Toen Margaret Thatcher in 1987 voor de derde keer de verkiezingen won, ontving ze een felicitatiebriefje van haar minister van Binnenlandse Zaken, Douglas Hurd. ‘Ongeveer het krachtigste betoog in de politiek is “Tijd voor verandering”’, schreef hij. ‘En jij hebt dat idee zojuist verpletterd.’

Het is aantrekkelijk parallellen te trekken tussen historische leiders en Mark Rutte, al was het maar omdat hij zelf politieke biografieën verslindt. Verderop in dit nummer beschrijft Thomas Muntz hoe Rutte ten onder lijkt te gaan aan dezelfde soort ‘geloofwaardigheidskloof’ als de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson eind jaren zestig. Rutte is zelfverklaard fan van de meerdelige Johnson-biografie door Robert A. Caro, zoals hij ook fan is van de driedelige Thatcher-biografie door Charles Moore.

Wat Moore invoelend beschrijft is hoe het precies Thatchers suprematie was die haar tenietdeed. Ze was kribbig, betuttelend, wilde altijd het laatste woord hebben. Thatcher complimenteerde zichzelf graag omdat ze weinig slaap nodig had, schrijft Moore, maar de mensen om haar heen wisten haar humeur te vrezen na een korte nacht. Officieel braken enkele senior leden van haar regering met haar over Europese integratie, maar in werkelijkheid was het een optelsom: ze konden haar kleineringen niet meer aan, haar dominantie, haar stijl.

De parallel: ook Rutte won de verkiezingen door geen verandering maar stabiliteit te beloven. En ook hij loopt nu in de val van zijn eigen stijl; al is die niet rigide, maar monter en optimistisch, waarbij alle belangrijke beslissingen ver van de openbaarheid van het parlement worden genomen.

In de nacht van Witte Donderdag op Goede Vrijdag trok het parlement een streep. Met Sigrid Kaags motie van afkeuring, over zijn Oost-Indische vergeetachtigheid over het veelbesproken ‘Omtzigt: functie elders’, stemde de Kamer overweldigend in. Meestal is een streep in het zand zonneklaar. Nu levert die streep vooral dilemma’s op.

Niemand anders binnen de VVD kan dat massale vertrouwen claimen

Het is een dilemma als de vvd geen pole-positie krijgt in de formatie, want de verkiezingsuitslag loog er niet om. In het versnipperde politieke landschap is de vvd de enige partij die op een vol vel papier lijkt. Het is een dilemma als Rutte nu met de staart tussen de benen de politiek uit wordt gedreven, want daarmee zouden de facto 1,9 miljoen voorkeurstemmen ongedaan worden gemaakt.

Tijdens het debat werd eindeloos – en terecht – op het toeslagenschandaal gewezen. Cynisch genoeg voelden die verwijten loos. Ook dat is een dilemma, want de kiezer wist van de toeslagenaffaire, wist van de zogenaamde ‘Rutte-doctrine’, wist van alle grote en kleine manieren waarop Rutte zo min mogelijk informatie met de Kamer deelde. Die kiezer sprak 17 maart en zei: maakt me niks uit.

Het is ook een dilemma als de vvd een andere premierskandidaat naar voren schuift. Formeel stemt de burger niet op een premier – maar je kunt niet ontkennen dat dat informeel wel zo voelt. Een winnende lijsttrekker heeft een mandaat, namelijk het vertrouwen van de grootste groep kiezers. Niemand anders binnen de vvd kan dat massale vertrouwen claimen (de nummers 2, 3 en 4 van de vvd-kieslijst haalden respectievelijk 73.000, 45.000 en 24.000 stemmen). Een oudgediende aanstellen kan nog erger uitpakken en de kiezer het gevoel geven dat zijn stem waardeloos is, want ‘de politiek bepaalt wel even zonder hem wie de baas wordt’. Níemand heeft op Edith Schippers gestemd.

Maar het grootste dilemma blijft Rutte zelf, die te vaak de Kamer te laconiek bespeelde. Wat rest zijn twee mogelijkheden om de Haagse politiek geloofwaardig te houden.

De eerste is dat de vvd en D66, getrouw de verkiezingsuitslag, de as van een nieuw kabinet vormen. Maar aangezien Rutte’s eerdere beloftes van meer transparant leiderschap nu al gebroken zijn, kan hij geen spelmaker meer zijn. Hij gaat zich vermaken als minister van, bijvoorbeeld, Financiën. Een technisch departement. Het leiderschap gaat naar Sigrid Kaag, als eerste vrouwelijke premier.

Optie twee is een vvd-D66-kabinet waarbij Rutte zijn partij niet leidt vanuit de aanlokkelijke privacy van het Torentje, maar vanuit de openbaarheid van de Kamer. Als fractievoorzitter kan hij laten zien hoe serieus zijn ‘stinkende best doen om het vertrouwen terug te winnen’ eruitziet.