Willem Holleeder, of koketteren met het kwaad

Van afperser tot knuffelcrimineel

Willem Holleeder staat terecht voor betrokkenheid bij zes liquidaties. Het romantiseren van de topcrimineel is tekenend voor onze samenleving. ‘We leven niet in een amorele tijd maar in een hypermorele tijd.’

Willem Holleeder in de Cornelis Schuytstraat, Amsterdam © Fotopersbureau Peter Smulders

In 2016 kochten boekwinkels massaal een boek in waarvan niemand wist wie de auteur was en waar het over ging. Ze kregen alleen de belofte dat ‘Project X’ een megahit zou worden. Ondertussen werd er druk gespeculeerd over wat kennelijk opschudding zou veroorzaken: vast onthullingen over prins Bernhard of een ander lid van het koningshuis. Totdat op 4 november in RTL Late Night werd aangekondigd dat Astrid Holleeder met een boek kwam over het leven van haar broer en dat het om veiligheidsredenen in het geheim was gedrukt in het buitenland. Het succes van Judas is inderdaad eclatant: de eerste oplage van tachtigduizend stuks vloog in een paar dagen de winkel uit, inmiddels zijn er een half miljoen exemplaren verkocht en de vertaalrechten zijn verkocht aan Duitsland, Zweden, Denemarken en de Engelstalige markt. Hollywood gaat er een filmserie over maken, met bemoeienis van Steven Spielberg. De opvolger van dit boek, Dagboek van een getuige (2017), gaat eveneens voortvarend.

Judas is niet zozeer bijzonder omdat het een inkijkje geeft in de Amsterdamse onderwereld of Holleeders criminele loopbaan blootlegt. Dat is reeds veelvuldig gedaan; er zijn honderden artikelen en vele boeken over hem geschreven en in films over de ontvoering van Heineken is hij te zien als de vet Amsterdams knauwende jongeman met zijn donkere kuif en grote neus, handig en ad rem. Willem Holleeder werd niet zomaar een bekende Nederlander, schrijft misdaadverslaggever Jan Meeus in Verraad: De misdaadbiografie van Willem Holleeder (2015): ‘Door zijn betrokkenheid bij de ontvoering van Freddy Heineken en de afpersing van Wim Endstra werd hij een iconische figuur.’

‘De Neus’ personifieert de ontwikkeling van de Nederlandse georganiseerde misdaad die zich in de jaren negentig begon te vermengen met de bovenwereld waarin advocaten, vastgoedhandelaren, handelaren in luxe schepen en corrupte politieagenten involveerden bij bijvoorbeeld het witwassen van grote bedragen zwart geld. In Tijdperk Willem Holleeder (herziene druk 2015) geven de misdaadverslaggevers John van den Heuvel en Bert Huisjes daar een gedetailleerd overzicht van, met als rode draad het leven van ‘de Amsterdamse crimineel die door zijn vader was voorbestemd om wielrenner te worden’.

Waarom het anders liep met deze Amsterdamse jongen laat Astrid Holleeder zien. Judas is geen misdaadbiografie maar een familiekroniek, intelligent en indringend geschreven, over vier kinderen die opgroeien onder het schrikbewind van een paranoïde, aan alcohol verslaafde, gewelddadige vader en over de blijvende schade die een emotioneel onveilige thuissituatie aanricht. Holleeder geeft tevens een zedenschets van het arbeidersmilieu in de Jordaan, toen nog geen yuppiewijk, waar het gezin op de Eerste Egelantiersdwarsstraat in grote armoede woonde; een hard milieu waar je moeilijk uit kwam, niet eens zozeer vanwege de kansen die de samenleving bood als wel de gemeenschap zelf die eigenlijk niet accepteerde dat iemand er via school en studie bovenuit steeg.

