Imagined Places

Van Bangladesh naar Macedonië

De tentoonstelling Imagined Places leidt van een druk bevlogen vliegveld naar een land waar mensen altijd met niets gelukkig zijn. Waar kan hedendaagse kunst het Tropenmuseum brengen?

Een man met een Noord-Afrikaans uiterlijk leunt zuchtend tegen een reling. Hij draagt een spijkerbroek met een zwart shirt en poseert voor een blauwe zee. In de video MiddleSea (2008) volgt Zineb Sedira (1963) de omzwervingen van de man aan boord van een leeg schip dat van Algiers naar Marseille vaart. Door in te zoomen op deiningen en hobbels verheft ze de boottocht van zomaar een reis tot een letterlijk veelbewogen overtocht. Een hemd zwaait in een kajuit aan een kledinghanger heen en weer op het ritme van golven. Overhemden op het dek wapperen wild in de wind. Op een tafel trilt een glas water. De details maken de man van een verveelde toerist tot een weerloze eenling, die wordt meegesleurd door de stampende motor van het schip. Zodra er land in zicht is schiet de kleur van de video abrupt over in de zwart-witbeelden van het verleden. Sedira’s familie emigreerde na de onafhankelijkheidsoorlog in Algerije naar Frankrijk. De oversteek van het water toen maakt dat zij nu een Franse kunstenaar is. De Middellandse Zee, bereikbaar vanaf kusten in Europa, Afrika en Azië, vormt het toneel voor de treffendste werken in de tentoonstelling Imagined Places in het Tropenmuseum.

Het volkenkundige museum in Amsterdam, dat onderdeel is van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, werd met sluiting bedreigd maar ontving voor 2013 toch een eenmalige subsidie. Het tentoonstellen van hedendaagse kunst vormt een steeds belangrijker speerpunt in de missie om het museum tot een maatschappelijk platform voor culturen te maken. De tentoonstelling Rood (2010) liet de historische objecten en nieuwe kunst hardhandig met elkaar kennismaken: een gebreide Ferrari van Lauren Porter werd naast het boekje van Mao en een Chinees bruidsgewaad geplaatst, onder de vormelijke noemer ‘rood’. Imagined Places is meer inhoudelijk gevoed en presenteert vijf kunstenaars die op zoek gingen naar mensen die grote tochten hebben afgelegd. Of die daarvan dromen.

De zoektocht naar de tentoonstelling in het museum is een reis op zich. Na de trap moet de bezoeker zigzaggen tussen wassen beelden die het reilen en zeilen in Nederlands-Indië portretteren, nog een trap op, en dan treft hij op de tweede verdieping Imagined Places. De bezoeker loopt meteen tegen de spectaculaire foto Flughafen (2005) aan. Ho Yeol-Ryu (1971) nam tientallen foto’s van een startbaan op Hannover Airport. De Koreaan photoshopte de vliegtuigen die hier opstegen samen tot één compositie. Budgetmaatschappijen, sportvliegtuigjes en vakantievluchten met smileys op hun staart vormen op de foto een zwerm bontgekleurd vliegverkeer. De vernuftigheid van het zoekplaatje maakt dat je er lang naar kunt kijken. Een vliegtuigtrap op de foto van Adrian Paci (1969) is even intrigerend. De trap op wieltjes staat op de betonnen grond van een Amerikaans vliegveld. Op de treden verdringt zich een groep armoedig geklede mannen. Reizen is voor deze Latijns-Amerikaanse arbeiders niet weggelegd. Zij staan permanent in de wacht, zoals de Albanese kunstenaar er met de titel Centro di Permanenza Temporanea (2009) nog eens inwrijft. De geliktheid van de foto zorgt er echter voor dat het gevoel van afgrijzen dat kunstenaar en museum ermee willen oproepen, uitblijft.

Als het clichématige beeld van het vliegveld als vertrekpunt voor een reis is gepasseerd, wordt Imagined Places interessant. Arriveren is namelijk niet het eindpunt van een reis, maar slechts het startpunt van herinneringen. ‘Er was rode grond’, mijmert een man met een ringbaardje en rode das in de video-installatie van Cláudia Cristóvão. Cristóvão (1973), geboren in Angola en woonachtig in Amsterdam, vroeg Portugezen om hun geboorteland Angola te beschrijven. Op vijf televisieschermen fantaseren mannen en vrouwen in superlatieven over het land dat hun voorouders ontvluchtten. Angola staat voor hen gelijk aan altijd zingen, altijd dansen, altijd muziek maken, altijd zon, alles wat groeit, de wildste dieren, de meeste vliegen, de grootste muggen. Geen woord over Unita, niets bloeddiamanten. Angolezen zijn mensen die altijd met niets gelukkig zijn. Op twee grotere schermen worden beelden uit het land van hun fantasie geprojecteerd. Het ene scherm toont een paradijselijk landschap, het andere een verlaten huis waar metershoog zand zijn intrek heeft genomen. Het is veelzeggend dat Cristóvão haar video Fata Morgana (2005-2006) noemde.

De werken van Sedira en Cristóvão demonstreren eens te meer hoe genuanceerd een verhaal over identiteit in bewegend beeld kan worden gevat. Het beroemde blauwe water van de Middellandse Zee blijkt in MiddleSea plotseling over talloze schakeringen te beschikken, van marineblauw tot pikzwart. De aarzeling in de herinneringen van de Portugese Angolezen toont de nuance die komt kijken bij geschiedschrijving: ‘The riches of the land – I don’t know. The air – I don’t know. The people – certainly.’ Woorden schieten in de herinneringen van Fata Morgana vaak te kort, in vijf televisieschermen naast elkaar.

