van de entrees tot het plein, waar busjes onbelemmerd door traptreden kunnen binnenrollen, was met betonnen wegversperringen afgezet. No pasarán! stond erop gespoten, 'Ze zullen er niet doorkomen’, de leus uit de Spaanse Burgeroorlog van de republikeinen tegen de falangisten. En ze kwamen er niet door.

Op 27 mei probeerde de Mossos d'Esquadra, de Catalaanse rijkspolitie, de manifestanten van het plein te slaan. Ze moesten ruimte maken voor de fans van Barça, voor als FC Barcelona een dag later de Champions League zou winnen. Bij verscheidene charges hakte de als robocops uitgeruste oproerpolitie keihard op de indignados in, die het lijdzaam verdroegen. Het leidde tot 120 gewonden en zelfs gebroken botten. Felip Puig, de verantwoordelijke politicus, rechtvaardigde zijn ingreep tegen de 'guerrilla urbana’ met de vermeende agressiviteit van de actievoerders, zonder een spoortje bewijs. Puig ontving een schriftelijk verzoek van Amnesty International om het offensief van de Mossos niet onbestraft te laten. Het debacle werkte bovendien averechts. In de middag, nadat de politie afgedropen was omdat de mensenmenigte weigerde te wijken, werd Plaza Cataluña weer door duizenden demonstranten bezet. De voetbalvictorie vierden de fans toen maar bij de Arc de Triomf.

Op Plaza Cataluña werd verder gebouwd. Een volksbibliotheek bijvoorbeeld, een hut waar je boeken en tijdschriften kon achterlaten. Er kwam een krakkemikkig inzamelingscentrum, de commissie infrastructuur, waar alles naartoe ging wat een kampement gebruiken kan, van verband en medicijnen tot papier, karton, pennen en stiften, van bouwmaterialen (hout, zeil, staaldraad, touw en tape) tot batterijen. En ieder dorp heeft voedsel nodig. Het leeuwendeel kwam van La Boquería, de bruisende grootmarkt aan de Ramblas, waar dagelijks onverkoopbaar maar goed eetbaar spul overblijft. De groente- en vleesverkopers bewaarden het graag. Zo bleef de open vesting tamelijk zelfstandig, met een breed opgezette gaarkeuken, open van twee tot acht.

Er waren ludieke acties. Nerea bakte op het heetst van de dag op het door de blakende zon verhitte plaveisel twee eieren. Niet om te eten, maar als statement. Volgens haar zijn het verontwaardigde eieren. Ze heeft het ook op bordkarton gekalkt: Huevos indignados. Als een Spanjaard 'huevos’ heeft, dan betekent dat ballen, gore lef. En estoy hasta los huevos betekent: ik ben het meer dan zat! Bovendien is eitjes bakken op door de zon heet gestraald steen ecologisch verantwoord.

Verderop stuit ik op een huiskamer in de openlucht, met bijzettafeltje, een plantje en meer gezellige spulletjes. Drie jonge filosofen kijken vanaf hun sofa naar een uit karton gesneden raampje, dat met latjes versterkt op een krukje balanceert, met blauwe rietjes als antenne. Dat is hun tv. Door het passe-partout starend hebben ze mooi zicht op het plein. Bovendien is hun toestel intercommunicatief. Vanaf de andere kant kan ik de huiskamer bekijken, door hetzelfde raampje. Er staat Televolution op. De harige heren demonstreren tegen telebasura, het buisvuil dat op televisie de overhand genomen heeft. Ik mag komen zitten. Kasperi uit Finland, die als één druppel water lijkt op de beeltenissen die we van Jezus kennen, is met slagzinnen bezig. Watch it, don’t watch shit is fonetisch geslaagd en past ook inhoudelijk goed. Don’t be televised vindt de Fin cruciaal.

WAT BEZIELT DIT lollige volkje pleinkrakers? Vertegenwoordigen ze een idee? Het antwoord hierop heeft vele facetten. Er leeft diepgeworteld ongenoegen in Spanje. Indignado is men over de socialistische regering die het mes zet in sociale voorzieningen en ook een wet aannam die de mensen tot 67-jarige leeftijd verplicht door te werken. En dat in een land waar, naar het zich laat aanzien, weinig werk zal zijn. Waar te weinig werkgelegenheid is, zou arbeid verdeeld moeten worden, zou iedereen minder moeten gaan werken. Het opschroeven van de pensioengerechtigde leeftijd levert geen werk op. Dat is niets anders dan uitsparing van twee jaar gelduitkering. Vóór hun 67ste moeten ouderen maar zien hoe ze het rooien. De jeugd vindt geen baan en van een Spaans pensioentje kan men nauwelijks leven.