Dit is geen fictie maar de werkelijkheid waarin de Holleeders zijn gevormd tot wie ze zijn geworden: het slimme kind Astrid wordt geheel op eigen kracht strafadvocaat. En Willem moet vanuit het idee dat iedereen een product is van nature en nurture wel de genen van zijn vader hebben geërfd: hij treedt in zijn gedrag in de voetsporen van zijn vader. Astrid Holleeder constateert in Judas: ‘Wim is een overlever pur sang. Zestien jaar opgroeien bij een verknipte vader en ruim veertig jaar leven aan de top van de onderwereld hadden van hem een expert in overleven gemaakt. Door zijn intelligentie, zijn manipulatieve vaardigheden en zijn totale gebrek aan naastenliefde was hij uitgegroeid tot de nummer één van zelfbehoud. Hij overleefde iedereen en alles door zijn onvermogen emotionele banden met anderen aan te gaan. Dat is wie hij is.’

Door dit karakter in combinatie met zijn zware jeugd weet Willem zich in een cultuur van verraad, achterdocht en geweld staande te houden en zich te ontpoppen tot de spil van een netwerk vol schurken met namen als Bolle, Kale, Langnek of Schele en ‘nette’ zakenmannen met honger naar macht en geld. Hij trekt aan alle touwtjes. Twijfel zaaien, de waarheid ombuigen, beschuldigen en manipuleren – hij beheerst het stoken met charme en overtuigingskracht. Astrid noemt hem een meester in de strategie van de verdediging vooruit: hij ensceneert een conflict en werpt zich als trouwe vriend op als bemiddelaar en beschermer van degenen die door zijn toedoen worden bedreigd. ‘Het meest briljante aan dat idee was dat hij van zijn rol als bemiddelaar zijn alibi maakte. Híj had geen ruzie, zíj hadden ruzie en hij gaf alleen maar de boodschap door en wilde helpen. Hij koppelde aan zijn afpersing een heuse marketingstrategie, die hem jarenlang ongrijpbaar maakte. Hij was geen dader maar slachtoffer van de media.’

Maar wat slechts weinig mensen weten, is dat hij niet alleen zijn maten uit de onderwereld naaide maar decennialang ook zijn familie terroriseerde, afperste en bedreigde. De concrete aanjager is het losgeld (in totaal 35 miljoen) van Heineken dat grotendeels door de politie werd teruggevonden maar deels zoek zou zijn geraakt. Holleeder is ervan overtuigd dat zijn partner in crime Cor van Hout – met wie zijn zus Sonja is getrouwd en twee kinderen heeft – het deels achterhoudt of, gezien zijn levensstijl en betrokkenheid bij bordelen op de Wallen, gul uitgeeft. De ‘vloek van het losgeld’ tart de toch al gestoorde relatie tussen de familie en Willem Holleeder. Een schoolvoorbeeld van folie en famille: in een sfeer van angst en wantrouwen speelt ieder een eigen rol die zich vertaalt in gemankeerde loyaliteiten en een gecodeerde omgang met elkaar.

Astrid schrijft daar uitgebreid over. ‘Naast de versluierde taal waarin wij met Wim spraken, hadden we buiten Wim om onze eigen variant ontwikkeld. Die wij gebruikten als we het over hem hadden want zoals justitie een gevaar voor Wim was, zo was Wim een gevaar voor ons.’ Iedereen hield altijd rekening met het feit dat ze worden afgeluisterd door justitie of door iemand die justitie kon inlichten. ‘Al ons gedrag is communicatie, we communiceren via mimiek, door intonatie door pauzes en door zwijgen. Onze boodschappen komen over door alles wat we samen hebben meegemaakt en gedeeld. We praten nooit thuis, niet in of rond auto’s, spreken nooit op een vaste plek. Altijd bang voor stillen. Altijd lopend. Door non-verbale communicatie maken we bekentenissen bekend aan elkaar die niet afgeluisterd kunnen worden. Handgebaren, fluisteren in elkaars oor, je weet wel, die ene weet je wel, je weet wat ik doe hè.’ En hoe intimiderend hij wordt bij tegenspraak: ‘Gaan we bijdehand doen. Wat zeg jij! Ga jij bijdehand doen tegen mij. Nou ik waarschuw je nog een keer.’

