Essay: Een beknopte cultuurgeschiedenis

Van Amen tot Fuck

Cultuurgeschiedenis in twee woorden.

Als er iemand is die in deze tijd een gangster kan neerzetten, is het wel Al Pacino. Hij speelt een gangster die je bij wijze van spreken zelf zou kunnen zijn. In Dog Day Afternoon (1975) is hij de zielepoot die uit nood gangster is geworden, een amateur die een mislukte gijzeling in een opstand doet ont aarden, de gangster als de homme révolté van Camus, un homme qui dit non. In een film waarvan ik onlangs drie flarden zag: Al Pacino de gangster. Als de Elckerlyc van deze tijd. Hij had ruzie met een medegangster. «Gimme that fucking gun, you motherfucking jerk», zegt hij. «Fuck you!» is het antwoord.
Het was op televisie, een ochtendfilm waarin ik even bleef hangen. Na het nieuws ging ik naar de redactie. Op een muur in de Vijzelstraat las ik: Fuck Heleen. Who the fuck was Heleen?
Op de krant, in mijn kamertje, zette ik de radio aan. Mu ziek voor miljoenen. Ze draaiden het Miserere van Gregorio Allegri (1582-1652). Ik deed mijn ogen dicht. Aan de binnenkant van mijn oogleden zag ik de volgende film. Een kerk vol monniken en nonnen die in Gregoriaans om erbarmen smeekten, zo hartbrekend, zo dringend van treurende nederigheid, zo absoluut weerloos zielig dat God zelf zijn tranen niet kon bedwingen. Het gezang was afgelopen. Ik zag mijzelf met gebogen hoofd naar buiten gaan, de straat op. Daar beierden de klokken. Toen ik de hoek om sloeg, van plan om in een kerk de genade deelachtig te worden, werd ik zowat tegen de muur gedrukt. Door de straat bewoog zich langzaam een dichte menigte, gebeden murmelend. Of ik wilde of niet, ik werd meegevoerd. Links van me strompelde barrevoets een melaatse, voor me hinkte op krukken, in stinkende vodden, een bedelaar en ook liep er een rijke heer, zoals te zien was aan zijn kostbare mantel. Allen loofden God. Soms ging een luid Amen! op. Dankzij Allegri was ik in een processie terechtgekomen zoals Johan Huizinga die beschrijft in Herfsttij der Middeleeuwen.
Het heeft vier of vijf eeuwen geduurd, maar eindelijk kunnen we de tijdgeest weer in één woord van vier letters samenvatten. Toen, in de tijd die Huizinga zo filmisch doet herleven, was het Amen al op het begin van zijn retour. God en zijn priesters hadden hun beste tijd gehad. Maar er moesten nog een Renaissance, Verlichting, D.A.F. de Sade en Franse Revolutie komen alsmede Max Stirner, Karl Marx en Friedrich Nietzsche, plus de westerse zelfvernietigingen van de twintigste eeuw en het totale entertainment, voordat het Fuck kon triomferen. Op z’n minst vierhonderd jaar is er gedacht, geschreven, gecomponeerd, gebeden, gemarteld en gemoord. Eindelijk zijn we er vanaf. Pas nu is het zo ver. Eindelijk kunnen we alles wat ons in diepste wezen bezielt er meteen weer uitgooien. Fuck is beter dan Amen, omdat het scherper is en maar één lettergreep heeft. En nóg beter: voor Amen heeft men zijn tien vingers nodig om zichzelf met gevouwen handen machteloos te maken, te onderwerpen. Bij Fuck is de opgestoken rechtermiddelvinger voldoende om te laten weten wat ons bezielt.
Amen is van oorsprong Hebreeuws: «Het zij zo». In de bijbel wemelt het van de vindplaatsen. Over de betekenis kan geen misverstand bestaan. Van Dale geeft met «kritiekloos instemmen» een eigentijdse omschrijving door impliciet te laten merken dat aan het instemmen ook kritiek vooraf kan gaan. Bij het oorspronkelijke Amen was dat uitgesloten.

