Europese eenheidsworst

Van boer tot bord

De interne Europese markt heeft geleid tot een bizarre hoeveelheid regels. Goed voor de Nederlandse trostomaat, minder goed voor de kleine Italiaanse kaasboer.

VOLGENS The Daily Telegraph zouden Europese ambtenaren de verkoop van yoghurt in Groot-Brittannië verbieden ‘omdat die niet aan hun definitie van gestandaardiseerde Euro-pudding voldoet’. Een gealarmeerde Daily Express wist te melden dat yoghurt van Brussel voortaan 'mild alternate-culture heat-treated fermented milk’ genoemd moet worden. En The Sun greep het 'nieuws’ dat traditionele Britse fish 'n chips voortaan de Latijnse visnamen moet voeren aan voor een onvertaalbaar staaltje allitererende onvrede: 'If barmy Brussels bureaucrats get their way, baffled Brits will have to ask for hippoglossus hippoglossus instead of plain halibut.’
Dit zijn een paar van de verhalen die jaren geleden in de Britse pers circuleerden. Maar zijn ze ook waar? Nee. Deze berichten zijn volgens de Europese Commissie gebaseerd op geruchten. Er is zelfs een speciale website gewijd aan de ontkrachting van de continu opduikende Euro Myths. Of het enige zin heeft, valt te betwijfelen. Daarvoor zijn de bureaucratische horrorverhalen uit Brussel te fascinerend en is de algemene Britse Euroscepsis te sterk.
Bovendien zit er vaak een kern van waarheid in deze mythen. De gekromde banaan bijvoorbeeld, voor Eurosceptici hét symbool voor alles wat er mis is met Brussel. Daarvoor is inderdaad een Europese wet - een 'verordening’ - gemaakt die 'misvormingen’ en 'een abnormale kromming’ verbiedt. De Eurosceptici hebben dan al genoeg gezien: zie je wel! Bemoeizuchtig Brussel slaat weer toe! Maar als ze even de tijd nemen om rustig verder te lezen, zien ze dat deze strenge eisen alleen gelden voor de bananen uit de 'extra’ klasse die in de supermarkt liggen. Bananen van het type 'I’ en 'II’ mogen al kleiner en krommer zijn. Deze verliezers van de Brusselse Beauty Contest liggen doorgaans bij de Turkse groenteboer - met exact dezelfde smaak en kwaliteit - en zijn veel goedkoper.
En dit is nog maar het begin van de nuanceringen die aan te brengen zijn bij voedselmythen. Ten eerste onderkent Brussel zelf het probleem. Twee jaar geleden schrapte de eurocommissaris van Landbouw Fischer Boel de wetgeving voor 26 soorten groenten en fruit - van asperges tot watermeloenen. Deze wetgeving bepaalde bijvoorbeeld dat komkommers per tien centimeter maximaal één centimeter mochten afwijken. Sindsdien mogen komkommers weer kronkelen en wortels weer wrattig zijn, mits ze duidelijk het opschrift krijgen dat ze voor 'verwerkingsdoeleinden’ bestemd zijn. In een zeldzaam compliment aan het adres van Brussel sprak de Britse pers over de 'triomfantelijke terugkeer’ van misvormd fruit en een 'zege van het gezonde verstand’.
En de supermarkten? Die blijven ondertussen gewoon de betere kwaliteitsklassen inslaan. Volgens Pekka Pesonen, secretaris-generaal van de vereniging voor Europese groente- en fruittelers Copa-Cogeca, heeft de industrie de onderlinge afspraak gemaakt om de afgeschafte Brusselse schoonheidseisen tot op de millimeter te handhaven. Zijn consumenten echt vies van kromme komkommers, of profiteren vooral supermarkten en de grootschalige agrarische sector van deze standaarden? Wie is er nu eigenlijk gebaat bij deze wetgeving uit Brussel?
'Een handelsstandaard is typisch iets wat eigenlijk door Europa moet worden geregeld’, legt Pesonen uit, 'anders loopt de handel in de soep. Dan weten de supermarkten en handelaren niet meer waar ze aan toe zijn. Hoe kan de Europese markt met haar duizenden aanbieders en afnemers zelf handelsstandaarden afspreken? Maar standaarden bieden ook kwaliteit voor de consument: hij weet dat het fruit altijd vrij is van parasieten en onvolmaaktheden. Het geeft mensen transparantie bij het kopen. En de consumenten willen helemaal geen lelijk fruit kopen. Dat wordt verwerkt in jam of veevoer.’ Het liefst ziet Pesonen de keiharde Brusselse eisen weer terugkeren.
Europarlementariër Bas Eickhout van GroenLinks is het hier niet mee eens: 'Natuurlijk moeten er minimumeisen zijn. Maar laat de mensen zelf beslissen of ze een banaan kopen die er niet uitziet, zolang deze eetbaar is. Ik zie niet in waarom Europa dat moet regelen. Ik begrijp wel dat het beter voor de handel is dat er standaarden zijn, maar ik zie niet in waarom dit met Europese wetgeving moet worden vastgelegd. Laat Europa zich juist bezighouden met het oplossen van problemen als voedselverspilling.’