Is die continue druk op zich al psychologisch ontwrichtend, de stress wordt onhoudbaar als gebeurt waar de beide zussen al langer voor vrezen: na een eerdere mislukte poging wordt Cor van Hout in 2003 voor een Chinees restaurant in Amstelveen door een man op een motor doodgeschoten. De zoon van Cor en Sonja Richy zou de volgende kandidaat binnen de familie zijn, Sonja heeft van Willem mogen tossen wie van haar kinderen hij als eerste zal doodschieten. Dan knapt er iets bij de zussen. Ze geven hun angst voor hem op en besluiten, samen met zijn ex-vriendin Sandra den Hartog (eerder getrouwd met de vermoorde Sam Klepper), hem in het diepste geheim aan te geven bij justitie en samen te werken met het Openbaar Ministerie. Dat verloopt door de bureaucratische regels niet bepaald soepel – en het vergt van Astrid stalen zenuwen als zij als dubbelspion in het geheim opnamen maakt (met een opnameapparaat onder haar bh) van gesprekken met haar broer waarin hij zich omfloerst uitspreekt over zijn betrokkenheid bij liquidaties.

Daardoor is Judas ook een bloedstollende thriller, waar gebeurd en nog niet afgelopen, want het doel van hun moedige daad, die Astrid en Sonja emotioneel ervaren als hoogverraad, is Willem nu voor altijd achter de tralies te krijgen. ‘Een valse hond sluit je op in een hok of laat je inslapen’, stelt ‘judas’ Astrid. Hun belastende verklaringen vormen de basis van de strafzaak tegen Willem Holleeder die volgende week begint in de Amsterdamse ‘bunker’. Het volgende hoofdstuk gaat in real time in het openbaar verder. Het boek zelf gaat bovendien een rol spelen in de rechtszaal, zoals eerder gebeurde.

Toen Judas in november 2016 verscheen zat de hoofdfiguur vast en liep tegen hem een rechtszaak wegens afpersing. Tijdens de negende pro-formazitting liet de verdachte weten dat het boek vol leugens staat. ‘Ik heb mijn familie niet geterroriseerd. Als dat boek niet over mij zou gaan, zou ik net zo geschokt zijn als iedereen. Maar wat Astrid zegt, klopt niet.’ Het OM gaf aan totaal door het boek te zijn verrast en toonde zich not amused: het zou een eerlijke rechtsgang doorkruisen. ‘Het was een complete, onaangename verrassing’, aldus de officier. Het OM betreurde sowieso de excessieve media-aandacht voor de publicatie want ‘het rechtsproces is hier niet bij gebaat’.

De advocaten van Willem Holleeder eisten openheid over afspraken die het OM (mogelijk) heeft gemaakt met de zussen over de verhoren, zoals in het boek wordt beschreven. ‘Het boek is voor de waarheidsvinding niet bevorderlijk’, meende Holleeders advocaat Sander Janssen. In Judas schrijft Astrid enkele malen dat ze denkt het niet te overleven. De officier van justitie reageerde formeel: ‘Het boek is geschreven als testament. Het is helaas niet uit te sluiten dat de publicatie gevolgen voor haar heeft.’