De herkomst van Fuck is moeilijker te traceren. Google gaf onmiddellijk antwoord. «GO FUCK YOURSELF. You were given this URL by someone who feels that you should go fuck yourself. Congratulations. You are number 5.974.410 to go fuck yourself since 3/22/97.» Dan wordt je de mogelijkheid geboden om de boodschap door te sturen. Ook kun je een T-shirt met «Anyone But Bush 2004» bestellen en voor twaalf dollar alles wat deze website te bieden heeft downloaden. Go fuck yourself, dacht ik. Stick those twelve bucks in your fuckin ass. Niet ontevreden zette ik mijn onderzoek voort.
Zowel het Amen als het Fuck wordt vergezeld van toelichtingen, nadere informatie over de toepassing en omstandigheden van oorsprong. Voor Amen hebben we het Onze Vader: «Uw wil geschiede op aarde en in de hemelen, geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, zoals wij vergeven onze schuldenaren, leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van den Boze. Amen.»
Voor Fuck is er ruime keus. Ik kies het nummer Eulogy van de hardrockband Tool, met de essentiële regels: «You had a lot to say, you had a lot of nothing to say. Come down. Get off your fuckin cross. We need the fuckin space to nail the next fool martyr. (…) To ascend you must die. You must be crucified for your sins and your lies. Goodbye…»
Dit geeft wel intenties weer, maar over de oorsprong van Fuck maakt het ons niet wijzer. De dictionaire van HarperCollins, eerste druk, 2000, geeft als vierde betekenis: «not care, or, give a fuck, not care at all». De Dictionary of American Slang 1975 komt alleen met «Fucking. ‹Damnable›. Get this fucking idiot outa here! What the fucking hell do you think you are doing?»
De dertiende editie van de dikke Van Dale heeft drie lemma’s. «Fuck, (na 1950) geen fuck, helemaal niets»; «Fuck, uitroep van ergernis, synoniem shit, verdomme» en «Fuck- als eerste lid in samengestelde zelfstandige naamwoorden, synoniem klote-, klere-: fuckfilm, fuckmuziek, fuckschool.»
Die uitvoerigheid in het nationale woordenboek is internationaal gezien niet slecht. Het kan zijn dat we dit aan onze tolerantie te danken hebben. Volgens een erudiet artikel van Don Aucoin in The Boston Globe van 12 februari hebben de Engelse woordenboeken Fuck van 1795 tot 1965 geboycot. Aucoin noemt het de atoombom, het massavernietigings wapen, de F-bom uit het arsenaal van de Engelse scheld woorden en vervloekingen. Bovendien, schrijft hij, is er voordien nooit een woord geweest dat zo multi-inzetbaar is. En, kunnen we eraan toevoegen, behalve yes en no zo gemondialiseerd. Tot in de verste dorpen van Afrika, boven de poolcirkel en in de meest fundamentalistische bolwerken van de Taliban kun je ermee terecht.

De verbreiding van Fuck is een taalkundig mirakel, des te meer omdat er geen winstoogmerk mee gemoeid is, geen commerciële propaganda achter zit, geen metafysische belofte aan verbonden is en omdat geen bestrijding heeft geholpen. Het is verleidelijker dan Coca-Cola, krachtiger dan het woord van iedere bekende God en verraderlijker dan het sarsvirus. Hoe is dat mogelijk? De verzamelde wereldtalen door de eeuwen heen hebben aan scheldwoorden en vervloekingen geen gebrek. Hoe verklaren we dat binnen minder dan een halve eeuw één woord blijkbaar in een wereld behoefte kan voorzien?
Het ligt voor de hand te verwijzen naar de opmars en overwinning van het Engels als mondiale lingua franca. Daarbij komt de bekende revolutie in de communicatie, samen met de superieure aantrekkingskracht van de Amerikaanse literatuur, de film, het entertainment. Een belangrijk deel daarvan bestaat uit de weergave van vijandige confrontaties. Het Amerikaans in het algemeen is directer dan het oorspronkelijke Engels. Daartegenover staat dat het openbaar taalgebruik van de Amerikanen, weergegeven door de media, preutser is, zodat Fuck in druk vaak wordt weergegeven door vier puntjes en in de audiovisuele media door een fluittoontje. In zijn The Naked and the Dead moest Norman Mailer zich nog met «fug» behelpen. Maar al deze preutsheid bleek niet te zijn opgewassen tegen de kracht van dit woord. Er moet dus nog een andere magie in huizen.
De door Aucoin geciteerde sociaal-historica Barbara Dafoe Whitehead brengt ons verder. Ze herinnert zich dat bij betogingen in de jaren zestig de uitdrukking «Fuck the pigs» werd gebruikt, waarbij met pigs de politie werd bedoeld. «Het woord diende niet om te schokken, maar als protest.» Daar ligt het begin van de oplossing. De jaren zestig vormen voorlopig de laatste periode van grootscheeps politiek verzet. Daarna kwamen de jaren van wat we noemen de individualisering. Dat is het grote, meestal volstrekt verwaarloosde verschil tussen toen en nu. Toen: de collectieve actie met een op langere termijn te bereiken, omschreven gemeenschappelijk doel. Nu: het ontbreken van zo’n doel, gepaard aan de directe daad die resultaat moet brengen; als een gericht schot dat al is afgevuurd vóór de schutter überhaupt aan onderhandelen heeft gedacht. Fuck is apolitiek, het woord dat ten behoeve van de onmiddellijke persoonlijke zelfbevestiging van iedere politiek ontdaan is.

