Economie

Van Apeldoorn naar Keulen

‘Keulen’ heeft het vluchtelingendebat veranderd. Er zijn grove zedenmisdrijven gepleegd, op een manier – in groepsverband, massaal en in de publieke ruimte – die we in onze maatschappij recent niet meer meegemaakt hebben. Er zijn vermoedens (maar geen bewijzen) dat er vluchtelingen bij betrokken waren.

Dat verwart ons. Want voor ‘Keulen’ was er ‘Apeldoorn’. Nog maar enkele maanden geleden organiseerden vrijwilligers maaltijden voor vluchtelingen bij Apeldoorners thuis. Dat vond landelijk navolging. In september werd Nederland bedekt door een warme deken van verwelkoming en nobele gevoelens. Het was hartverwarmend, en je wist dat het niet zo zou blijven.

We zijn ruw wakker geschud uit de droom dat vluchtelingen alleen maar kwetsbare medemensen zijn. In Geldermalsen waren al eerder zorgen over vrouwen en dochters geuit, die door weldenkend Nederland werden weggelachen, toen nog met reden. Na ‘Keulen’ wordt er alom gesproken over culturele oorzaken van zedenmisdrijven. We waren daar niet op voorbereid; daarvoor was de emotionele omslag van Apeldoorn naar Keulen te groot.

De zedenzaakcrisis voelt uniek, maar is dat natuurlijk niet: dit soort dingen is eerder gebeurd. Een eeuw geleden ontdekte men in Amerika dat Italiaanse immigranten, vooral in groepsverband, in staat waren tot grove misdrijven. Ook hier: op een manier die ze in de VS nog niet hadden meegemaakt. Tussen 1880 en 1890 groeide de Italiaanse bevolking van New York van twintigduizend naar 250.000; in 1910 was het een half miljoen. Onder hen waren Al Capone’s ouders, die vijf jaar voor zijn geboorte in 1899 uit Napels naar New York kwamen. In de jaren twintig explodeerde de Amerikaanse maffia door aanwas van criminelen die Mussolini’s maffiabestrijding ontvluchtten. Ze maakte fortuin in de illegale drankhandel (met Al Capone in een hoofdrol), diversificeerde daarna richting vastgoed, vakbonden en drugs en is nooit meer verdwenen. In januari 2011 vond de laatste grote golf van 110 maffia-arrestaties plaats. De 127 aanklachten liepen uiteen van moord, afpersing, brandstichting en roof tot drugshandel en illegaal gokken.

Natuurlijk gaat iedere historische vergelijking mank. Maar Amerika had de deuren wijd open gezet voor een cultureel bepaalde vorm van zware criminaliteit in groepsverband, en worstelt nog steeds met de gevolgen. Dit is precies ons schrikbeeld na ‘Keulen’.

De Big American Pizza is ook niet in Italië bedacht

Nieuwe vormen van misdaad vragen nieuwe bestrijdingsvormen. In de VS kwam dat rijkelijk laat op gang. In 1951 stelde een Senaatscommissie vast dat er een ‘duistere criminele organisatie’ in de Verenigde Staten opereerde, ook wel bekend als de maffia. Goedemorgen! Pas in 1970 kwam het tot de Organized Crime Control Act, die lidmaatschap van een criminele organisatie (lees: de maffia) formeel strafbaar stelde. Een analyse van de overduidelijke culturele wortels van de maffia, als aangrijpingspunt tot effectieve bestrijding, heeft de FBI voorzover mij bekend nooit gemaakt. De tijd was er ook niet naar. Over een stop op Italiaanse immigratie als oplossing is trouwens ook nooit gepraat.

De vraag is hoe en hoe snel wij nieuwe bestrijding van nieuwe misdaden op poten weten te zetten. Daar kunnen we geen taboes bij gebruiken. Durven we te benoemen waar de problemen voorkomen, en waar niet? Het zou kunnen dat er minder zedenmisdrijven voortgekomen zijn uit de Hongaarse (1956), Tsjechische (1968), Surinaamse (jaren tachtig) en Balkan- (jaren negentig) golven van immigratie en vluchtelingen dan door de komst van immigranten uit Marokko, Turkije en de Antillen, of uit de huidige vluchtelingenstroom. Als we beter kunnen begrijpen waarom dat zo is (als het zo is) kan dat bijdragen aan effectieve bestrijding van deze nieuwe vorm van groepsmisdrijven.

Ik hoop dat we intussen niet de andere kant van Amerika’s Italiaanse immigratie vergeten. Dankzij de miljoenen Italianen die de armoede in hun land ontvluchtten kreeg Amerika er Joe DiMaggio, Rudy Giuliani en Leonardi DiCaprio bij. En voor wie ervan houdt: de Big American Pizza is ook niet in Italië bedacht.

Dankzij immigratie is Nederland verrijkt door mensen als Gabor, Simek, Ramdas, Prem, Aboutaleb, Ali B., Mujagic en El Mouden. Ik weet zeker dat we hier over tien of twintig jaar voormalige Syriërs aan kunnen toevoegen. Dat is toch fantastisch? Er is ook een zwartboek te schrijven over de misdadigers, van joodse vastgoedzwendelaars in de achttiende-eeuwse Republiek tot hedendaagse types als Mohammed Bouyeri. De vraag is hoe een open maatschappij hen aanpakt zonder zichzelf te schaden. Die vraag is niet nieuw, maar wel urgent. Terug naar Apeldoorn zullen we niet gaan, maar bij Keulen willen we ook niet blijven hangen.