Annie van Gemert, Kinderrijk

Van de baarmoeder moet je afblijven

In België krijg je bij het twaalfde kind een lovend stuk in de gazet. In Nederland maakt fulltime moederschap een comeback. Wat drijft mensen die in deze tijd maar niet raken uitgekinderd? Fotografe Annie van Gemert ging op zoek naar grote gezinnen. De voortplanting als goddelijke opdracht.

Twintig wasmachines vol: dat is de normale weekendscore. Door de week moet moeder Corrie de wasmachine vijf keer per dag vullen en legen. Als de bedden verschoond zijn, gebeurt dat vaker; minimaal een keer of tien. Dertien kinderen heeft Corrie Berns (47). En twee wasmachines. Corries oudste dochter is onlangs getrouwd en bij haar bruiloft kreeg die een fotoalbum mee, waarin haar geboortekaartje is geplakt: «Het mooiste geschenk op aarde/ mochten wij van God aanvaarden/ een kindje lief en klein/ zal nu een vreugd voor ons tweeën zijn.» Na elke bevalling veranderde vervolgens alleen het getal op de geboorteaankondiging. Bij de zevende baby kwam er een toevoeging: «Warm geluk/ tevreden lig je daar/ gekomen zoals zo velen/ uniek als geen ander.»

Bij de achterdeur van de Gelderse boerderij staan twintig paar laarzen, en er hangen blauwe overalls in dikke rijen. Langs de oprit van het erf wappert bijna altijd wel een was aan meterslange lijnen. Als iedereen thuis is, passen ze met z’n allen niet eens in de woonkamer. Op de vroegere hooizolder zijn zes slaapkamertjes ingericht die de kinderen met elkaar moeten delen. Het is duidelijk: hier is Jacob Cats’ dichtregel «Kinderen zijn hinderen» even niet van toepassing. Trouwens, een kind krijg je niet. «Dat is je gegéven», pleegt vader Berns (die toevallig ook Jacob heet) knipogend te roepen. «Dat zeiden ze tenminste altijd in de kerk.»

De middelste van veertien heeft een krantenwijk, en omdat ze daarvoor nog wat aan de jonge kant is, helpt moeder haar bezorgen; dus elke ochtend om half zes op. «Je tovert jezelf wat op de achtergrond», zegt ze eenvoudig. Laatst had ze last van spataderen. En als ze te lang zit, valt ze vanzelf in slaap.

Grote gezinnen in de 21ste eeuw, ze lijken een anachronisme; net zoiets als bakelieten draaischijftelefoons — hoewel die hier en daar weer behoorlijk hot zijn. Met z’n allen uit de pan op tafel lepelen, en degene met de grootste trek die dan in de pan spuwt zodat de rest niet meer hoeft: die crisisverhalen hoor je zelden meer. Bestaan er nog oma’s die in hun jeugd met afdankertjes van oudere zussen door het leven gingen? In China krijg je straf wanneer je meer dan twee kinderen op de wereld zet. Als de niet meer werkende overbuurvrouw al overspannen raakt van haar drie lieverdjes, hoe gaat het dan met een dozijn kids? Het bijna-grootste gezin van Nederland woont in Castricum, achttien kinderen sterk en voor de heer des huizes is het nog helemaal geen uitgemaakte zaak dat hij en zijn vrouw nu definitief zijn uitgekinderd.

Milieubioloog Ynze F., een gevorderde veertiger, heeft geen condooms in de kast liggen. Zijn vrouw heeft nog nooit de pil geslikt. Anticonceptie geldt als een vloek. In blijdschap aanvaarden de F’jes alles wat God geeft onder de noemer: wat de Schepper doet is welgedaan. De nadelen worden voor lief genomen. Wachttijden van een half uur voor de douche zijn geen uitzondering. Maar voordelen zijn er ook — naast al die kinderbijslag. Mocht er ingebroken worden, dan krijgt de onverlaat gegarandeerd achttien achtervolgers op zijn nek.

Drie jaar geleden liep fotografe Annie van Gemert de F-family tegen het lijf in sprookjespark De Efteling. Met een boek in haar hoofd. Ofschoon kinderloos heeft Annie van Gemert iets met grote gezinnen. Ze woont in haar eentje op een Nijmeegse bovenwoning, een 43-jarige, ietwat gedrongen vrouw met een grijs permanentje en sandalen. Zelf komt ze, hoe kan het anders, uit een kinderrijk, warm gezin uit het Brabantse land, waar meneer pastoor in de jaren vijftig nog als een van God gezonden regisseur op gezinsuitbreiding aandrong, als die naar zijn zin niet rap genoeg verliep. Maar dat zul je van Annie van Gemert niet horen. Dan verzeil je al gauw in gniffelige sferen en daar verzet ze zich tegen met grote verbetenheid. Fotografe Van Gemert is één brok solidariteit met haar onderwerp. De samenleving kijkt immers al met een scheef oog naar ouders van grote gezinnen. Gelden kinderrijke ouders niet als simpel?

Het kostte Van Gemert grote moeite hen over de streep te trekken en de huiver weg te nemen voor «het clichébeeld dat mensen blijkbaar altijd hebben van grote gezinnen». Samen met Bibi Straatman, die de interviews deed, koos Van Gemert voor een empathische aanpak.

