Economie

Van boven

Als er afgelopen week één ding duidelijk werd, dan dit: de verandering die nodig is om klimaatopwarming te voorkomen, moet van boven komen. Daarmee wordt het idee van consumentensoevereiniteit, een centraal punt in de leerboeken economie, opzijgeschoven.

In het Shell-arrest komt de beslissing tot verandering van boven – van de rechtbank en niet van de markt, de polder of de consument. Dat is een symptoom van onmacht. De rechter moet eraan te pas komen, net als bij Urgenda. Dat geeft aan hoe weinig burgers en burgerbewegingen die tegenover het grootbedrijf en de politiek staan, kunnen veranderen met actie en overleg: heel weinig. Verandering moet van bovenaf afgedwongen worden, want van onderop lukt het niet.

Ook het proces van verandering zelf moet van boven komen. Volgens de rechter is het de multinational die moet veranderen, niet de consument. Dit gaat lijnrecht in tegen de verdediging die Shell voerde: dat negentig procent van de uitstoot plaatsvindt bij consumenten, niet bij Shell. Consumenten vragen om olie, daarom is er olie en uitstoot door olie. Shell verklaarde zichzelf daarmee op twee manieren machteloos: door concurrentie en door de soevereiniteit van de consument. Doen wij het niet, dan levert een concurrent de olie wel. En afgezien daarvan moet je helemaal niet naar Shell of de concurrent kijken, maar naar de consument.

Shell is aan zet en de rechter kijkt mee. Leve de rechtsstaat

Het is hetzelfde argument als dat van de National Rifle Association (NRA) in de Verenigde Staten: wapens doden geen mensen, mensen doden mensen. Wij bedrijven maken wapens en pompen olie op, omdat er vraag naar is. Een valide punt, en zelfs een diep inzicht in wat technologie vermag. Bruno Latour wees in dit verband op de term ‘gunman’: het is niet de gun en ook niet de man alleen die doodt. Het is de gunman, dat nieuwe wezen dat ontstaat als mensen en technologie samengebracht worden. Dat opent nieuwe mogelijkheden, die ons vermogen tot verstandig kiezen vaak te boven gaan. Een Europeaan staat vrijwel nooit voor de keus of hij een medeburger (of zichzelf) neer zal schieten, en kan dus ook niet verkeerd kiezen. In Amerika stierven in 2019 veertigduizend burgers door een vuurwapen. Shell en de NRA hebben een punt, maar daarmee hebben ze nog niet gelijk. Want de partij die mensen en technologie bij elkaar brengt, dat is het bedrijf. Daar begint het, zei de rechter.

Dat botst met het idee van de soevereine consument. Volgens de neoklassieke leerboeken economie die onze eerstejaars studenten bestuderen, werken markteconomieën zo goed omdat consumenten, via vraag en aanbod en door prijsvorming, hun voorkeuren continu aan bedrijven doorgeven. Dáárdoor is er in een maatschappij met miljoenen bedrijven toch geen chaos, en zelfs een ‘optimale’ uitkomst, volgens marktdenkers – veel beter dan in welke geplande economie ook.

De Oostenrijks-Amerikaanse econoom Joseph Schumpeter wees al in de jaren dertig van de vorige eeuw de fouten in deze redenering aan. Hij kwam ook met een verrassende alternatieve verklaring. Ook in het zogenaamd decentrale kapitalisme, zei hij, is er centrale planning. Het zijn de grote bedrijven en banken die bepalen welke innovaties er komen, wat geproduceerd wordt, en hoe dit aan de consument aangeboden wordt. Als die hun geld, vernuft, lobbykracht, productievermogen en marketingtechniek in de strijd werpen, dan is het niet meer de vraag wat de consument wil. Dat is al lang bepaald – door bedrijven. Voordat er mobiele telefoons, internet en Tesla’s waren, was er geen vraag naar. Die werd gecreëerd. Het is juist die concentratie van geld, innovatieve kracht en marketing in winstgedreven bedrijven die het kapitalisme zijn onophoudelijke stroom nieuwe producten oplevert – ten goede en ten kwade.

Binnen de economische wetenschap raakten Schumpeters inzichten op een zijspoor – misschien omdat ze bedrijven ongemakkelijk veel verantwoordelijkheid geven? Eerstejaars studenten leren nog altijd (niet van mij uiteraard) dat er zoiets als consumentensoevereiniteit bestaat, iets wat ze daarna in het echte leven weer moeizaam moeten afleren. Gelukkig houdt de rechter zich bij de feiten. Pas als Shell alternatieven voor olie en gas gaat aanbieden, kunnen consumenten energie uit wind of waterstof gaan consumeren. Velen willen dat nu al, maar dat is niet het punt. Shell is aan zet en de rechter kijkt mee, want verandering komt niet van onderop. Leve de rechtsstaat.