De nieuwe aanvoerder van de VVD

Van Aartsen kiest aanval als beste verdediging

Jozias van Aartsen is uitgeroepen tot aanvoerder van de VVD. Toch verzuchten veel liberalen dat hij «het» niet heeft. Maar wat is het alternatief?

Het VVD-erelid Henk Vonhoff moet bij het woord «leider» aan het gestamp van laarzen denken. Veel meer was er niet nodig om het VVD-congres huiverig te maken voor het instellen van de functie van leider. En zo werd fractievoorzitter Jozias van Aartsen afgelopen zaterdag niet de leider van zijn partij, maar de aanvoerder, een term die ogenschijnlijk minder bijgeluiden met zich meedraagt.
Maar met die titel is Van Aartsen bevelhebber van de VVD geworden, althans volgens het woordenboek uit de jaren dat Vonhoff nog echt politiek actief was. En bevelhebber is toch ook een woord dat het geluid van stampende legerlaarzen oproept. Een meer hedendaagse versie van dat woordenboek had overigens niet veel uitkomst gebracht, want daarin staat dat een aanvoerder in de eerste plaats een leider is.
Maar aan zoveel semantiek hadden de liberalen op hun congres in Noordwijkerhout geen behoefte. Ze moesten een oplossing vinden. Want enerzijds was er de roep om meer leiderschap vanuit de achterban en een Van Aartsen die daar handig op was ingesprongen door kort voor het congres bekend te maken dat hij die leider wel wil zijn. En anderzijds was er de afkeer van die term, die niet alleen was ingegeven door de herinnering aan stampende laarzen maar ook, zo niet vooral, door een gebrek aan vertrouwen in Van Aartsen.
Het best zichtbaar, maar zeker ook hoorbaar was dat vrijdagavond na de toespraak van de fractievoorzitter. Van Aartsen had afgesloten met de woorden dat de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie een saamhorige partij moet zijn die vecht voor een vrije en democratische samenleving. «Nu meer dan ooit.» Het applaus kwam aarzelend op gang, als bij een toneelvoorstelling die niet geheel in goede aarde is gevallen. Een paar enthousiastelingen gingen staan, de rest deed dat toen beetje bij beetje ook maar, niemand wil tenslotte onbeleefd zijn. Maar de twijfelaars had Van Aartsen niet overtuigd. «Hoorde je dat applaus?» zeiden ze op de vraag of daar op het spreekgestoelte hun nieuwe leider had gestaan: «Dat zegt toch genoeg?»

Leiderschap, zo vinden veel liberalen, dat moet je verdienen. Dat krijg je niet in de schoenen geworpen door de uitspraak van een congres, maar door gezag op te bouwen. In de feestzaal in Noordwijkerhout werd vrijdagavond na Van Aartsens toespraak graag verwezen naar Hans Wiegel in de jaren zeventig. Toen die als vice-premier toetrad tot het eerste kabinet-Van Agt riep fractievoorzitter Koos Rietkerk dat hij voortaan de politiek leider van de liberalen was. Maar zoals een VVD’er dat omschreef: alleen zijn vrouw geloofde dat.
De vergelijking met Wiegel en Rietkerk werd getrokken om het gebrek aan natuurlijk gezag van Van Aartsen te onderstrepen. Maar het legde ook iets anders bloot: om Rietkerk werd gelachen omdat Wiegel onomstreden de VVD aanvoerde. Maar Van Aartsen mag dan niet ieders vertrouwen hebben, uitgelachen wordt hij niet, ook niet door liberalen die een ander soort eerste man willen. Daar is een opvallend weinig besproken oorzaak voor: Gerrit Zalm, de VVD-lijsttrekker bij de laatste verkiezingen en vice-premier en minister van Financiën in het huidige kabinet, heeft zijn leiderschap verspeeld.
Zelf vindt Zalm dat je als vice-premier nu eenmaal onzichtbaarder bent, omdat je je aan coalitiecompromissen moet houden, maar daar had Wiegel in zijn tijd geen last van. De roep in de VVD om meer regie is juist ontstaan omdat Zalm zijn lijsttrekkerschap niet heeft omgezet in leiderschap. Zalm heeft zich te zeer teruggetrokken in de boekhouding van de staat, terwijl de liberalen willen weten hoe ze verder moeten na het vertrek van Geert Wilders en opiniepeilingen die aangeven dat hij in z’n eentje beter scoort dan de hele VVD bij elkaar. Ze willen van hun partijtop horen wat de moord op de liberale Theo van Gogh voor de samenleving betekent, te meer daar die moord een boodschap was aan hun partijgenoot Hirsi Ali.
Zalm zei na afloop van het congres de mogelijkheid open te houden zich in de aanloop naar de verkiezingen van 2007 kandidaat te stellen voor het lijsttrekkerschap. Maar hij heeft met name in de ogen van een groot aantal liberale Tweede-Kamerleden bij de vorige verkiezing zijn kans gehad en die niet waargemaakt. Frits Bolkestein, de zojuist teruggetreden eurocommissaris en in de jaren negentig de onomstreden VVD-leider, noemde in zijn toespraak Zalm niet eens. In zijn afscheidsrede voor het congres zei Bolkestein daarentegen wel dat hij Van Aartsen «in het bijzonder» ging volgen de komende tijd. «Jozias, ik heb geboeid naar je geluisterd. Je hebt de meest boeiende baan.»
Maar juist de aanwezigheid van hun oud-voorman Bolkestein deed veel liberalen verzuchten dat Van Aartsen «het» niet heeft. En met dat lidwoordje bedoelen ze gezag en uitstraling. Op de rand van een toen nog lege dansvloer verwoordde een liberaal het vrijdagavond zo: «Als je leider van een partij wilt worden, dan zorg je dat je een toespraak hebt die staat als een huis, een toespraak waarmee je je positie onomstreden markeert. Ik vind dat Van Aartsen dat niet heeft gedaan.»
Deze VVD’er miste elke intellectuele diepgang in de toespraak van Van Aartsen. Hij had een inhoudelijke analyse verwacht over de onrustige en onzekere situatie waarin Nederland verkeert. Maar in plaats daarvan had hij wederom de roep om Veiligheid met de grote V gehoord en de aanmaningen aan het adres van het kabinet, die de fractievoorzitter ook had laten horen in het debat naar aanleiding van de moord op Van Gogh. Een andere liberaal verzuchtte dat Van Aartsen blijft steken in kretologie, alsof hij zijn zinnen alleen afmeet aan hun geschiktheid voor het vullen van een halve minuut zendtijd.