Het gebruik is minder modern dan het lijkt. Mij brengt deze uitleg naar Der Einzige und sein Eigentum (1845) van Max Stirner (1806-1856), met name het voorwoord, waaruit ik (bekort) citeer: «Was soll nicht alles Meine Sache sein! Vor allem die gute Sache, dann die Sache Gottes, die Sache der Menschlichkeit, der Wahrheit, der Freiheit, der Hu manität, der Gerechtigkeit; ferner die Sache meines Volkes, meines Fürsten, meines Vaterlandes; endlich gar die Sache des Geistes und tausend andere Sachen. Nur meine Sache soll niemals meine Sache sein. Da sagt man: ‹Pfui über den Egoisten, der nur an sich denkt!›
Ich sage: Fort mit jener Sache die nicht ganz und gar meine Sache ist! Was gut, was böse! Ich bin ja selber meine Sache, ich bin weder gut noch böse. Beides hat für mich keinen Sinn. Meine Sache ist weder das Göttliche noch das Menschliche, ist nicht das Wahre, Gute, Rechte, Freie, undsoweiter, sondern allein das Meinige, und sie ist keine allgemeine, sondern ist — einzig, wie Ich einzig bin. Mir geht nichts über Mich!»
Is het niet alsof je de geloofsbelijdenis leest van iemand die het volgende ogenblik met een breezer een paar pillen wegspoelt om verder de hele nacht gewichtloos uit zijn dak te gaan? Zeker als we deze neoheilige woorden in de context van vandaag lezen. Dan krijg je de indruk dat Stirner zelfs een voorsprong had op Daniel Bell, die meer dan een eeuw later zijn The End of Ideology schreef, ook een visionair essay. Maar alle filosofische reserves daargelaten: Stirners inleiding blijft bruikbaar ter omschrijving van ons eigen herfsttij; in deze bewoordingen een nog niet overtroffen toelichting op Fuck.