Daarbij komt de onnodige woningnood. Het probleem heet leegstand. Spanje vergoot de afgelopen jaren meer beton dan alle Europese landen samen. Neem het 21 verdiepingen hoge kusthotel El Algarrobico, een symbool van corruptie, dat illegaal in het natuurgebied Cabo de Gata verrees, boven Carboneras. De bouw werd gestopt, de toeristenpiramide vervalt en Greenpeace heeft het witte fiasco al eens met groen dekzeil ingepakt om het te laten verdwijnen. De wanstaltige kolos zal ooit gesloopt worden, maar dat duurt nog even. Het kost miljoenen.

Ga ook eens naar Seseña, een half uurtje rijden onder Madrid, waar op gortdroge woestijngrond een compleet nieuw woonoord is gebouwd. Het monsterlijke complex is klaar en wacht op klanten. Francisco Hernando, de projectontwikkelaar die dit grootste woningbouwproject in Europa op touw zette, dacht binnen te lopen. Hij zou 13.500 appartementen bouwen, realiseerde er uiteindelijk 5600, maar moest zijn slaapstad gedeeltelijk aan schuldeisers verkopen, banken natuurlijk, die de appartementen toen met veertig procent korting aanboden, zonder veel succes. Niemand wil in die woestenij wonen, in een betonnen burcht waar geen leven is.

Landelijk staan circa zevenhonderdduizend gloednieuwe appartementen leeg en legio onvoltooide bouwprojecten zijn stilgelegd. Toch zouden jongeren die een bestaan willen opbouwen graag eens op zichzelf wonen. In Barcelona kan dat nauwelijks. Noodgedwongen hokken ze soms tot ver na hun dertigste thuis, zonder perspectief op verandering. Wie weet dat het minimumloon in Spanje 641 euro bedraagt, terwijl de huurprijzen tussen de zeshonderd en duizend euro zweven, begrijpt de problematiek al beter. Zelfs voor wie financiële ruimte heeft, is een hypotheek niet attractief. Het betekent levenslang afbetalen.

Indignado zijn ze dan ook over de hoeveelheid oudbouw waar alleen muizen en spinnen huizen. Er moet nodig een wet tegen leegstand komen, dan zou veel woonruimte vrij komen en ook het huurniveau dalen. Boze tongen beweren dat dit niet gebeurt omdat het vastgoed grotendeels in handen is van banken. Wegens de stagnerende verkoop stijgt het huuraanbod wel sinds kort, met iets dalende prijzen. Maar kopen of huren, het blijft te duur. Ik ken een kunstenares die een uitgewoond appartement nam. Er zat aanvankelijk geen keuken en toilet in. Zelfs alle deurposten waren er uitgesloopt. De eigenaar deed er niets aan en toch was de huur achthonderd euro. Toen dat onlangs bij verlenging van het huurcontract twaalfhonderd euro moest worden, was het afgelopen.

Iets moois krijgt de Barcelonese burger echter ook. Tunnelboormachines graven dagelijks metrogangen en de hogesnelheidstrein AVE komt ook ooit af. Het vernieuwde metroknooppunt Sagrera, bouwkosten 87 miljoen euro, is gigantisch. Het hoofdstation Barcelona-Sagrera, kosten 667 miljoen, wordt nog groter. Naar ontwerp van architect Bofill kwam er een flitsende terminal op het vliegveld en daar in de buurt, bij El Prat, ontstond de grootste Europese fabriek om zeewater te ontzilten. En dit is lang niet alles.

In 2008 viel bouwwoede samen met droogte. De Catalaanse stuwmeren stonden bijna leeg. Fonteinen werden drooggelegd en de straten maar twee keer per week schoon gespoten. Zoet water uit de Rhône werd naar Spanje verscheept. Er werd opgeroepen por favor minder te douchen. Maar de watersnood lag niet alleen aan het uitblijven van neerslag. Verzwegen bleef dat beton niet met zeewater aangemaakt wordt. Toch bleef zoet water goedkoop. Pas nu, na stopzetting van veel bouwprojecten, stijgt de waterprijs, terwijl de stuwmeren vol staan. Reden genoeg om indignado te worden.