Wie moet de VVD dan gaan leiden in de verkiezingsstrijd van 2007? Kandidaten genoeg, vinden de liberalen die niet gecharmeerd zijn van Van Aartsen. En dan valt de naam van burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam, omdat die het daar na de moord op Pim Fortuyn zo goed doet. En van Marc Rutte, gewoon omdat die van een andere, jongere generatie is en nog met een open jongens gezicht durft te zeggen hoe «leuk» hij het ministerie van Onderwijs vindt, waar hij sinds dit voorjaar staatssecretaris is. Ook Henk Kamp, de minister van Defensie, wordt wel genoemd, al is het minder frequent. Maar het is vooral de naam van Rita Verdonk die vaak valt.
Al voordat Van Aartsen aankondigde in 2007 een gooi naar het lijsttrekkerschap te willen doen, was het ineens de naam van de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie die opdook als kandidaat voor datzelfde lijsttrekkerschap. En niet alleen omdat ze na de moord op Van Gogh zo vaak op televisie verscheen. Verdonk heeft bij menig liberaal veel indruk gemaakt met haar toespraak op de Dam op de dag van de moord. Haar «tot hier en niet verder» is niet vergeten. Rita Verdonk stond daar als een geboren leider, vinden ze. En sommigen zeggen daar eerlijk bij dat ze dat vooral waar deren omdat het veel stemmen zal trekken.
Ook voor Verdonk had Frits Bolkestein een paar bemoedigende woorden. Hij noemde haar, in navolging van de bijnaam voor de nieuwe eurocommissaris Nikkelen Neelie (Kroes), Roestvrijstalen Rita. En voegde daaraan toe: «Ik vind haar fantastisch.»

Met de stijgende populariteit van Verdonk in gedachten komt Van Aartsens actie van vorige week ineens in een ander daglicht te staan. Hij zegt wel dat hij zijn ambities alleen bekend heeft gemaakt om duidelijkheid te scheppen, maar geholpen door een motie die vroeg om leiderschap heeft hij een uitspraak van het congres weten te forceren waarmee hij voor zichzelf een riante uitgangspositie heeft gecreëerd. Het bekendmaken van zijn ambities was tactisch een slimme zet. De aanval als de beste verdediging. Alle aandacht was ineens gericht op Van Aartsen en even niet op Verdonk. Ineens lag Van Aartsen een straatlengte voor: gewoon door zelf te bepalen dat de primaries voor het lijsttrekkerschap in de VVD zijn begonnen. Formeel zei Van Aartsen weliswaar dat hij «zich t.z.t. graag meldt voor de wedstrijd om het leiderschap», maar juist door die mededeling was de wedstrijd al begonnen terwijl alle andere kandidaten nog in de kleedkamer met hun schoenveters zaten te wurmen.
De vraag is nu of die andere kandidaten nog uit de kleedkamer durven komen. En zo ja, wat dan daarvoor het juiste moment is. Als ze het vorige week direct hadden gedaan, was het beeld ontstaan van tweespalt in de VVD. Dat kon niet. Bovendien had het VVD-congres, toen de roep om een leider niet meer te smoren was, moeilijk een vakminister kunnen aanwijzen als hun aanvoerder. De fractievoorzitter is gezien zijn functie nu eenmaal meer de aangewezen persoon om het onversneden VVD-geluid te laten horen dan een minister van Defensie of een minister van Vreemdelingenzaken en Integratie. Nog daargelaten dat vice-premier Zalm dan wel heel openlijk aan de kant was gezet.
Dus wordt het in de kleedkamer toekijken hoe Van Aartsen zich gaat ontwikkelen. Doet hij het goed, dan zullen niet veel VVD’ers van naam het tegen hem durven opnemen. Daar staat tegenover dat Van Aartsen zich met zijn zet ook kwetsbaar heeft gemaakt. Hij had er ook voor kunnen kiezen in stilte te blijven aftasten hoe zijn kansen voor het lijsttrekkerschap liggen en er pas voor kunnen gaan als hij er voor 95 procent zeker van was geweest. Vanaf nu wordt hij bij alles wat hij doet afgerekend op de achterliggende ambities.
Groeit Van Aartsen niet in zijn aanvoerdersrol, dan zal hij tegenstanders van formaat krijgen. De vraag is of hij dan zal blijven roepen, zoals hij op het congres deed: «Echte primaries, heerlijk!»