DE POPULAIRE Britse kranten staan sceptisch tegenover Europese (voedsel)regels, die ze verantwoordelijk houden voor de afbraak van tradities en gezond verstand. Maar hoe deze Europese regels tot stand zijn gekomen en wie er belang bij heeft, lees je niet terug in de berichten over waanzinnig geworden bureaucraten.
Handelsregels voor groenten en fruit zijn namelijk een integraal onderdeel van het vrije verkeer van goederen. Sinds de jaren zestig onderhandelen Europese lidstaten over gemeenschappelijke standaarden voor goederen om een 'continentale vrijhandelszone’ te creëren. Het gebruik van objectieve parameters als grootte en uniformiteit maakte het makkelijker om een duidelijke prijs te bepalen voor iedere kwaliteitssoort. Deze transparantie heeft de handel enorm bevorderd. Jean Monnets visie van de Europese Unie als een concreet handelsverbond - en niet een kwijnend formeel of juridisch bondgenootschap als de Verenigde Naties - is een feit geworden.
Voor een internationaal opererend zuivelbedrijf als FrieslandCampina is de harmonisatie van de levensmiddelenwetgeving een geschenk uit de hemel. Rob van Dongen van het zuivelbedrijf licht toe: 'Als een product op de markt wordt gebracht in een EU-lidstaat en het voldoet aan de levensmiddelenwetgeving, dan kan het in beginsel ook verkocht worden in de andere EU-lidstaten. Dat is een groot voordeel. Er zijn wel uitzonderingen. Zo moet bijvoorbeeld het etiket op een levensmiddel altijd in ten minste de officiële taal van een EU-lidstaat zijn. Ook kunnen er nog nationale eisen zijn aan de samenstelling van enkele zuivelproducten. Zo is er bijvoorbeeld een andere definitie van room in de Nederlandse Warenwet dan in de Belgische of Franse levensmiddelenwetgeving.’
Roland Duong, maker van het tv-programma De slag om Brussel, meent dat deze wetgeving vaak onder druk van de grote agrarische coöperaties tot stand komt: 'De grote Nederlandse agrocorporaties zitten in Brussel en Den Haag altijd aan tafel bij de belangrijke onderhandelingen. We hebben begrepen hoe het werkt in Europa. Een zuivelreus als FrieslandCampina kan zich geen reputatieschade door besmetting permitteren en heeft belang bij strenge regels.’
Ook het Europese Hof van Justitie zette de bijl in nationale wetgeving. Het uit 1516 stammende Duitse Reinheitsgebot dat bier slechts mag bestaan uit hop, mout, graan en water werd als 'handelsbelemmerend’ terzijde geschoven: het hield buitenlandse brouwers maar van de markt. De protesten van de Duitse overheid dat de volksgezondheid in het geding zou komen, waren volgens het hof verkapt protectionisme. Dankzij het hof drinken de Duitsers vandaag de dag ook Heineken.
Keerzijden zijn er volgens Duong ook: 'Hoe industriëler de voedselproductie, hoe groter de kans dat een rottig kleine EHEC-bacterie de boel in de war stuurt. Er zit geen veerkracht meer in het systeem: de komkommertelers moeten bij het minste of geringste aan een Europees noodinfuus. Een klein boertje dat al jaar in, jaar uit zijn kromme komkommers aan de plaatselijke markt levert is veel taaier. Maar ook beschermde oorsprongsnamen zijn industrieel geworden. De Parmezaanse kaas is een massaproduct en de “streek” waar feta gemaakt mag worden beslaat heel Griekenland. De uitdaging voor Europa is dus haar ongelooflijke diversiteit te behouden én veilig voedsel te blijven produceren. Ik denk dat hier meer respect van de grote jongens voor de kleinere boeren voor nodig is.’

