Opheffer

Van A tot Z

A = Allochtoon. Vroeger «anderstalig», wat een beter woord is. Allochtoon is een ander woord voor neger of jood of buitenlander. We hebben last van allochtonen, maar in plaats van ze te helpen (in het land van herkomst) gaan we ze verbieden.

B = Beerput. Elke aannemer laat zijn eigen beerput financieren door een afkoopsom van het Openbaar Ministerie.

C = Coïtus. Woord is in onbruik geraakt. Het woord is enger dan de daad zelf. Staat voor neuken. Er wordt te weinig geneukt door de Nederlandse man.

D = Dakloos. Een dakloze is iemand met een mobiele telefoon die je bij Albert Heijn een schuldgevoel aanpraat terwijl hij net zo'n hoge uitkering heeft als ieder ander.

E = Eigenheimer. Nederlandse aardappel die aan het verdwijnen is.

F = Flikker. Ik mocht van mijn ouders geen «flikker» tegen homo’s zeggen. Ook niet «nicht». Ik moest «homoseksueel» zeggen. Is er vooruitgang? (nee, zie I.)

G = Gangster. Lees maar in de krant: of het is een afrekening in het criminele milieu of het zijn allochtone jongeren. Nooit meer eens Italianen of iemand als Gerrit de Stotteraar.

H = Hoer. Is bezig uit straatbeeld te verdwijnen door internet. Is dat vooruitgang?

I = Imam. De priester van vroeger, maar dan moslim. Moet in de maling worden genomen.

J = Jood. Een moderne jood is tegen Israël en voor een Palestijnse staat. Een gewone jood houdt van Israël en vindt het vervelend wat er nu gebeurt. Een oude jood stemt op Sharon.

K = Kut. Mag je tegenwoordig gewoon gebruiken. Is wel jammer.

L = Laf. Lafheid is de beste smeerolie van een maatschappij.

M = Meer. Naarmate de mens meer heeft, wil hij magerder worden. Het streven naar meer is altijd: meer geld. Nooit: meer wijsheid.

N = Niets.

O = Omroep. Het rare is: wij hebben de beste tv-programma’s, maar ook de slechtste. Als je alle programma’s op een hoop zou gooien en je zou het een cijfer moeten geven, kwam je toch op een drie uit. In België een zes.

P = Pakkans. Dat is een soort munteenheid voor misdadigers. Hoe groter de pakkans, hoe minder misdaad. In Nederland is de pakkans klein.

Q = Altijd een moeilijke letter om iets leuks op de verzinnen.

R = Rotzooi. Linkse mensen spreken vaak van rotzooi als ze een maatschappelijk verschijnsel negatief beoordelen. Rechtse mensen bedoelen met rotzooi altijd de straten die vuil zijn.

S = Slaaf. Heb je eigenlijk niet meer. Nu moet er een monument voor komen en herstelbetalingen. Onzin.

T = Toetssteen. Een CDA-woord.

U = Ulevel. Een CDA-snoepje.

V = Vaderland. Het is raar, maar «vaderland» hoor je tegenwoordig weer in de betekenis die het had in 1935. Nederlandse militairen gebruiken dit woord gelukkig nog niet. Zij vinden het juist leuk om «iets voor die Afghanen» te doen.

W = Wet. Als je bereid bent wat vrijheden op te geven, zou je met minder wetten toekunnen. Hoe meer vrijheid, hoe meer wetten, maar hoe meer wetten je dan ook kunt overtreden.

X = Xantippe. De meeste vrouwen zijn Xantippes, dat praat niemand me meer uit mijn hoofd.

IJ = IJburg. Wordt een nieuwe wijk in Amsterdam. Er is alleen zand, maar de huizen die er worden gebouwd, zijn al vergeven. Als de wind goed staat, ruik je de corruptie.

Z = Zendingsdrang. Zie je tegenwoordig niet veel meer, jammer. Door zendingsdrang ontstonden nieuwe kranten, tijdschriften, politieke bewegingen, nieuwe geloven. Er zou wat meer zendingsdrang moeten komen.