Twee tamelijk nutteloze vliegvelden vergden kapitalen. Met gemiddeld 52 passagiers per dag is Aeropuerto Central Ciudad Real, aanlegkosten 1,1 miljard euro, een financiële strop. Op het vliegveld van Castellón, bouwkosten 150 miljoen, is nog nooit iets geland. De lijndienst van de hogesnelheidstrein tussen Toledo en Albacete, met dagelijks gemiddeld negen passagiers bij achttienduizend euro exploitatiekosten, is onlangs opgeheven. Overal zijn er investeringen waar alleen aannemers beter van lijken te worden.

Er zijn bovendien allerlei corruptieschandalen aan het licht gekomen die de gemoederen bezighouden. Justitie zeilt eromheen. Baltasar Garzón, de integere onderzoeksrechter die de misstanden te lijf ging en ook de misdaden van het franquismo begon na te trekken, is door de rechterlijke macht meer aangepakt dan ondersteund. Het Hooggerechtshof schorste hem, onder meer omdat hij over het Franco-regime niet onpartijdig zou zijn. Geen wonder dat veel mensen hierin morele corruptie zien.

Op 19 juni demonstreerden hele gezinnen, opa’s en oma’s erbij, overal in Spanje. In Barcelona ging het om honderdduizend indignados, volgens DRY 270.000. Al die stemmen van verontwaardiging worden één schreeuw. Ze willen niet dat in welzijn geknipt wordt, ze willen niet voor een crisis moeten boeten terwijl de bankwereld geen offers wil brengen. Woest zijn ze op de socialistische premier José Luis Rodríguez Zapatero, die het laat gebeuren alsof hij bij het rechtse kamp hoort. Uitgerekend hij zet het mes in gezondheidszorg en volksvoorzieningen. Dat past niet bij het pact dat die kiezer met hem gesloten dacht te hebben.

DE TOORN IS VERDER gevoed door een opstel van Stéphane Hessel, een 94-jarige Fransman die in Nederland niet erg bekend is. Zijn flinterdunne pamflet Indignez-vous! werd in oktober 2010 gepubliceerd. Er zijn er tot juni twee miljoen van verkocht, in Spaanse vertaling, ¡Indignaos!, een half miljoen. De Nederlandse uitgave, zwak vertaald met Neem het niet!, verscheen in april. Hessel, die in de oorlog in het verzet zat en later diplomaat werd, ziet de sociale gerechtigheid in Europa vertrapt worden door het ongebreidelde marktdenken en roept op tot vreedzaam verzet. Onverschilligheid is het ergste, aldus een hoofdstukje uit het boekje.

In Spanje kwam het pamflet Reacciona ('Reageer’) er nog bovenop. Tien redenen om tegen de politieke, economische en sociale crisis te ageren, met ook een bijdrage van onderzoeksrechter Garzón. Daarmee zijn de Spaanse verongelijkten opgestaan. Ze ontwikkelen velerlei vormen van protest, ook met taal. No hay pan para tanto chorizo is een van de meest gescandeerde leuzen. 'Er is geen brood voor zo veel…?’ Nee, chorizo is hier niet de pikante Spaanse worst. Als tweede betekenis is un chorizo een vuige kruimeldief. Zoals het met het geloof in de kerk al lang het geval is, is het geloof in politici sterk tanende. 'Políticos, banqueros: basura orgánica!’ zeggen de indignados: 'Politici, bankiers: organisch afval!’ Ze worden toenemend gezien als een stelletje zakkenvullers of complete nietsnutten. Bij elke verkiezing voelt men zich bij voorbaat bedrogen. Nuestros sueños no caben en vuestras urnas is dan ook een populair lemma, 'Onze dromen passen niet in jullie stembussen’. En er heerst wanhoop. No me llega el mes al final del dinero drukt dat uit: 'Aan het eind van het geld haal ik de maand niet’.

Zo bloeide het protest voor de verkiezingen van 22 mei op. De indignados vinden dat de politieke structuur vastgeroest is. Error 404 - Democracia Not Found las ik op een karton aan een paal. Als bij een computer zijn fouten in het besturingssysteem geslopen. Alles moet opnieuw opgestart worden, met sistema 2.0, een nieuwe versie van het verouderde programma. Het economische stelsel moet het welzijn van de mens en zijn planeet dienen, niet omgekeerd.

