De Chinese droom

Van boerendingetje tot wereldburger

Voor de Chinese middenklasse, die heel wat jonger is dan in het Westen en razendsnel groeit, zijn er veel meer mogelijkheden dan vroeger. Maar die bevrijding is vaak niets anders dan een eindeloze strijd om niet achter te geraken.

Het meisje dat zich een tijdlang Henry zou noemen wilde altijd al vooruit in de wereld. Mogelijk lag dat mede aan de streek waar ze werd geboren. In het beruchte Changle was alle zichtbare welvaart verbonden met onder­nemende emigranten die als gelauwerde helden uit mysterieuze buitenlandse oorden terug­keerden. De huwbare meisjes die gretig rond die nieuwe rijken dromden, de grote huizen die ze bouwden, de eerste scooters en motorfietsen die voor de thuisblijvers onbetaalbaar bleven. En dan waren er de Volkswagens Santana van de mensensmokkelaars en hun ultieme bewijs van pseudo-achteloze rijkdom: de enorme en loodzware mobiele telefoons die toentertijd meer dan een jaarsalaris kostten.

Niet dat Zou Bing – zoals haar naam toen nog luidde – echt ontzag had voor die slangenkoppen. Verre van dat. Daarvoor waren ze nu eenmaal te doodgewoon in de buurt waar ze woonde. Het smokkelen van mensen was niets anders dan een streekspecialiteit en ook lieve en vertrouwde familieleden zaten in de business. Een kwestie van vraag en superieur aanbod. Weliswaar illegaal en een tikje sinister, maar aan de andere kant datgene wat de plaatselijke economie pragmatisch draaiende hield. Ook de 58 Chinezen die in 2000 stierven in de container van de Nederlander Perry Wacker tijdens hun overtocht naar het Engelse Dover begonnen hun laatste reis niet ver bij Zou Bings ouderlijk huis vandaan.

Maar Zou Bing had voor deze handel nu eenmaal geen enkele interesse en ze had ook niet de ambitie te eindigen als bruid van een slangen­kop of wedergekeerde arbeider. De materiële genoegens die ze om zich heen zag wilde ze echter wel, en dat er elders in een respectabeler zakenleven een stevig inkomen was te ver­dienen was zo langzamerhand ook in Changle wel bekend. Waar gelukzoekers zich niet als zakken rijst in containers lieten stoppen in de hoop op miezerig fortuin en slangenkoppen niet de laatste cent uit hun vrachten persten. Hoe zo’n carrière bij een echt bedrijf eruit zou moeten zien, daar had ze geen enkel idee van, maar dat ze het wilde wist ze zeker. Daarvoor deed ze flink haar best op school en toen ze als eerste meisje van haar dorp naar de universiteit mocht, besloot ze honderden kilometers verderop in de stad Xiamen bedrijfskunde te studeren.

Dat was een gelukkige keuze. Tijdens haar studiejaren net voor de eeuwwisseling groeide de middenklasse in China explosief. De toestroom van buitenlandse bedrijven was in volle gang en die zaten te springen om jong, lokaal personeel dat niet was besmet met de communistische lethargie die eerdere generaties verlamde. Talent met begrip dat de wereld niet ophoudt bij de staatsgrenzen, met creativiteit, doorzettingsvermogen en bovenal Engelse taalvaardigheid. Dat personeel was nog altijd uiterst moeilijk te vinden en voor wie ook maar een beetje aan de voorwaarden voldeed, stonden de deuren wagenwijd open. Wat dat betreft waren de eerste dagen op de universiteit voor Zou Bing echter enigszins ontmoedigend. Althans, wat haar Engels betreft. Haar Amerikaanse docent was de eerste buitenlander die ze in haar leven zag en die verlangde, mede als geheugensteuntje voor hemzelf, westerse namen voor zijn pupillen. Zou Bing wilde zich Helen noemen, naar een Amerikaanse schrijfster die ze bewonderde, maar aangezien ze niet wist hoe dat te spellen vroeg ze het aan een klasgenoot. Die kwam met die naam Henry op de proppen. Onverwacht voordeel was dat ze ogenblikkelijk de enige student was die de docent zich echt kon herinneren.