Hoe een reis epische proporties kan aannemen vertellen acht immigranten in The Mapping Journey (2008). De video-installatie van de Frans-Marokkaanse kunstenaar Bouchra Khalili bevindt zich op de eerste verdieping van het museum. Hier wordt het door een dik gordijn afgesneden van een doolhof van vitrinekasten, gevuld met objecten uit Zuidoost-Azië. Achter het gordijn is het donker, op acht videoschermen met het beeld van een wereldkaart na. Khalili (1975) reisde door Europa en vroeg illegale immigranten met een stift de route van hun omzwervingen uit te tekenen. Afwisselend vastberaden en aarzelend trekken hun handen in de video’s zwarte lijnen op de kaarten. Van Bangladesh naar Macedonië bijvoorbeeld, via Moskou. Door een koptelefoon kan de bezoeker luisteren naar de geschiedenis van de verbluffende tochten. Zo wachtte de minderjarige jongen uit Bangladesh in Skopje negen maanden celstraf. Vervolgens trok hij naar Dubai, en verder naar Mali. Er waren berovingen en arrestaties in Algerije en Niger, waarna hij er zeven maanden over deed om over vulkanisch gebergte naar Libië te klimmen.

De wereld is voor deze mensen een grote flipperkast. Afgeschoten door de politieke en economische mechanismen van hun geboorteland trekken mannen en vrouwen zo onzichtbaar mogelijk van land naar land. De zee dient als tunnel die landsgrenzen in een stroomversnelling kan omzeilen, maar die levens ook zomaar van de kaart kan laten verdwijnen. In een opblaasboot met 24 mensen bereikte de jongen uit Bangladesh ten slotte het droomland Italië. Een andere boot, in een volgende video, werd omsingeld door haaien. Hoge golven sloegen opvarenden overboord. Toen er land in zicht kwam, ontstond verwarring. Dit kan Italië toch niet al zijn. Tweeduizend kilometer verderop strandde de boot, in Turkije. ‘The papers looked a bit false’, vertelt een man die op een wereldkaart de punt van zijn stift stilhoudt boven Izmir. Daar wachtte weer de gevangenis.

Khalili vertaalde de kaarten opmerkelijk genoeg naar zeefdrukken van sterrenbeelden, waarop de tochten als spoorkaarten met stippen en stations staan uitgetekend. Terwijl deze verhalen juist leren dat reizen niet in de sterren staan beschreven.

Hoe haaks staan de omzwervingen op de harde grenzen die binnen het Tropenmuseum zelf gelden. Er is een afdeling voor Afrika, Noord-Afrika, West-Azië, Zuidoost-Azië, Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea, Latijns-Amerika en een presentatie van het gebied rondom India. In de tentoonstelling Onverwachte ontmoetingen op de begane grond wordt deze indeling wel opgeheven. Kunstwerken worden in deze mooie presentatie gemengd met wandtapijten en oude iconen. Wat opvalt is dat veel hedendaagse kunst hier sterk politiek gekleurd is. Het portret van Mohammed B. door Marlene Dumas, bijvoorbeeld, confronteert bezoekers met de heersende vooroordelen. Niet in de laatste plaats door de provocerende titel die zij het schilderij gaf: The Neighbour (2005). Ook staat in deze tentoonstelling de sculptuur Planets in My Head, Literature (2010) van de Nigeriaans-Britse kunstenaar Yinka Shonibare opgesteld. Het toont een jongen in een schoolbank die een Victoriaanse ‘pandjesjas’ draagt, gemaakt van zogenaamd Dutch Wax Print. Dit felgekleurde textiel met florale en geometrische patronen werd in de negentiende eeuw in Nederland gemaakt en naar Afrika geëxporteerd. Sinds die tijd geldt de stof als typisch ‘Afrikaans’ en op menige Nederlandse weekmarkt wordt de stof nog altijd verkocht. Paradoxaal genoeg meestal door Afrikanen. Het hoofd van de jongen aan de lessenaar wordt gevormd door een hemelbol, een toespeling op de westerse claim op kennis, en in het hout van de lessenaar krast hij ‘You Can’t Trust Nobody’. De ironie van het beeld is scherp, maar de persoonlijke boodschap gaat ten onder aan het spektakel van de visuele verschijning.

‘Het sleutelbegrip voor recente én de komende jaren is verankering in de maatschappij: een nog sterkere nadruk op culturele wisselwerking als permanente motor van verandering, hier en nu’, staat in de missie van het Tropen­museum. Het is jammer dat Imagined Places in het gebouw wat wordt verstopt. Meer dan de politieke pandjesjas vertellen de tochten van Sedira, Cristóvão en Khalili de persoonlijke verhalen die overal om ons heen verborgen zijn. Ze vertellen indirect ook het verhaal van de collectie. Alle 175.000 voorwerpen, van de slavenhalsboei tot een rammelaar van kalebas, legden tenslotte ooit de reis naar Amsterdam af. Ze kwamen per boot over zee, in kisten over bergen of later misschien met het vliegtuig. Ook hun reis ging met trillingen, deiningen en hobbels gepaard. Ze zijn verre van onbewogen.

Imagined Places, t/m 14 april. Onverwachte ontmoetingen: Verborgen verhalen uit de collectie, t/m 14 juli. Tropenmuseum, Amsterdam. tropenmuseum.nl