TERWIJL de handel in voedsel bloeide, groeide ook de lengte van de voedselketen. Toen de BSE- en dioxinebesmettingen ontstonden, wist niemand nog waar veevoer vandaan kwam en werden de keerzijden van de internationale voedselketen pijnlijk zichtbaar. 'Europese consumenten zijn doodsbenauwd voor voedselschandalen’, zegt Kate Trollope van de Britse denktank EU Food Policy. 'De angst en de immense kosten van de BSE- en dioxineaffaires uit de jaren negentig leerden ons dat de interne markt niet genoeg had aan de wirwar van nationale regels van voedselveiligheid. Je kunt geen veilige interne markt van voedsel hebben zolang je niet precies weet waar veevoer vandaan komt. In het geval van besmetting moet snel en efficiënt na te zoeken zijn waar de besmettingshaard is. En helaas is de enige oplossing hiervoor strenge Europese wetgeving.’
Zoals wel vaker in de geschiedenis van de EU dwong een gedeelde crisis de lidstaten tot nieuwe afspraken. De Brusselse bureaucraten gingen terug naar de tekentafel om te doen waar ze goed in zijn: wetten ontwerpen. Van 'boer tot bord’ werd er nu sluitende Europese levensmiddelenwetgeving ontworpen om de voedselveiligheid te garanderen. Als kroonstuk werd in 2002 de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) opgericht die met steekproefsgewijze controles de hele voedselketen, inclusief veevoeder, controleert. Ook reguleert ze de teelt en import van genetisch gemodificeerde organismen en houdt ze een lijst bij van toegelaten hulpstoffen, de zogeheten E-nummers. (E120 is bijvoorbeeld een rode kleurstof die gewonnen wordt uit schildluizen en daarmee volgens de Commissie 'ongeschikt voor veganisten’ is.)
Over de rol van de EFSA in de laatste EHEC-besmetting is Trollope ondanks de trage aanloop toch lovend: 'De onderzoekers van de EFSA mochten pas sinds 15 juni, weken na de uitbraak, Duitsland binnen om de infectiehaard te bezoeken. Lidstaten moeten nog altijd toestemming verlenen aan EU-missies. Toch bewijst de EFSA nu haar diensten. Ze speelde een cruciale rol in de uiteindelijke opsporing van de werkelijke besmettingsbron. Door de nieuwe voedselveiligheidsregels is een veel groter debacle voorkomen. Nu is er nog relatief weinig schade voor de industrie. Het punt dat ik al jaren maak, is dan ook dat Europese voedselveiligheidsregels ons veel geld besparen. Je kunt wel dogmatisch roepen dat er te veel wetgeving is, maar daar los je geen problemen mee op.’
En waar blijft de consument te midden van dit handelsgeweld? Die vond in het machtiger wordende Europees Parlement een eigen stem (zie kader). Een recent wapenfeit was het besluit om gezondheidsclaims van voedselfabrikanten te gaan controleren op hun wetenschappelijke merites. Danone en Yakult moesten daarop onbewezen claims laten vallen. Eickhout ziet een duidelijke trend in de geschiedenis van het Europese voedselbeleid: 'Het begon natuurlijk allemaal met regels voor de interne markt om de handel te vergemakkelijken. Dat is erg succesvol geweest en de markt is nu sterk geliberaliseerd. Inmiddels heeft Europa er een hoop competenties bijgekregen. Als je het Verdrag van Lissabon (2009) leest, zie je dat naast economische ontwikkeling ook duurzaamheid een centraal thema van de EU is geworden. Wat je de laatste tijd ziet, is dat de EU - en met name het Europees Parlement - zich sterk maakt voor zaken die de handelsbelangen overstijgen en te maken hebben met milieu, voedselveiligheid en consumentenbelangen. De lidstaten vinden we in deze onderhandelingen bijna altijd tegenover ons. Zij houden vast aan de handelsbelangen.’
Welke regels er ook bij komen, ze leveren winnaars en verliezers op. Nederlandse agrariërs lijken op meerdere fronten aan de winnende hand in de slag om Brussel. Als Pesonen eenmaal over de Hollandse tuinbouw begint, is hij moeilijk te onderbreken: 'Nederland heeft iets unieks gepresteerd. Als de Poolse landbouw zo efficiënt was als de Nederlandse zouden alle boeren in de EU ermee kunnen stoppen. Daarnaast hebben boeren en tuinders zich heel goed georganiseerd in coöperatieven zodat ze een vuist kunnen maken tegen de supermarkten. Ook zijn het echte entrepreneurs. Ze bieden de markt aan wat het meest oplevert op dat moment. Ze beheersen de hele keten, tot het verpakken aan toe. Als er iets misgaat lossen ze het zelf op, in plaats van te klagen. Toen de Hollandse tomaat in Duitsland de reputatie kreeg waterig te zijn, hebben ze dit opgelost. Ten slotte zijn Nederlandse producten perfect homogeen. Je weet altijd wat je krijgt.’
Een grote supermarktketen als Tesco die nu in Oost-Europa winkels opent, doet graag zaken met Nederlandse tuinders, precies vanwege deze voorspelbaarheid. Nederlandse telers halen soms negentig procent. De Nederlandse tuinbouw boekte in 2010 weer een exportrecord: 3,1 miljoen ton groente en fruit ging de grens over, met name naar Duitsland en Groot-Brittannië. De Elstar, Conference-peer en de trostomaat zijn het meest geliefd.
Wie er wint en wie er verliest wordt door niemand treffender in beeld gebracht dan door de makers van de documentaire De slag om Brussel. Op ironisch-onderzoekende wijze laten ze uiteenlopende onderwerpen als de beschermde oorsprongsnaam van fetakaas, subsidie van de Spaanse visserij en de kracht van de Hollandse paprika de revue passeren. Verliezers van de Europese regels zijn volgens Duong vaak de kleinschalige boeren en tuinders: 'Die leveren alleen nog maar aan de lokale markt en niet meer aan de supermarkt. Overigens komt dit niet alleen door Europese regels. In Nederland doen we bijvoorbeeld graag een schepje boven op de Brusselse wetgeving: de kleine rauwmelkse-kaasboeren worden hier voortdurend gecontroleerd, terwijl ze in Italië met rust gelaten worden. De slachtoffers van strenge regelgeving zijn vaak de kleine jongens.’


