Van boer tot toerist

Vader Thomas begon als geitenhoeder, zoon Felix eindigde als arts. Emmanuel Le Roy Ladurie schilderde op basis van de dagboeken van twee generaties Platter een portret van een zestiende-eeuwse familie van sociale stijgers. Een interview over carrieres, Marx en moestuinen.
Emmanuel Le Roy Ladurie, De eeuw van de familie Platter (1499-1625), deel I: De schooier en de geleerde. Vertaald uit het Frans door Marianne Gaasbeek, Marianne Gossije en Marijke Janssen, Uitgeverij Bert Bakker, 465 blz., f45,-.
DE ZESTIENDE EEUW was niet alleen de bloeitijd van de renaissance en de periode van de grote godsdienstoorlogen tussen katholieken en protestanten, het was ook de tijd waarin veel arme boerenfamilies aan een moeizame maar succesvolle klim op de sociale ladder begonnen. De beroemde familie De Medici en die van de latere eerste minister van Lodewijk XIV, Jean-Baptiste Colbert, hadden aan het begin van die eeuw allen nog voorvaderen die gewoon het land bewerkten, hoezeer ze zich ook beroemden op hun zogenaamd adellijke afstamming. De enigen die voor hun eenvoudige afkomst uitkwamen en er in zekere zin zelfs trots op waren, waren de Platters uit Bazel. Thomas Platter senior begon als geitenhoeder in de Alpen en klom op tot onderwijzer en drukker in Bazel. Zijn zoon Felix werd een internationaal gerespecteerd arts en telde vorsten en hertogen onder zijn patienten.
De Franse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie nam hun dagboeken als uitgangspunt voor een lijvige biografie over hun beider levens. De eeuw van de familie Platter (1499-1628) is echter meer dan een levensbeschrijving van twee beroemde exponenten van de opkomende burgerlijke klasse; het boek geeft ook een veel minder radicale kijk op de godsdiensttwisten van die tijd en bewijst dat niet alleen geld en hard werken, maar ook kennis een belangrijk middel kan zijn om status en succes te verwerven.
Emmanuel Le Roy Ladurie verwierf in de jaren zestig en zeventig internationale bekendheid met zijn studies over het middeleeuwse Franse katharendorp Montaillou en het leven van de boeren in de Languedoc. De Franse historicus concentreerde zich niet zozeer op de beschrijving van de grote politieke en culturele gebeurtenissen van die tijd, als wel op het sociaal-economische leven. Hij richtte zijn aandacht minder op de elite dan op de onderste standen en klassen van de feodale maatschappij. Ook buiten vakkringen werd zijn werk gretig gelezen. Net zoals Simon Schama met zijn boeken over de zeventiende en achttiende eeuw werd de Fransman Le Roy Ladurie een historicus voor zowel de expert als de geinteresseerde leek.
TERWIJL DE beschrijving van het leven van vader Thomas als een roman leest, is de levensloop van zijn zoon Felix veel feitelijker. Hij staat vol uitweidingen over de politieke gebeurtenissen van die tijd. Ontbrak het bij Felix aan voldoende materiaal, zodat u de pagina’s met resultaten van eigen onderzoek moest opvullen?
Le Roy Ladurie: ‘Het was juist andersom. Het dagboek van Thomas Platter heb ik werkelijk van voor tot achteren gebruikt. Van de beschrijving die Felix geeft van zijn reis door Zuid-Frankrijk en zijn verblijf in de stad Montpellier, waar hij voor arts studeerde, heb ik veel onbenut gelaten. Hij gedroeg zich soms echt als een toerist avant la lettre, bezocht bijvoorbeeld het amfitheater in Nimes en tal van kerken en historische gebouwen. Af en toe werd ik jaloers als ik weer een beschrijving van een prachtige gothische kathedraal las, want in die tijd ging men nog zo achteloos met monumenten om dat veel kerken en Romeinse overblijfselen die Felix Platter nog kon bewonderen, nu al lang niet meer bestaan. Zelfs hij kan zich daarover ergeren, bijvoorbeeld als hij vaststelt dat de schutterij van een stad als Avignon haar wapens uittest op de overblijfselen van een Romeinse muur.’
De dagboeken van de Platters waren geen onbekende manuscripten. Hoe kon u nog iets nieuws toevoegen aan de kennis die men over hen had?
‘In de Duitstalige landen werden hun dagboeken al heel lang gelezen. Tijdens het bewind van keizer Wilhelm II waren ze zelfs aanbevolen lectuur voor middelbare- scholieren, die eruit konden leren hoe je met niets kon beginnen en het door ijverig te studeren toch tot iets kon brengen. In Frankrijk kende men de levensgeschiedenis van de Platters echter nauwelijks. Ik ben bovendien de eerste die de oorspronkelijke edities heeft bestudeerd, hoewel ik daar wel de hulp van een Zwitserse assistente bij nodig had. Ik lees namelijk wel Duits, maar het Bazelse dialect waarin de dagboeken zijn geschreven, was moeilijk voor mij. Dit is dus de eerste diepgaande studie van hun leven en werk, maar daarnaast vormden deze levens voor mij ook het uitgangspunt voor een beschrijving van de tijd waarin zij leefden, de zestiende eeuw.’
