Susan Sontag, Where the Stress Falls

Van barbarij naar beschaving

Susan Sontag is op haar best als ze tegen de denktank van de gevestigde orde in schrijft, lastige vragen stelt, en weigert zich als een klein en onmondig kind te laten behandelen. Jammer dat die dwarse, «ontwortelde» momenten in haar essaybundel ‘Where the Stress Falls’ zo schaars zijn.

Het is een hardnekkig misverstand te denken dat een roman propaganda kan zijn, dat een vertelling een moreel doel zou kunnen nastreven. Een ideaal verhaal straalt neutraliteit uit dankzij een als fosfor schitterend taalgebruik. Op die wijze - de afwijkende literaire stijl in stelling brengen - wordt de moraal een onderzoeks thema dat de auteur al schrijvend en met open geest aftast. De kernvraag draait dan niet om wat het verhaal uiteindelijk te zeggen heeft, maar om wat die tekst via een virtuoze verbaliteit doet met de zintuigen. De ware meesterwerken kunnen onze blik op de wereld zo'n ingrijpende tik of dreun geven dat alles en iedereen er anders uit komt te zien, dat het historische en geografische «daar» en «hier» drastisch verkleurt.
Susan Sontag schrijft in haar nieuwe essaybundel Where the Stress Falls: «Niets nieuws behalve de taal dan, die altijd aanwezige. Die de kwelling van menselijke relaties stolt via scherpe lexicale keuzes, springerige interpunctie, gevleugelde zinsritmes. Die subtielere, gulzigere honger naar kennis, naar meevoelen, naar afstandelijkheid ontwikkelt. Het is een kwestie van adjectieven. Daar valt de klemtoon op.»
Niet voor niets heeft ze ook in deze nieuwe bundel een hommage aan haar leermeester Roland Barthes ingelast, de man die steeds minder academisch en meer autobiografisch ging schrijven en die nauwgezet verslag deed van wat zijn overgevoelige zintuigen aan prikkelende beelden en erotische verleidingen registreerden. Voor Barthes was literatuur allereerst taal. De «moraliteit van de vorm» - waardoor literatuur eerder een probleem dan een oplossing wordt - is essentiëler dan de roman als communicatiemiddel en partijdig, geëngageerd document. Liever de esthetiek van een radicale individualiteit dan de ethiek van een conformistische groep van sartreaanse wereldverbeteraars.
In navolging van Barthes beklaagde Sontag zich er al eerder over dat de westerse cultuur op excessiviteit en overproductie steunt en dat onze zintuigen afgestompt raken. «We moeten leren meer te zien, meer te horen en meer te voelen.» De kunst dient meer transparantie te bieden en zich met stijlmiddelen als parodie, subtiele ironie en afwijkende vormgeving te onttrekken aan pavloviaanse interpretatiezucht die manipuleert, conformeert, verarmt, verkracht en leegzuigt. Dat is gespierde jarenzestigtaal, maar veertig jaar later nog steeds geen onzin. Kunst is geen deugdzame opvoeder maar een doortrapte verleider.

Where the Stress Falls is lang niet zo'n dwingende essaybundel als Tegen interpretatie en In het teken van Saturnus (1982) en is richtinglozer dan Sontags persoonlijke ziektegeschiedenis Illness as Metaphor of het bewogen Aids and Its Metaphors uit de jaren tachtig. De essays, geschreven tussen 1980 en 2001, wisselen sterk in intensiteit en kwaliteit. De toon in de bundel is zelden polemisch en al te vaak obligaat uitleggerig of koket belerend. De echte schrijver heeft belangstelling voor álles, en dat zal de lezer weten ook: ballet, grotten, tuinen, architectuur, opera, reizen, en zo voort en zo verder. Bovendien lijden veel stukken onder name dropping en sweeping statements. Het zijn welhaast politiek correcte stukken over de canon van de moderne literatuur of overpeinzingen over «ruimte» in Saenredams kerkinterieurs. De sfeer heeft iets bezadigds en gratuits. Op zich prikkelende uitspraken over de positie van de intellectueel - als dwarsige en seculiere kosmopoliet die de gevestigde mening dient te ondermijnen met eigenzinnige waarnemingen - blijven daardoor een beetje in de lucht hangen; je haalt je schouders op als je leest dat de Republiek der Letteren «in feite een aristocratie» is en dat de dichter «een avatar van de vrijheid» is.