‘Gaan we bijdehand doen. Wat zeg jij! Ga jij bijdehand doen tegen mij. Nou ik waarschuw je nog een keer’

Het grijpt allemaal ineen en beïnvloedt elkaar, publicitair, privé en juridisch. Holleeder weet zowel vanuit zijn detentie in de Extra Beveiligde Inrichting als in de rechtszaal invloed uit te oefenen op het hele circus om hem heen – van de juristen, zijn netwerk in de buitenwereld en doodsbange zussen tot en met de media. Daarin schuilt voor vriend en vijand vooral de fascinatie: in zijn macht over mensen die is terug te voeren op zijn diabolische karakter. Meeus schrijft daarover in 2015 in zijn boek: ‘Willem Holleeder is een januskop: charmant en genadeloos, sociaal zeer vaardig en toch alleen geïnteresseerd in zichzelf. Wim Endstra beschreef hem als “onmenselijk”, zijn zus Astrid kwalificeerde hem als een “psychopaat”, en bloedgabber en medeontvoerder Cor van Hout noemde hem een verrader.’ Meeus constateert ook: ‘Hij bleek een man met twee gezichten. Holleeder personifieerde aan het begin van deze eeuw het kwaad in Nederland maar slaagde erin om zichzelf na een decennium te herpositioneren: de afperser werd een knuffelcrimineel.’

Tot grote verbijstering kreeg hij het inderdaad voor elkaar om een vreemd soort roem te verwerven onder BN’ers, groepen jongeren en in de pers – althans bij sommige redacties die niet schromen een podium te bieden aan iemand die onweerlegbaar een schurk is. Vanwege kijkcijfers of lezersaantallen of uit sensatiezucht, persoonlijke scoringsdrift of hoogmoed: zíj kunnen wel omgaan met zijn charmante, manipulerende, intimiderende karakter. Meeus daarentegen onderkende de grens. Hij heeft hem vaak gezien, schrijft hij in de inleiding van zijn boek, maar de incidentele mogelijkheid hem de hand te drukken heeft hij bewust laten lopen. Informeel contact leek hem geen goed idee, en een formeel gesprek stuitte op bezwaren bij Holleeder zelf. Herhaalde verzoeken om zijn medewerking aan het boek werden geweigerd – en vast niet voor niets. Holleeder heeft een feilloos instinct wie hij wel en niet naar zijn hand kan zetten en kan gebruiken voor zijn eigen belang.

Het hoogtepunt van die omarming beleefde hij in 2012, nadat hij in januari vrij was gekomen na het uitzitten van tweederde van zijn negenjarige straf voor afpersing. Lange tijd had het publiek het moeten doen met vage beelden uit de pers, half op de rug in gesprek met Endstra op een bankje, scheef zittend op zijn scooter. En nu werd hij opeens overal herkend als hij opvallend in de straten van Amsterdam-Zuid rondreed. Soms onthaalde iemand hem op een terras voor een biertje, mensen gingen grijnzend met hem op de foto. Hij vond het allemaal prachtig, al die publieke aandacht.

In september kreeg hij een wekelijkse column in Nieuwe Revu, in dezelfde maand mocht hij babbelen in het radioprogramma van Ruud de Wild. Rapper Lange Frans nam samen met hem een nummer op met de ludieke titel Willem is terug. Vergeten leek zijn loopbaan in de georganiseerde misdaad, die al op jonge leeftijd begon met diefstal, heling en deelname aan knokploegen voor louche vastgoedbedrijven. De vervolging die hem nog altijd boven het hoofd hing voor het beramen van liquidaties kon de pret ook niet bederven. In die publieke omarming geldt zijn optreden in College Tour in oktober 2012 als dé morele uitglijder. In de reeks spraakmakende gasten, onder wie de dalai lama, zat hij op het podium naast Twan Huys die met hem een openhartig gesprek voerde en hem ‘alles’ mocht voorleggen. Uit de zaal vol studenten kwam de ene na de andere onnozele vraag. Losjes hangend op zijn stoel gaf hij eerlijk antwoord, soms in een onnavolgbare logica. Toen echter één student doorvroeg, zag je opeens zijn donkere kant: hij keek hem doordringend aan en stelde intimiderende vragen terug.