EU-etiketten
De laatste slag om Brussel werd geleverd over de etikettering van voedingsmiddelen: hoeveel informatie er verplicht wordt gesteld, de oorsprong van het product en de plaats van het etiket op de verpakking. Hoewel de belangen van de industrie hier samenvallen met die van de consument – het is handig als er één Europees standaardetiket is dat iedereen kan begrijpen – waren er toch grote meningsverschillen over de inhoud. Aan de vooravond van een belangrijke stemming verzond de Nederlandse voedselindustrie op 11 april zelfs een ‘brandbrief’ waarin ze waarschuwde voor etiketten die door de hoeveelheid informatie ‘niet meer leesbaar’ zijn. Ook zou de oorsprong van voedsel voor de consument ‘niet noodzakelijk’ zijn om te weten.

De voorlopige uitkomst is een typisch Europese mengelmoes van tijd en compromissen. De nieuwe etiketregels bepalen dat de voornaamste informatie over voeding, waaronder zout en vet, duidelijk getoond moet worden op de achterkant van het product en niet op de voorkant zoals het Europees Parlement wilde. De door de industrie gevreesde ‘stoplichten’, waarbij rode stippen hoge percentages vet of suiker indiceerden, haalden het ook niet. Wel moet de herkomst van vleesproducten in navolging van rundvlees, dat sinds de BSE-crisis al verplicht traceerbaar moet zijn, vermeld worden. Andere eisen van het Europees Parlement, zoals het vermelden waar een dier is geboren en geslacht, zullen ‘bestudeerd’ worden door een onderzoekscommissie.