En toch, wie stug doorleest, komt uiteindelijk de «oude» Susan Sontag weer tegen, in 1993 in het door de Serven belegerde multi-etnische Sarajevo. Daar regisseert ze de eerste akte van Samuel Becketts Waiting for Godot. «Nothing to be done.» Zo begint Becketts klassieker. Maar er is van alles te doen in die bijna bezette stad waar de verzwakte acteurs bij kaarslicht Becketts nog immer actuele spel met barbarij en beschaving instuderen. Sontag laat gedwee en gespeeld naïef het mediacircus over zich heen komen als de pers er lucht van krijgt dat deze Amerikaanse beroemdheid de solidaire daad bij haar vroegere woorden voegt. Waar is het altruïsme gebleven? vraagt ze zich af als ze constateert dat de Europese intellectuelen zich en masse afzijdig houden van de op genocide lijkende etnische schoonmaak.
«Daar» en «hier», ex-Joegoslavië en Amerika, zijn twee totaal verschillende werelden. En als je van «daar» weer naar «hier» gaat, van de verbijsterende barbarij naar de vanzelfsprekende beschaving, onderga je een schok. Die schok beschrijft Sontag zeer indringend en met groot inlevingsvermogen. Dan is ze op haar allerbest en bespeelt ze het geweten van iedere kunstenaar die meent dat hij geëngageerd is. In haar essay over Danilo Kis maakt Sontag de kanttekening dat de hoeveelheid historie of ellende die de schrijver moet ondergaan hem nog niet automatisch tot een groot schrijver maakt. «Maar geografie is een lot.» En geschiedenis is strijd, schrijft ze elders. «Geschiedenis betekent tragische impasse - en dat je vrienden worden opgesloten of vermoord. Geschiedenis betekent permanente provocaties van het bestaansrecht van de natie.»

Tegelijkertijd «daar» en «hier» kunnen zijn, misschien is dat waar artistieke betrokkenheid of literair engagement werkelijk om draait. In haar historische romans The Volcano Lover (1992) en In America (2000) laat Sontag zien dat het kan, dat je in een verhaal op twee plekken tegelijkertijd kunt zijn: hier en nu, maar ook toen en daar. Sontag is het niet te doen om het nauwgezet reconstrueren van historische gebeurtenissen, nee, in haar romaneske en essayistische zoektocht naar passievolle momenten en indringende verbeelding moet ze de geschiedenis wel naar haar hand zetten.
Het is daarom jammer dat Where the Stress Falls niet afsluit met de recalcitrante reactie van Sontag op «11 september». Nog geen week na de aanslag op de WTC-tweelingtoren bestreed ze president Bush’ opvatting dat dit een laffe aanval was op de beschaving en de vrijheid. Voor haar waren de aanstichters van het bloedblad verre van laf; het was «een aanval op een land dat zichzelf heeft uitgeroepen tot supermogendheid, een aanval die werd uitgevoerd als gevolg van bepaalde Amerikaanse belangen en daden». Dit is Sontag op haar best: tegen de denktank van de gevestigde orde in schrijven. Ze blijft lastige vragen stellen, blijft weigeren zich als een klein en onmondig kind te laten behandelen door manipulerende politici in Washington. Politiek mag nooit psychotherapie zijn. Het is jammer dat die dwarse, «ontwortelde» momenten in Where the Stress Falls zo schaars zijn.


Susan Sontag
Where the Stress Falls
Uitg. Jonathan Cape, 351 blz., € 29,95