DRY ziet in directe democratie een oplossing: de volkswil aan bod, met referenda. Vraag Spanjaarden naar de oorlog in Afghanistan en het gros zal zeggen dat de troepen eergisteren al naar huis moesten. Er zijn 97 militairen gedood en het prachtproject kostte al meer dan 2.040.000.000 euro. De burgers geloven ook niet meer in het brengen van democratie in primitieve landen, met een pistool op de borst van de bevolking. Maar Zapatero wil zijn troepen pas in 2014 terugtrekken. Dat is niet wat de Spanjaarden willen. Breng die mooie democratie eerst maar eens in eigen land in orde voor je haar naar andere woestijngebieden exporteert! Bij de communale verkiezingen van 22 mei is Zapatero dan ook zwaar afgestraft. Er is geen indignado die blij is met het gevolg hiervan, maar het provinciebestuur is in bijna het hele land in handen gevallen van de Partido Popular, zelfs in Extremadura, na 28 jaar socialisme.

22 JUNI. Ik ben weer naar de acampada getogen. Boven de infobalie van een barak hangt een spandoek. International - Linking The Revolutions. Hier wordt onophoudelijk gewerkt aan contacten met indignados overal ter wereld. Onvermoeibaar turen lieden naar laptops. Ze typen, schrijven, noteren koortsachtig over de beweging in het buitenland of over wat er daar over de Spanish Revolution gebracht wordt. Ik tracht de aandacht van Oli te trekken, een drijvende kracht in het geheel, maar hij is met de planeet in contact en paft onafgebroken sigaretten, aan zijn beeldscherm gekluisterd.

Johnny, een wakkere Surinamer uit Amsterdam, kan me te woord staan. Hij kwam weken geleden naar Barcelona en wilde eigenlijk verder trekken. Agora XXI kwam ertussen. Daar werkt hij naar hartenlust mee als vrijwilliger. De nodige elektriciteit kwam eerst van een afgetapte lantaarnpaal, maar er trad soms kortsluiting op en dan zat heel Plaza Cataluña zonder stroom. Ergens is toen een stroomhuisje gekraakt. Victor, een bebrilde knaap uit Salamanca die voor infrastructuur zorgt, heeft de riolering gekraakt. Het plein mag niet naar poep en pies ruiken, maar het geld voor de huur van chemische toiletten is op. Victor trok een rioleringsput open en bouwde er met dekzeil een tent omheen. Daar kan iedereen zijn of haar behoefte doen; doortrekken hoeft niet, want uit een tuinslang stroomt permanent water de straatput in, getapt uit de gekraakte waterput die ook de keuken bedient. Doortastende oplossingen in hoge nood, effectief en burgerlijk ongehoorzaam, naar het motto No pagamos vuestra crisis!, 'Wij betalen jullie crisis niet!’

Johnny vertelt meeslepend. Toen hij arriveerde, was het een zooitje. Overal blikjes, lege flessen, rommel gewoon. Hij ging spontaan 'soppen’ om de goegemeente bewust te maken dat je, wil een bezetting lukken, respect moet tonen voor de plek. Het plein is inderdaad opvallend schoon. Er moet vooral geen irritatie ontstaan, weet Johnny. Daarom wordt er geen alcohol verkocht en niemand mag muziek laten klinken.

De ontwakende politieke doe-het-zelvers zijn antikapitalistisch, vinden dat de maatschappij door financiële machten gekneveld raakt. Volgens hen is het te simpel gedacht dat er geen betere remedie is dan bezuinigen, terwijl grote bedrijven en banken floreren. Er moet een herverdeling van de welvaart komen. Daartoe zijn ingrijpende politieke keuzes nodig, zeker als men geen revolutie, maar evolutie wil - Eso no es revolución, es evolución! zoals een van de leuzen luidt. Dát leeft onder de mensen in Spanje, in IJsland en natuurlijk in Griekenland, waar ze er mordicus tegen zijn om volkseigendom zoals stranden en staatsbedrijven te privatiseren, alleen om de door regenten gegenereerde schuld aan geldschieters te bekostigen. Zouden wij Nederlanders zonder protest het Noordzeestrand of de Waddeneilanden verkopen?

