Van de radar

Tachtig jaar na de roof van De rechtvaardige rechters, één van de twintig panelen waaruit het beroemde veelluik De aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck bestaat, komt een Belgische kunsthistoricus op de proppen met nieuwe speculaties: het paneel zou in het bezit zijn van een ‘vooraanstaande Gentse familie’.

Je ziet het voor je: een schemerig landhuis, angstvallig zwijgende familieleden, roddelende butlers.

Sowieso is de geschiedenis van het kunstwerk om je vingers bij af te likken. Het overleefde, om maar wat te noemen, de Beeldenstorm, Napoleon, een grote brand in 1822 en twee wereldoorlogen. Panelen werden doorgezaagd, ontvreemd en zelfs in gijzeling genomen. In 1945 werd het hele ding door de geallieerden gevonden in de zoutmijn van Altaussee, waar de nazi’s het naartoe hadden gebracht met het oog op Hitlers geplande kunstencentrum in Linz. Sindsdien staat het weer de Gentse Sint Baafskathedraal – maar dus nog altijd met een namaakpaneel linksonder in de hoek.

De roof van het paneel in 1934 is van meet af aan omgeven door mysterie en speculatie. Via krantenadvertenties eist de dief losgeld van het bisdom, maar de onderhandelingen lopen op niets uit. Op zijn sterfbed, datzelfde jaar, zegt een beursmakelaar, Arsène Goedertier (wat een naam!), als enige in België te weten waar het paneel zich bevindt. Helaas sterft hij voordat hij de locatie kan onthullen. Uit de papieren in zijn bureaula blijkt inderdaad dat hij er iets mee te maken heeft. Maar wat? Er is een nazi die zich in de zaak vastbijt, daarna een Gentse politiecommissaris. Ze vinden dagboeken en notities, en ergens onderweg onthult de weduwe van Goedertier dat haar man een ‘eerbare familie’ wilde helpen die door de bankencrisis van de jaren dertig in schande dreigde te vervallen. Zo wordt de zaak in verband gebracht met de Van Cauwelaerts, een familie met politieke invloed en een zoon die, je raadt het, bankbestuurder is. Toch lijkt deze theorie met de jaren steeds minder aannemelijk; te meer omdat van het paneel nog altijd geen spoor gevonden is. De huidige generatie Van Cauwelaert is dan ook not amused door de ‘onthulling’ van de afgelopen dagen, die de familie opnieuw in een twijfelachtig daglicht plaatst. L’histoire se répète, al kun je tegenwoordig je ongenoegen gelukkig op Twitter zetten.

Door deze geschiedenis moest ik ook weer denken aan de MH370-vlucht, het andere ding dat zomaar van de aardbodem verdween en waar de hele wereld nu al bijna een maand naar op zoek is. Iedere mogelijke theorie passeerde de revue, de wildste leken ineens aannemelijk. Er werden brokstukken gevonden, eerst in de Chinese Zee, toen in de Indische Oceaan, maar allemaal bleken ze niet van het bewuste vliegtuig afkomstig. De communicatie werd expres uitgezet, maar geen van de inzittenden leek daarvoor een motief te hebben. De Maleisische autoriteiten zouden opzettelijk informatie achterhouden, maar lijken daarbij totnogtoe niet gebaat te zijn. Gisterochtend kwam naar buiten dat de laatste woorden die werden gewisseld met de luchtverkeersleider niet ‘all right, good night,’ maar ‘good night Malaysian three seven zero’ waren. Geen idee wat voor verschil dit precies moet markeren, maar in een onopgeloste zaak is elke aanwijzing waarschijnlijk in potentie cruciaal.

Misschien fascineren verdwijningen ons wel meer dan ooit tevoren. Nooit eerder was de wereld zo transparant, zo ontgonnen ook. Dat er toch dingen zoek kunnen raken, en blijven, is ergens ook een opluchting. Zonder ontsnappingsmogelijkheid zou de wereld een bleke plek zijn, en ons tijdelijke verblijf nog een stukje voorspelbaarder dan we toch al vermoedden.