Een definitie van de middenklasse in China is uiterst verwarrend en het is zelfs maar de vraag of Zou Bing daar tegenwoordig nog toe behoort. Het hangt ervan af aan wie je het vraagt. Zo stelt het accountantsbureau McKinsey dat Chinese huishoudens met een totaal jaarlijks salaris van 13.500 tot 53.900 dollar deel zijn van de middenklasse, maar het Chinese Nationaal Bureau voor Statistieken is guller en komt met een inkomen van 7.250 tot 62.500 dollar. Volgens een andere gangbare maatstaf van professor Zhou Xiaohong van de Universiteit van Nanjing verdient de middenklasse z’n brood binnen businessmanagement en technologie, of zijn ze entrepeneurs, zakenlieden en hogere ambtenaren. En om het nog ingewikkelder te maken is er de stelling dat de Chinezen de drempel van simpel overleven in ieder geval ruim dienen te hebben genomen en ten minste een derde van het inkomen naar eigen goeddunken kunnen besteden. Die laatste definitie heeft als voordeel dat het de grote verschillen in kosten van levensonderhoud over het land in aanmerking neemt. Shanghai of Peking zijn tenslotte onvergelijkbaar veel duurder dan provinciesteden.

De enige concrete conclusie die uit deze cijfer­soep te trekken valt is dat de middenklasse in China in ieder geval heel wat jonger is dan in het Westen, in de steden woont en razendsnel groeit. Volgens de Academie voor Sociale Wetenschappen in Shanghai behoort tegen 2020 bijna de helft van de bevolking tot deze groep. In een ietwat excentrieke berekening verwacht de Asian Development Bank (adb) dat in 2015 al meer dan een miljard Chinezen die fase hebben bereikt. De adb ziet iedere Chinees die meer dan twee dollar per dag verdient als middenklasse.

Zou Bing studeerde in 1999 af en getooid met de nieuwe naam Sabrina voor internationaal gebruik ontmoette ik haar later dat jaar in Peking waar ze een aanvullende cursus Engels volgde. Een klein mager meisje met ogen zo groot als soepborden waar de levenslust uit leek te spuiten. Ze vond een baan in Xiamen bij een klein buiten­lands bedrijf waar ze per maand tweehonderd euro verdiende. Nadat bleek dat haar talenten haar taken ver overstegen intro­duceerde de werk­gever haar bij het landelijke hoofd­kwartier van het Amerikaanse computer­bedrijf Dell in de stad. Daar werkte ze anderhalf jaar lang veelal dertien uur per dag voor een basisloon van driehonderd euro per maand plus verkoop­commissie. ‘Ik droomde iedere nacht zelfs van klanten’, zei ze toen we elkaar afgelopen week voor koffie ontmoetten in het superluxe Park Hyatt Hotel op de 63ste verdieping van het hoofdstedelijke Yintai Centre. ‘Collega’s grapten dat ik een echtgenoot zou moeten zoeken met de naam Dell waarover ik tegen allerlei mensen aardige dingen zou kunnen zeggen. Het systeem binnen het verkoop­kanaal van het bedrijf was erop gericht dat iedereen binnen een paar jaar opbrandde.’

Ze kwam naar Peking met alleen een koffer en ik gaf haar een oude wasmachine. Na een paar dagen solliciteren vanuit een kaal betonnen appartement kreeg ze vijf concrete aanbiedingen en koos uiteindelijk voor een Amerikaans softwarebedrijf waar ze na wat strubbelingen twaalfhonderd euro verdiende. Een paar jaar later vulden we samen toelatingspapieren in voor een mba-programma aan de Universiteit van Boston, en nadat ze vertrok verwachtte ik haar nooit meer te zien. Weer een Chinese yuppie die in de VS een betere levensinvulling dacht te kunnen vinden.

Het scheelde ook inderdaad niet veel. Na het behalen van haar papieren werkte ze voor een Amerikaanse creditcardmaatschappij waar ze al direct tachtigduizend dollar per jaar verdiende. Toch kwam ze onverwacht terug naar China om een gezin te stichten. Sinds een jaar werkt ze bij een van China’s grootste investeringsbanken en ontvangt tegen de honderdduizend euro per jaar. Haar partner James verdient als zelfstandige een dergelijk bedrag. ‘Samen krijgen we iedere maand een bedrag binnen waar mijn vader nog steeds tien jaar voor moet werken’, zegt ze. Over vijf jaar is ze veertig en dan zou ze eigenlijk best met pensioen willen. ‘Met een camper een paar maanden door Australië zwerven.’