Twan Huys kreeg hier van alle kanten kritiek op, zowel voorafgaand als achteraf. In De Telegraaf schreef misdaadverslaggever John van den Heuvel (die Astrid aanmoedigde het boek te schrijven en haar daarbij ondersteunde): ‘Holleeder zou nooit een podium moeten krijgen zoals in College Tour gebeurde.’ Huys verdedigde zich onder meer in een uitzending van De wereld draait door en zei dat ‘wij constant billenboek kregen’, maar het was ‘een van de spannendste opnamen ooit gemaakt’.

Het eerste hoofdstuk van Judas begint met die uitzending, waar Astrid met een bordje opgewarmde gehaktballen en andijvie op schoot samen met haar moeder naar kijkt. Na afloop zegt ze tegen haar moeder: ‘Altijd hetzelfde. Hij heeft geen losgeld gehad, hij is onterecht voor afpersing van Endstra en anderen veroordeeld, al die mensen die verklaren liegen en hij spreekt de waarheid.’ Waarop moeder verzucht: ‘Hoe kan het, mijn kind. Ik denk dat het met hem mis is gegaan tijdens mijn zwangerschap. Je vader heeft mij in de negende maand op mijn kop geslagen en in mijn buik getrapt. Misschien heeft hij toen Wims hoofd geraakt en is ie daarom zo geworden.’

Holleeder zelf vond zijn optreden een groot succes. Nederland had hem gezien als oprecht, sympathiek, gevat – hij had de lachers op de hand. Een jaar later besloten de zussen met justitie te gaan samenwerken – levensgevaarlijk want degenen die dat eerder hadden gedaan waren omgebracht. En weer enkele jaren later zou Astrid vanuit een beveiligde woning schrijven: ‘In de media bestaat een geromantiseerd beeld van Willem Holleeder als topcrimineel. Mijn broer is een psychopaat. Hij schept er genoegen in om andere mensen te vernietigen. Om te overleven manipuleerde hij iedereen.’ Ze begon met haar boek nadat ze haar baan had moeten opgeven en geen inkomsten meer had, was ondergedoken in een ongezellig flatje en altijd met een kogelvrij vest, een keelbescherming en een helm op haar hoofd in haar gepantserde auto stapte.

Frankrijk, Beauvais, 13 november 1985. Willem Holleeder (l) en Cor van Hout, vlak voordat ze uitgeleverd worden aan Nederland © Rene Bouwman / HH

Het romantiseren van ‘de Neus’ past in een bredere tendens vanaf ongeveer de eeuwwisseling: criminelen of mensen die overduidelijk lak hebben aan de wet kunnen rekenen op een positieve ontvangst. Zoals zakenman Joep van de Nieuwenhuyzen, die uiteindelijk werd veroordeeld tot twee jaar cel wegens omkoping, faillissementsfraude en meineed, maar lange tijd gold als een joviale kerel die het goed wist te regelen tegen de ambtelijke overheid. Of kickbokser Badr Hari, veroordeeld voor mishandeling: over zijn leven werd een bestseller geschreven en voor groepen jongens is hij een held.

In 2000 trok midden door Amsterdam de begrafenisstoet van de vermoorde crimineel Sam Klepper, omgeven door Hells Angels op ronkende motoren en onder begeleiding van de politie. Een openlijke triomf van de onderwereld die zijn weerga niet kent. Op PowNed (‘Gewoon omdat het kan’) loopt momenteel een serie over motorbende No Surrender: de leden barbecuen, vergaderen, toeren in een lange stoet over de snelweg of ontgroenen keihard aspirant-leden (daar is het corps een lachertje bij), alsof de kijker alles te zien krijgt. Ondertussen zegt leider Henk Kuiper recht in de camera dat hij natuurlijk zonder rijbewijs door blijft rijden, en hoor je, terwijl de cameraman even weg moet, een geroyeerd lid hard in elkaar geslagen worden. Om dit type figuren die de wet ongegeneerd overtreden hangt het aureool van handige, stoere jongens die zich verzetten tegen het systeem, dat immers vol zit met knoeiers, graaiers en fraudeurs. Het signaal dat hiermee wordt afgegeven is een morele omkering: het abnormale is normaal.