De Platters maakten een vrij steile carriere op de sociale ladder, maar hebben nooit hun eenvoudige afkomst verloochend. Dat is zeer uitzonderlijk, schrijft u.
‘Het is heel bijzonder dat Thomas vermeldt wie zijn voorouders zijn. De naam Platter komt van “plat”, een plateau in de bergen waarop zijn ouders een boerderij en een stuk land hadden. Bij de familie De Medici duidt de naam ook op een eenvoudige afkomst - een chirurgijn - maar zij hebben dit altijd trachten te verhullen. Net zoals Colbert, de eerste minister onder Lodewijk XIV, zijn afstamming probeerde te verbergen. Colbert stamde af van boeren, maar hield altijd vol dat zijn voorvaderen Schotse edelen waren. Toen daar openlijk aan getwijfeld werd, stuurde de koning zelfs een delegatie naar Schotland om het bewijs daarvoor te halen, hoewel hij ook wel wist dat het onzin was. Maar het werd nu eenmaal belangrijk gevonden om een rookgordijn op te trekken rond iemands lage afkomst.
Toch was het toen al een algemeen bekend feit dat veel hooggeplaatsten wortels hadden in niet-adellijke families. Sinds de Zwarte Dood vanaf 1347 een schrikbarende ontvolking van Europa in gang had gezet en boeren de kans had gegeven eisen te stellen aan hun adellijke heren, waardoor de banden van het feodalisme aanzienlijk minder waren gaan knellen, was de sociale mobiliteit erg toegenomen. Er zijn zelfs voorbeelden van boeren die bisschop werden.
In de familie van Thomas Platter bevonden zich zowel aan vaders- als aan moederszijde enkele personen die een zeker sociaal aanzien en respect hadden verworven. Meestal waren dat ambtenaren. Dat heeft bij de Platters vermoedelijk als een vonk gefunctioneerd die het vuur van de sociale ambitie ontstak, want zijn familie besliste dat Thomas priester zou worden. En dat was destijds de meest gebruikelijke weg om aan het boerenbestaan te ontsnappen.’
THOMAS BEKEERT zich tot het protestantisme. Enige tijd is hij een zeer radicaal aanhanger van Zwingli, maar als drukker doet hij ook zaken met katholieken. Uw boek geeft de indruk dat men in de zestiende eeuw eigenlijk veel pragmatischer was dan wij denken.
‘Als je de politieke geschiedenis van Frankrijk onder de loep neemt, valt het op dat de vorsten - van Frans I aan het begin van de zestiende tot en met Lodewijk XVI aan het eind van de achttiende eeuw - hoewel ze zeer katholiek waren, voortdurend bondgenootschappen met protestantse vorstendommen en staten hebben gesloten. In hun strijd tegen de Habsburgers konden de Fransen de steun van de protestantse Zwitsers en Hollanders goed gebruiken. De katholieke kardinaal Richelieu zag er geen been in samen te werken met de Engelse revolutionair Oliver Cromwell, die net een katholieke koning had laten onthoofden. Zelfs de hulp van Lodewijk XVI aan de Amerikaanse vrijheidsstrijders betekende in feite steun van katholieken aan protestantse puriteinen.
De enige uitzondering vormde Lodewijk XIV, die vanaf de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 alle vrijheden van de hugenoten, de Franse protestanten, introk en de bestaande bondgenootschappen verbrak. Die politiek heeft hem echter geen enkel voordeel opgeleverd, integendeel. Hij had beter een gezegde van Richelieu ter harte kunnen nemen: “Wanneer je als katholiek door een andere katholiek wordt aangevallen en een protestant komt je te hulp, waarom zou je diens hulp dan weigeren?” ’
En hoe stelden de Zwitsers zich op?
‘De Zwitsers probeerden zich door middel van hun bondgenootschap met de Fransen volledig te bevrijden van de heerschappij van de Duitse keizer, maar ook intern kwamen de protestants geworden en de katholiek gebleven kantons na een korte burgeroorlog in 1531 al snel tot een modus vivendi. In woord en schrift bleven ze elkaar natuurlijk verketteren, maar als het om praktische zaken ging, werd dat gemakshalve vergeten.
Bazel was een lutheraans bolwerk en Thomas Platters grootste bestseller was een druk van een belangrijk werk van Calvijn. Toch weerhield dit Thomas Platter er niet van via katholieke makelaars huizen te kopen die aan katholiek gebleven burgers van Bazel toebehoorden. Die moesten de stad weliswaar verlaten, maar konden hun zaakjes rustig afwerken. Het verliep dus heel anders dan in het Frankrijk van 1793, toen de leden van de Franse adel halsoverkop uit het land moesten vluchten en al hun bezittingen in beslag werden genomen.