De Chinese droom. Van ‘boerendingetje’ uit het rovershol Changle tot wereldburger. Een droom die ontelbaar veel Chinese jongeren zich voor hun ogen zien afspelen. En geen land ter wereld, zou je denken, waar dat inderdaad beter kan worden gerealiseerd dan China met z’n nog altijd zeker acht procent economische groei. Maar juist daarover heeft onder anderen Zou Bing haar twijfels. ‘De waarheid is dat ik precies in de juiste tijd werd geboren’, zegt ze. ‘Een paar jaar vroeger en dan was ik nu waarschijnlijk leraar geweest, net als m’n oudere broer en zus. Wat later en dan zat ik nu tegen banen aan te kijken die worden bezet door mijn lichting. De mogelijkheden waaruit ik kon kiezen komen nooit meer terug. Simpele ambitie is allang niet meer genoeg.’

Wang Wen is zeven jaar jonger dan Zou Bing. Net als Zou Bing deed hij goed zijn best op school en ging hij naar de universiteit. Met de daaropvolgende fase van zijn leven heeft hij het echter flink moeilijk. Als software-ontwikkelaar verdient hij netto zevenhonderd euro en daar kom je zeker in Peking tegenwoordig niet ver mee. Na uitgaven als de huur, voedsel en transport houdt hij 240 euro over. ‘Dat klinkt misschien wel aardig, maar ik leef als mijn vader. Of ik me ooit een appartement kan veroorloven betwijfel ik. De goedkoopste auto over een paar jaar misschien net.’

Maar al zijn de Zou Bings van China zo langzamerhand de uitzondering, het houdt jongeren uiteraard niet tegen om het toch te proberen. En als ze zelf die ambitie niet hebben, dan hebben ze wel hun ouders om hen voort te drijven.

De veertienjarige Chen Hao heeft het thuis volgens alle materiële maatstaven niet slecht. Het ouderlijk appartement in het hartje van Peking zou misschien groter kunnen en de Volkswagen Jetta is waarschijnlijk aan z’n laatste jaren toe, maar vader Chen Di brengt iedere maand genoeg geld binnen om aan de meeste Chinese middenklassewensen te voldoen. Zwemles voor zijn enige zoon, pianoles en extra wiskunde en Engels. Chen Hao wordt gedrild als een marinier. Volgens de plannen gaat hij rechten studeren aan de prestigieuze Peking Universiteit en wordt hij advocaat, gespecialiseerd in landrechten en onroerend goed. Dat bedachten zijn ouders voor hem, want daarmee is in het overbevolkte en landschaarse China zeker in de toekomst goed geld te verdienen. Daarom is hij op school ook voorzitter van de debatvereniging, want argumenteren en discussiëren scherpt het brein, zegt zijn vader. Zoals de helft van alle stedelijke kinderen ging Chen Hao al lang voor zijn tiende verjaardag naar buitenschoolse lessen.

In China kan onvergelijkbaar veel meer dan enkele tientallen jaren geleden, maar voor de middenklasse is die bevrijding vaak niets anders dan een eindeloze strijd om niet achter te ge­raken. De nieuwste iPhone, de dikste auto, het kind met de hoogste cijfers van de klas. Volgens een studie lijdt 45 procent van de stedelijke bevolking onder gezondheidschadende stress met het hoogste percentage onder middelbare-schoolleerlingen. Zelfmoord is onder jongeren de meest voorkomende doodsoorzaak. Chen Hao’s vader zegt zich dat terdege te beseffen, maar slechts elf procent van de schoolgaande jeugd wordt ooit toegelaten op de universiteiten en hoe hij zijn kind daarin kan helpen en hem tegelijkertijd kan ontlasten, weet hij niet. ‘Ik weet wel dat zijn leven minder leuk is dan dat van mij op die leeftijd en dat hij onder vreselijke druk staat, maar als hij niet naar de universiteit kan heeft hij geen enkele kans.’

Een eindeloze trechter waar kinderen in worden gegoten in het vertrouwen op beter. In werkelijkheid ligt voor de Chinese middenklasse teleurstelling echter constant op de loer. ‘Dat is wat de regering ook wel begrijpt’, zegt sociaal commentator Edmund Xu Zhiyuan. ‘En in die zin werkt de huidige wereldeconomie zeker niet mee. De buitenlandse investeringen in China nemen iedere maand af en daarmee hebben jongeren uiteraard ook minder kansen om een goede baan te vinden. Die Zou Bing van jou redt het wel. De lagere middenklasse zit voor het moment gevangen onder een glazen plafond.’