De verklaring voor die verheerlijking van het geboefte moet je volgens Hans Boutellier niet alleen zoeken in de psychologie van een individu dat de boel bespeelt, maar ook in de sociologie: ‘Het is spelen met normen en waarden – en daar is behoefte aan omdat de moraliteit niet meer helder afgebakend is zoals vroeger gebeurde door disciplinerende instellingen als de kerk.’ Boutellier is wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut en hoogleraar veiligheid & veerkracht aan de VU in Amsterdam. Hij studeerde af als sociaal-psycholoog op het onderwerp ‘jeugdcriminaliteit en heropvoeding’ en houdt zich sindsdien bezig met criminaliteit, veiligheid en moraliteit. Volgens hem zit er in het algemeen iets ‘lustvols’ rond de grenzen van moraliteit: normen dagen uit, zowel in de afwijking als in het bestendigen van normconform gedrag. ‘Koketteren met mensen of gebeurtenissen die over de grenzen gaan, en tegelijk verlangen naar een staatsrechtelijke reactie en roepen dat criminelen strenger en langer gestraft moeten worden. Sociologisch gesproken: over de norm heen gaan is noodzakelijk ter bevestiging ervan. Émile Durkheim, grondlegger van de moderne sociologie, had het begin twintigste eeuw al over het strafproces als de viering van moraliteit. Daar bedoelde hij mee: de norm wordt daar opnieuw bevestigd.’

In onze seculiere staat is volgens Boutellier het enige moreel corrigerende instituut nog de rechtspraak, dat in de plaats is gekomen van disciplinerende instituten. ‘Het strafrecht is een bolwerk van moraliteit geworden. Waar eerder het strafrecht de uitdrukking was van de publieke moraal is nu het omgekeerde het geval. We zijn enorm op het strafrecht gaan leunen, om normatieve richting te geven. Strafrecht is de bron in plaats van het effect van de moraal geworden. Wilders die voor de rechter komt is daar ook een voorbeeld van.’

‘Durkheim had het al over het strafproces als de viering van moraliteit: de norm wordt daar opnieuw bevestigd’

Dat zoeken naar (nieuwe) normen is sinds tien, vijftien jaar in volle gang. De samenleving is individueler, complexer, sneller en onzekerder geworden – daardoor is wat ‘normaal’ is niet meer vanzelfsprekend. ‘Zonder een extern ingebedde norm is het enige wat we nog hebben onze eigen interne norm – en die moet worden getoetst om een gezamenlijke consensus te bepalen. Het gaat dus om beide kanten, de uitdagers en de terugdringers, en dat levert twee types helden op. ‘Aan wetteloosheid zit een lustvolle kant. De hele wereld de wereld te laten, maar we weten dat het niet kan en zijn blij als het door de rechter wordt teruggedrongen. In de digitale wereld, in deze ongenormeerde publieke ruimte, wordt daar voortdurend mee gespeeld. Zie ook de MeToo-beweging: we zijn elkaar permanent aan het bevragen op zoek naar grenzen. We leven niet in een amorele tijd maar in een hypermorele tijd.’

Natuurlijk is grensoverschrijding verleidelijk, daar gaat een diepgeworteld appèl van uit. Het kwaad in jezelf prikkelen, lak aan alles hebben, iedereen heeft het in zich. Hetzelfde lustvolle zit in het lezen van een thriller, kijken naar een crimi, de vele series op Netflix over gangsters, zoals Peaky Blinders, en seriemoordenaars, zoals The Fall, die vaak sexy worden neergezet en worden gevolgd vanuit hun perspectief. Of een crimineel op tv zien praten over zijn daden.