Ook Felix Platter is aanvankelijk een nogal dogmatisch protestant. Wanneer hij door Frankrijk reist, weigert hij aanvankelijk katholieke kerken te bezichtigen. Maar op een dag wordt hij aangelokt door het gezang tijdens een katholieke mis en gaat hij toch naar binnen. Vanaf dan bezoekt hij gewoon elke kathedraal waar hij langskomt en bewondert hij zelfs de heiligenbeelden, hoewel dat volgens de protestantse leer afgoderij is. Zo verging het velen, tenminste wanneer ze, zoals Thomas en Felix Platter, een open geest hadden en de moeite namen te reizen en te leren.
Dat was ook de paradox van het christelijke onderwijs: men stimuleerde het onderwijs in de hoop dat de kinderen op die manier betere christenen zouden worden, maar de jongemannen die van de universiteiten afkwamen, werden door de daar verworven kennis juist sceptischer ten aanzien van veel leerstellingen en dus minder fervente christenen.’
Wanneer Thomas Platter een zekere welstand heeft bereikt, koopt hij gronden buiten de stad en gaat daar zelf voedsel verbouwen. Was dat een gewoonte van de rijkere burgers van boerenafkomst of ging het om een algemeen verschijnsel?
‘Het had inderdaad wel iets met hun agrarische wortels te maken, maar ook met een diepgewortelde - en helaas vrij reele - angst voor hongersnood. In die tijd was men al heel tevreden wanneer men niet leed onder een van de drie grote plagen: oorlog, pest of hongersnood. Buiten de grote steden werd weidegrond of akkerland van boeren gekocht, waaruit wijngaarden en moestuinen werden gemaakt. In de traditioneel marxistische visie betekende deze transformatie van het achterland een vorm van uitbuiting van het platteland door de stad, maar inmiddels deel ik die mening niet meer. Ik geloof dat het in feite een positieve ontwikkeling was. Waar eerst uitsluitend graan groeide, werd de grond nu zeer intensief bewerkt met als resultaat een grote varieteit van hoogwaardige produkten, van wijn en groenten tot melk en vlees. De bezitters van die percelen verbouwden in de eerste plaats voor eigen behoefte, maar hadden vaak zo'n rijke oogst dat het overschot in de stad werd verkocht, waardoor de overige stedelingen tegen een relatief lage prijs aan gezonde voeding kwamen.’
OP FELIX NA verloor Thomas alle kinderen uit zijn eerste huwelijk aan de pest. Het huwelijk van Felix bleef kinderloos. U heeft dus niet kunnen controleren of de sociale mobiliteit van de Platters in later eeuwen gehandhaafd bleef.
‘Wel enigszins. Felix adopteerde de zonen uit het tweede huwelijk van zijn vader, nadat deze op tachtigjarige leeftijd was overleden. Dat was een gebruikelijke praktijk in die tijd. Er waren zoveel gebroken gezinnen als gevolg van oorlog en pest, dat kinderen vaak elders werden ondergebracht. Soms ontstond er zo, zoals in het geval van Felix, weer een volledig gezin.
In het tweede deel, dat ik nu aan het schrijven ben, volg ik de levensloop van Thomas Platter junior, de kleinzoon, die ook weer dokter werd. In de zeventiende eeuw handhaven de Platters hun sociale positie. Daarna sterft de familie uit, althans in mannelijke lijn. Er zijn nog altijd veel mensen die de naam Platter dragen, maar die hebben geen rechtstreekse binding met Thomas en Felix.’
In de zestiende eeuw kon Thomas Platter maatschappelijk carriere maken met de kennis die hij had verworven. Aan het eind van de twintigste eeuw betekent kennis geen waarborg meer voor succes. Integendeel, veel universitairen komen in lagere baantjes terecht dan hun minder gestudeerde ouders. Heeft de geschiedenis wat dat betreft haar einde bereikt?
‘De laatste jaren zijn we sociale mobiliteit te veel gaan identificeren met het Amerikaanse model: de krantenjongen die het tot mediamagnaat schopt. Dat is slechts een manier om carriere te maken. Want je hebt ook de Europese carriere, die meestal enkele generaties in beslag neemt: de grootvader is boer, de zoon wordt ingenieur of onderwijzer en de kleinzoon schopt het tot minister of president. De Franse presidenten Georges Pompidou en Jacques Chirac zijn uitstekende voorbeelden van deze vorm van sociale mobiliteit.
Er lijkt nu inderdaad een einde te zijn gekomen aan deze beweeglijkheid, maar je kunt je ook afvragen of er nog zoveel ruimte is voor dit soort carrieres. Tenslotte, wat kun je nog voor maatschappelijke promotie maken wanneer je vader al president van de republiek is?’