Van brosse bos(ch)ui

Het was weer stil rondom de lamspoot. Maar alles stille schijn.
Dat de poot ooit bewoog is op zichzelf niet vreemd. Het zich roeren in zijn pan, daar had ik moeite mee.

Die keer dat ik hem naar oud gebruik nauwelijks met cayennepoeder had ingewreven. In de olie, en ik observeerde een trilling maar ook net iets meer. Het leek alsof de poot iets van zich afschudde. Zeg niet dat het de rode peperstofjes waren. Die tamelijk zacht ontploften in de hete olie en zo de poot, vleselijk stukje hunebed, even omhoog tilden. Het evenwicht verloren en hem weer terug lieten ploffen in de hitte.
Te poëtisch, zo'n uitleg van wildvreemden. Van een goede kennis, iemand die je witte bonen leert koken, neem ik dat wel aan.
Deze bonen. Geen verwatering toepassen. Onmiddellijk boven de vlam in ruim koud water. Aan de kook houden. Zestig minuten. Afgieten. Nogmaals op het vuur. Nu met lauw water. Korter. Het water niet weggooien.
Grote witte bonen. Voor wie nog steeds met dat beeld van Molly van Poldy rondloopt. Met haar borsten vol marsala.
Daarvoor goed nieuws.
De aangebraden poot, waaraan wat dunne plakjes knoflook zijn toegevoegd en een heel volle eetlepel blokjes varkensspek. Krijgt van de marsala bijna anderhalf glas over zich heen. Dunne schil van de citroen. Wel weer een theelepel gemalen komijn, omdat die niet zo ver van die marsala vandaan staat. Letterlijk dan. Deksel op de pan en laag vuur. Regelmatig de poot op zijn andere zijde leggen. Soms wat witte-bonenwater erbij.
Na anderhalf uur de oude bonen zelf in de jus gooien en ze regelmatig onder duwen. Op een van die momenten ook een lange groene grote bosui in dunne schijfjes snijden. Tussen de bonen mengen. Zout erbij.
Proef dan van brosse bos(ch)ui. De bonen, ze smaken weer als nieuw. Als laatste de poot. De poot die nu zo parmantig berust in zijn keukendood. Vergat vooral voldoende citroengeel niet en het spreekt vanzelf dat ik in plaats van fijn gemalen subversieve peperelementen een hele verse rode peper mee liet zeuren.