Ik neem de vrijheid iets te citeren uit een roman waaraan ik bezig ben. De held, een consultant, wil zich toeleggen op het schrijven van agressieve redevoeringen, om tegemoet te komen aan een eis van deze tijd. Hij verklaart. Eerst hadden we de geïndividualiseerde mens. «En nu hebben we de bovenmens. Wat destijds Übermensch heette, dat is gedemocratiseerd. Hier begint de nieuwste tijd, een historische mutatie. Iedereen wil zijn eigen bovenmens zijn. Iedere dag staan ze in de krant, iedere avond zie je ze op de televisie. In een auto rauzen, hard schreeuwen, op een gitaar rammen, machinegeweer leegsproeien, in één klap iemand neerslaan, doodschoppen, zoveel gappen dat je levenslang rijk bent, erop los verkrachten, van het dak springen, een virus verzinnen, de terrorist uithangen, sluipschutter worden. President. Shock and awe. Kan allemaal. Altijd scoren. Winnen. En gehaat worden. Angst zaaien. Dat is het hoogste wat de bovenmens kan bereiken. Dat is altijd zo geweest. Het verschil is dat je er nu mee voor de dag kunt komen. Dit is de tijd van de gedemocratiseerde bovenmens. (…) Dat willen onze klanten. Ze hebben maar één wens. Ze willen de vijand een eeuwige vernedering inbeitelen. Blijvend letsel veroorzaken. Hersenverkrachting, dat willen ze.»
De compagnon van mijn held sputtert tegen. Maar de mensen hebben toch een geweten? Ach, is het antwoord. «Die categorische imperatief! Straks komt er een hersenchirurg die de mensen van hun geweten kan verlossen. Vergelijk het met esthetische chirurgie, maar dan intern. Die wetenschapper gaat een fortuin maken. Ze staan voor hem in de rij. De wereldleiders het eerst, en dan de rest. Ze willen er vanaf. Een geweten in deze tijd, dat is een houten been bij het kickboksen!»
Ook in de visie van dit romanpersonage is de overheersende levensbeschouwing van althans de westerse mens samengevat in Fuck! of Fuck you! De geconcentreerde agressie kortweg, met de verwachting dat die de niet nader geformuleerde oplossing zal brengen. Zoals de horlogemaker van Louis Tas, psychiater, die belooft dat door één klap met de hamer het mechaniek u weer zal vertellen hoe laat het is. Fuck in laatste aanleg is een manier om te laten weten dat iedere belofte sowieso vals is. Dit geeft de rechtvaardiging om de waarde van wie of wat dan ook, en het verleden, axiomatisch te ontkennen. De geschiedenis begint nu, met de macht van mijn Ik. De rest is: shit. Met een beetje demagogische wil valt zelfs de buitenlandse politiek van de machtigste man ter wereld tot Fuck you! te herleiden. Het unilateralisme als de internationale vervulling van de herschreven omgangsvormen.

Een voetnoot. Tot de vaardigheden die de moderne westerse mens zich in de loop van zijn opvoeding eigen maakt, hoort zijn vermogen tot zelfmedelijden. Dat is de andere kant van de zelfoverschatting. Het besef dat hij tenslotte ook maar een sterveling is die eens zijn laatste hik zal laten horen, en o! o! o! die gedachte kan hem zomaar overvallen. Op zo’n ogenblik is er maar één woord dat de toestand samenvat: Amen. Omdat dit besef van absolute zelf zieligheid een zekere lust met zich meebrengt, hebben we methoden verzonnen om het uit te lokken, om de intensiteit te bevorderen. We luisteren naar muziek waarvan, zoals Belcampo het heeft uitgedrukt, de stroopvaten gaan lekken. De begrafenis-toptien is een goede bron. Het Adagio van Albinoni, onverslijtbaar. A Whiter Shade of Pale, Vivaldi’s Winter, Een beetje verliefd. Kan allemaal, zolang het u maar doet wegzinken in de put van het totale zelfbeklag. De bevestiging van die vreselijke ervaring: dat u niet instant uw zin hebt gekregen. De beste bevestiging is: Allegri’s Mi serere. Het verschil is dat je er toen Amen bij moest zeggen.

_______________________

De ontwikkeling der beschaving in tien gebaren

  1. Jaar nul — nu. Gevouwen handen. Overlevering aan God.
  2. 1917. Gebalde vuist omhoog: het kapitalisme verslaan.
  3. 1933. Gestrekte rechterarm hoog: Machtsübername. Directe voorloper van Fuck.
  4. 1943 — nu. Middelvinger en wijsvinger in V opgestoken: overwinning.
  5. 1945. Duim opgestoken: met mij alles oké.
  6. 1950 — nu. Duim tussen wijs- en middelvinger: neuken.
  7. 300 voor Christus — nu. Duim naar beneden: nederlaag.
  8. 1900 — nu. Met wijsvinger tegen voorhoofd tikken: gek.
  9. 300 voor Christus — nu. Opgestoken wijsvinger naast hoofd: Eureka!
  10. 1980 — nu. Opgestoken middelvinger: Fuck!