Bij de tweeduizend huishoudens met acht kinderen of meer blijkt niet zelden de bijbel op het nachtkastje te liggen. Annie van Gemert was erbij en keek ernaar. Zes jaar lang. Het resultaat is vaak adembenemend. Van droevigheid ook vaak. Met haar camera stapte ze op de bus om reizend door Vlaanderen («ik heb iets met België») en Nederland vrouwen van haar leeftijd te ontmoeten die alles bij elkaar soms een kleine twintig jaar van hun leven zwanger waren. Wie Annies foto’s in Kinderrijk bekijkt, wandelt de kinderboekklassieker Afke’s tiental binnen, of de eigentijdse variant Een huis vol herrie. Het ouderwetse verhaal van een met veel wonderolie gesmeerde machine, met elke rakker z’n taak, van schoenen poetsen tot strijken en piepers jassen. «We zijn kei-rijk», zegt zo’n moeder dan, ook al past het vlees voor z’n tienen niet meer in één pan.

Bij de aanblik van Annies schitterende groepsportretten heb je trouwens het gevoel dat er bij het opentrekken van een la of kastdeurtje nog een bengel uit komt rollen. En daarachter het leed dat bergen wasgoed heet.

Zonder uitzondering spreekt Annie over lieve mensen; aardig, leuk, gezellig. (De allochtonen vielen af, om geloofsredenen.) Ze krijgt pruimen mee, en eieren. Bij de grens met Frans Vlaanderen kreeg ze tien minuten voor een foto van Amish-Mennonieten die hun meeste kleren zelf maken; op een trapnaaimachine, want de Amish doen niet aan elektriek. «Eén foto, want dan hadden ze vrede in hun hart.» In een dorp bij Brugge hebben alle elf kinderen als tweede of derde naam Kornelia of Korneel; de beschermheilige die werd aangeroepen tegen kinderstuipen. Beide ouders zien het als gevaar «dat je collega’s van elkaar wordt». Gelukkig schrijven ze elkaar af en toe een liefdesbrief. Moeder Anneke kreeg tijdens haar zwangerschap van een buspassagier nog de opmerking: «Weet je niet hoe je moet stoppen?» naar haar hoofd geslingerd. Te Opheusden woont de streng gereformeerde familie Hangoor, die een paar miskramen in de tuin heeft begraven. Annie van Gemert herinnert zich dat die intieme geschiedenis niet zonder worsteling in tranen is opgebiecht.

Ook in dit gezin wordt het gebruik van voorbehoedmiddelen gezien als strijdig met Gods wil. Want het leven komt van de Almachtige. De formulering is zo: «Er is er één die de baarmoeder opent en weer sluit. Daar ga ik niet aan knoeien. Dat is voor het Opperwezen, daar moet je afblijven. Een kind is een teken van God. Een zegen.» Verzekerd zijn de betreffende ouders niet. Want daarmee zouden ze aan Zijn Almacht tornen.

De vaak neerbuigende reacties van de buitenwacht zijn een doorn in het oog van activiste Nell Coumans (acht junioren), zoals te lezen valt op de website www.grootgezin.nl. «De maatschappij is ingesteld op kleine gezinnen met tweeverdienende ouders. Wil ik met mijn gezin uit eten gaan, moet eerst de halve zaal verbouwd worden, want er staan vrijwel alleen tafeltjes voor twee of drie personen.» Dat klinkt een tikje verongelijkt. «Huisvrouw» wil Nell per se niet genoemd worden. Ze opteert voor «grootgezinsmanager». Haar kinderen krijgen geen Nikes aan hun voetjes, maar Nells eigen merk.

Nell ziet zichzelf bepaald niet als politieagent. Horen, zien en zwijgen vindt ze belangrijker dan primair reageren op wat er in haar gezin gebeurt. Haar kinderen moeten leren doordenken. Die moeten zich ervan bewust zijn dat we in het rijkste deel van de wereld wonen, maar dat we daarom nog geen recht hebben op die rijkdom. «Kinderen», klaagt Nell, «worden in Nederland onderhand gezien als een soort hobby van de ouders.» Vandaar dat Nells chatbox op internet krachten mobiliseert tegen alle vooroordelen en beeldvorming over «broedmachines» en «konijnen». Het belang van nestwarmte moet weer de nadruk krijgen, boven het economische belang. Zoiets als: met meer kids meer mans.

Alle vaders en (vooral) moeders in Annie van Gemerts boek hameren op het belang van zorgzaamheid, rust, onthaasting en verantwoordelijkheid als tegenhanger van egocentrisme, consumentisme, arbeidsmoraal en carrièredrang. Het klinkt als een ideaalbeeld, de overbevolking even buiten beschouwing gelaten. De voortplanting als goddelijke opdracht — daar lijken veel vaders en moeders in het boek van doordrongen te zijn, tot in het diepst van hun corresponderende zones. In België is er soms een bonus, in plaats van hoon: werp daar je twaalfde kind, dan krijg je een lovend artikel in de gazet. Als een soort diploma van erkenning, in de trant van «Ik kan tuinieren».

Ook in Nederland valt sinds een jaar of wat iets van een kentering te bespeuren. Bij hoog opgeleiden geldt het wat grotere gezin tegenwoordig als een teken van rijkdom. Maar dan hebben we het over een kindje of vier. Zowel het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut als de Nederlandse Gezinsraad signaleerde al de comeback van het fulltime moederschap. Hoezo, Nederland vol?

In Tiel telt de 44-jarige Minke Boersma (antroposofe, acht kinderen) haar winst uit: «Ik zei laatst tegen mijn man: kunnen we niet afspreken dat we elkaar in een volgend leven wéér ontmoeten, maar dan zonder kinderen?»

Annie van Gemert (foto’s)

Bibi Straatman (tekst)

Kinderrijk: Grote gezinnen in Nederland en Vlaanderen

Uitgave in eigen beheer, verkrijgbaar bij Fotomuseum Amsterdam (Foam), Keizersgracht 609, en in de boekhandel