23 JUNI. Ik zit op een warme zomeravond in hartje Barcelona in een boomhut. Voordat ik mijn klimpartij begon, liet Lupe (22), de bouwtechnicus van dit appartement, me van bovenaf weten ontdekt te hebben dat er geen wet bestaat die het wonen in bomen verbiedt. Hij begon meteen te bouwen, met indrukwekkend resultaat. De eerste verdieping van zijn flat, gemaakt van dranghekken, planken, bedspiralen, balken, pallets en matrassen, is het grootst en wordt dagelijks uitgebreid met balkons. Daarboven zweven tussen de takken nog meer niveaus, toegankelijk via touwladders. Overal hangen bedden tussen het groen, dertien stuks volgens Lupe.

Eigenlijk is hij zeefdrukker en maar net begonnen met bouwen in bomen. Het kan beter, mooier. Lupe wil zelfs een douche fabriceren. De constructie is gecompliceerd, zo zonder spijkers of schroeven. Om de boom niet te bezeren bevestigt hij alles met kabeltouw. Tussen zijn boomhuis en dat van Jordi is een circusnet gespannen. Daar wordt veel gekeuveld, zwevend tussen hemel en aarde. De jonge Dimitri wil binnenkort het Isla de Cabrera bezetten, het geiteneiland dat onder Mallorca boven de zee uitsteekt. Hij heeft een boot waarmee ze eerst naar Ibiza varen. Jordi gaat mee en Lupe ook. Libre como el viento staat in zijn nek getatoeëerd, 'Vrij als de wind’. Aan zijn nest bungelt een bord: Casa Arból - Una casa en un arból representa la lucha por la derecha a la vivienda, 'Boomhutten in de strijd voor recht op woonruimte’.

De volgende morgen praat ik in de bidonville van Plaza Cataluña met Esther, organisatrice van de marcha popular indignada naar Madrid. Op 25 juni gaan honderd mannen en vrouwen te voet naar Madrid. Ze moeten op 23 juli aankomen, willen onderweg in de dorpen informatie verzamelen en hopen onderweg steeds meer mensen mee te trekken. Vanuit Cádiz is al een colonne vertrokken en vanuit Valencia ook. Uit alle windrichtingen komen ze, lopend naar Madrid, onder de brandende zon, een maand lang. Barcelona-Madrid: 652 kilometer!

BARCELONA, 20 JULI. Rond 7500 indignados marcheren tegen de bezuinigingen in de gezondheidszorg naar het parlementsgebouw in het Parque de la Ciudadela. Een van de leuzen luidt: The show must go off. Voor de parkhekken stuit de mensenmenigte op een cordon Mossos. Tegenover hun laarzen ontstaat op het asfalt een sit-in. De asamblea besluit met alle wapperende handjes in de lucht op 15 oktober een manifestatie met internationaal karakter te houden. Dat kan, het protest groeit wereldwijd. Kijk maar naar de kampeerders op Boulevard Rothschild in Tel Aviv, die betaalbare woonruimte willen, of neem het initiatief Occupy Wall Street dat op 17 september een kampement in New York wil realiseren.

Madrid, 23 juli. Bij aankomst van de marchas indignadas wordt de Paseo del Prado een camping. Puerta del Sol moet vrij blijven voor protestmanifestaties en is ’s avonds propvol. Gregorio Herrero (71) vertelt opgetogen dat hij helemaal uit Malaga is komen lopen voor een rechtvaardiger samenleving.

Een dag later is een colonne van 35.750 indignados op de been. Zeeën van mensen, borden en spandoeken domineren het straatbeeld, met leuzen als Derecho a techo, 'Recht op een dak boven je hoofd’, Democracia económica, of Paguen la crisis sus culpables, 'Laat de schuldigen hun crisis betalen’. Tientallen rebellen overnachten weer op Sol.

25 juli, Parque del Retiro, Madrid, I Foro Social 15M. Ook Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz is present op dit eerste congres van de indignados die de hele dag over sociale, economische en politieke kwesties debatteren en strategieën voor de toekomst uitstippelen. Een commissie besluit een protestmars te organiseren die 8 oktober in Brussel moet arriveren.

27 juli, Congreso de los Deputados, Madrid. Vijf indignados weten met een truc (elegante kledij) en een smoes (ze zouden in het Palace Hotel verblijven) een politiecordon te doorkruisen. Eigenlijk doel is het parlementsgebouw, waar een lijvig document wordt overhandigd waarin alle problemen staan die tijdens de mars op Madrid in de dorpen zijn geïnventariseerd. Groot succes, op naar huis!