Boutellier vindt daarom dat de media zich terughoudend moeten opstellen in het ruimte geven aan allerlei wetteloze figuren – zonder kritiek kan dat het heldendom voeden. ‘Zij hebben macht in het neerzetten van rolmodellen, en moeten derhalve een positie innemen, hun verantwoordelijkheid nemen. Het optreden van Holleeder in College Tour personifieert het gevaarlijke en verleidelijke spel over normen. Duistere sentimenten weet hij goed te bespelen. Maar hij had daar nooit de kans voor mogen krijgen.’

Straks zit Willem Holleeder op het enige podium waarop hij hoort. Tijdens ‘de viering van moraliteit’ toetst de rechter onder mega-media-aandacht de daden waarvan hij wordt beschuldigd. Hij zal als eerste worden verhoord, en daarin heeft hij via zijn advocaat zijn zin gekregen – want hij wilde vóór zijn zussen spreken. Astrid en Sonja gaven eind vorig jaar aan dat ze geen belastende verklaringen wilden afleggen totdat zij beter beschermd zouden zijn. In Dagboek van een getuige klaagt Astrid dat de beveiliging onvoldoende is tegen mogelijke wraakacties en dat zij die bovendien zelf moeten financieren.

Armlastig is ze immers niet meer. Maar de prijs is hoog: haar veiligheid, en ze krijgt de kritiek dat ze puur uit eigenbelang naar het OM is gestapt terwijl zij jarenlang de vertrouwenspersoon van een topcrimineel is geweest. Ook dat is morele omkering. In Judas zet ze haar broer niet neer als een held, en zichzelf ook niet. Ze zijn beiden slachtoffer van hun jeugd en wilden nooit meer in armoede leven. Wrang genoeg is haar dat gelukt. Ze is rijk geworden met het geschreven woord, over het leven van haar broer die vastzit. In Dagboek van een getuige geeft ze toe dat ze tegen haar intimiderende broer opstond uit eigenbelang. ‘Maar met dat eigenbelang dienden we ook een publiek belang.’


Willem Holleeder (1958) in vogelvlucht:

1983:
Ontvoering Freddy Heineken en chauffeur Ab Doderer. De ontvoerders worden gearresteerd in Frankrijk.

1992:
Vrij na elf jaar gevangenisstraf; hij begeeft zich, net als medeontvoerder Cor van Hout, weer in het criminele circuit (drugshandel, witwassen, afpersing), maar justitie kan hiervoor het bewijs niet rond krijgen.

1996:
Gebrouilleerd met Cor van Hout.

2003:
Gearresteerd op verdenking van verboden wapenbezit.

2006:
Gearresteerd op verdenking van afpersing en mishandeling van onroerendgoedhandelaren. Een van de slachtoffers zou de in 2004 geliquideerde Willem Endstra zijn geweest.

2007:
Advocaat Bram Moszkowicz wil Holleeder niet langer verdedigen. Op 21 december veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar. Het gerechtshof acht hem schuldig aan deelname aan een criminele organisatie en afpersing van de (inmiddels doodgeschoten) zakenlieden Willem Endstra en Kees Houtman en van vastgoedhandelaar Rolf Friedlander.

2012:
Weer (voorwaardelijk) vrij.

2014:
Gearresteerd, omdat hij in zijn proeftijd misdaadjournalist Peter R. de Vries met de dood bedreigt. Het OM meldt dat hij tevens wordt verdacht van betrokkenheid bij de liquidaties.

2015:
Het proces start. Zijn zussen en de weduwe van Sam Klepper blijken in 2013 bij de politie belastende verklaringen tegen hem te hebben afgelegd. Begin juli verklaart Astrid Holleeder tegenover het OM dat haar broer na zijn vrijlating in 2014 plannen had om acht mensen te liquideren, onder wie Sonja en Peter R. de Vries.

2017:
In mei wordt bekendgemaakt dat het proces tegen Willem Holleeder voor verscheidene liquidaties van start zal gaan in 2018; justitie had er in 2006 voor gekozen hem wel te laten voorkomen voor afpersing, maar de vervolging voor de liquidaties vanwege de complexiteit uit te stellen.