Van aartsen en de media

Een van de minder voor het voetlicht tredende nevenwerkingen van het bloedbad op Oost-Timor is de enorme druk die de kwestie uitoefent op de Nederlands-Portugese betrekkingen. Nederland en Portugal traden in het verleden beide op als kolonisator van het eiland, een tijd lang zelfs gezamenlijk, maar anno 1999 staan de twee gewezen koloniale grootmachten lijnrecht tegenover elkaar.

Eerder deze week vond op het Binnenhof een demonstratie plaats van Portugezen in Nederland die protesteerden tegen het Nederlandse Indonesië-beleid. Portugal ging na de omverwerping van het autoritaire regime van de erven-Salazar op 25 april 1974 haastig over tot het zelfstandig maken van Oost-Timor, om het onmiddellijk daarop veroverd te zien worden door Soeharto. Daarna begon er een nimmer aflatende diplomatieke campagne vanuit Lissabon voor de geknechte Timorezen, die in de rest van Europa - Den Haag voorop - vooral stelselmatig werd genegeerd. Nergens ter wereld werd het referendum in Oost-Timor zo nauwlettend gevolgd als in Portugal. Nadat Jakarta de uitslag met een massamoord beantwoordde, vonden in steden als Lissabon en Porto aan de lopende band massademonstraties plaats. Aan een actie om drie minuten stilte in acht te nemen voor de bevolking in het gewezen overzeese gebiedsdeel werd massaal gehoor gegeven, evenals aan de oproep van de krant Diario de Noticias om als teken van protest in het wit gekleed te gaan. De socialistische president Sampaio en zijn voorganger Mario Soares - tegenwoordig actief als europarlementariër - gingen voor in de nationale woede. Voorganger Miguel Portes van het Portugese GroenLinks - Bloc de Esquerda - ging zelfs in hongerstaking tegen Jakarta. Waarnemers spraken van de grootste openbare commotie in het land sinds de Anjerrevolutie. De Portugese staatszender RTP I bracht vierentwintig uur per dag nieuws uit Dili en omstreken, en bracht daarmee ook de miljoenen Portugezen buiten het moederland in beweging. De grote Luso-Amerikaanse gemeenschap in de Verenigde Staten sprak een direct dreigement uit aan het adres van president Clinton. Als Clinton passief zou blijven toekijken op de slachtingen onder de Timorezen, zouden de Portugese Amerikanen en masse een electorale boycot organiseren tegen Hillary. In Portugal kwam ondertussen ook een boycot van Amerikaanse producten op gang. Of dat werkelijk hielp is natuurlijk de vraag, maar feit is wel dat Washington verleden week radicaal omging inzake Timor. Onderhandelaar Holbrooke putte zich uit in rondborstige verwensingen richting Habibie en zijn generaals.
Na Washington is het nu Den Haag dat het middelpunt is van de massale Portugese woede. Vooral minister Jozias van Aartsen moet het ontgelden. Verleden week was de gewezen varkens- en mestmanager van de VVD de favoriete kop van Jut van de Portugese pers. Rea gerend op de vloed van horrorbeelden vanuit het verwoeste Dili, en de mondiale paniek daarover, kwam Van Aartsen op de opening van de vijfde Nederlands-Duitse conferentie met een potsierlijke aanval op de media, die hij verweet de verbeelding van de massa’s maar nodeloos op sleeptouw te nemen. ‘Het nieuws krijgt steeds meer soap-gehalte’, klaagde de minister in een cultuurpessimistisch exposé over wat hij de 'CNN-factor’ noemde. Burgers, aldus mediafilosoof Van Aartsen, zijn heden bezig te verdrinken in een 'information overload’, een 'digitale oersoep’, en de daaruit voortvloeiende verwarring zit de mensen die echt iets weten van de grote politiek - zoals Jozias van Aartsen - maar nodeloos in de weg. 'Burgers en politici - geconfronteerd met mensonterende beelden - scharen zich binnen luttele uren achter een of andere zaak. De roep om harde actie klikt dan luid’, aldus Van Aartsen. 'Goed, effectief buitenlands beleid kan echter niet gebaseerd zijn op primaire emoties. Snelheid van informatie kan geen overhaaste beslissingen afdwingen. Voor een minister van Buitenlandse Zaken in het bijzonder is het dus belangrijk het hoofd koel te houden.’
Los van de vraag of Van Aartsen er ook niet beter aan had gedaan het hoofd koel te houden alvorens Servië terug te bombaderen naar het Stenen Tijdperk, werd zijn pleidooi voor rust en kalmte in de gehele internationale pers terecht weggehoond. Terwijl Van Aartsen zijn anti-media-speech uitsprak, verkeerde de rest van de beschaafde wereld juist in rep en roer over de beelden van het onpeilbare leed in Oost-Timor. Zo kwam die dag het bericht binnen dat onder meer de vader en de zuster van Xanana Gusmao waren vermoord en dat Dili was verworden tot een aan flarden geschoten spookstad. Van Aartsen plaatste zich met zijn misplaatste speech volkomen buiten de norm. Toen daarna ook nog eens bleek dat dezelfde Van Aartsen hemel en aarde bewoog om een wapenembargo voor Jakarta te voorkomen, had de minister het ook bij de Portugezen definitief verknald. Van Aartsen wordt nu in Portugal even diep gehaat als ooit Hans van den Broek door de Grieken in de hoogtijdagen van de Macedonische crisis. Net als de Grieken toentertijd dreigen de Portugezen over te gaan tot een boycot van Nederlandse producten. Dat kan nog een prijzige aangelegenheid worden als dat initiatief wordt overgenomen door de Bond van Portugeestalige landen, waar uiteindelijk ook Brazilië bij aangesloten is. Van Aartsen heeft zich inmiddels zodanig gedeclasseerd, dat het inderdaad raadzaam lijkt dat hij zo snel mogelijk zijn biezen pakt. Misschien dat hij nog een nuttige functie kan bekleden op zijn oude honk op het ministerie van Landbouw, waar zijn opvolger Brinkhorst zich met opperste daadkracht heeft gestort op het decimeren van de vaderlandse varkensstand. Daar kan hij in ieder geval minder kwaad.