Van de straat

Ik ben tot de conclusie gekomen dat de laatste der Mohikanen moet worden gezocht bij Openbare Werken van de gemeente. Daar is de laatste kompaan van professor doctor Garmt Stuiveling te vinden, bereid door het vuur te gaan voor het zuiver spreken en schrijven van de moedertaal.

Die ambtenaar hangt bijvoorbeeld aan het woord stremmingen. Ik dacht dat stremmingen in Nederland alleen nog in de melk voorkwamen en dat zij in het verkeer waren vervangen door filevorming of langzaam rijdend en stilstaand verkeer. Maar dat was buiten de ambtenaar gerekend, die over een klein, doch belangrijk gebied de scepter zwaait, namelijk over de ‘mededelingsborden’. Mededelingsborden zijn geen verbods- of gebodsbepalingen in het verkeer, maar informatieve aanwijzingen over wat zich zoal op en langs de weg kan voordoen. Ze zijn uitgevoerd in zonnig eigeel met een zwarte schreefloze letter. Zo moest ik onlangs van de Reguliersgracht naar de Vijzelgracht zien te komen. Ik was te voet en te voet kiest men voor de meest rechte weg. Alle meest rechte wegen waren opgebroken, daar kijk je in Amsterdam niet meer van op. Er wordt altijd wel ergens een kabel gelegd, of een riool vernieuwd of een verkeersdrempel aangebracht. Mijn twee rechten waren prachtige voorbeelden van de hel die op zo'n manier even zichtbaar wordt: een diepe gleuf van gele en zwarte modder strekte zich tot aan de horizon uit, gele grommende monsters groeven zichzelf nog verder naar de diepte, plankieren golfden als een 'cake-walk’ en de enige menselijke wezens die er te bekennen waren, waren twee almachtige reuzen met oorkleppen die hoog en droog de monsters bestuurden. Toen ik met de moed der wanhoop me er een weg door had gebaand, keek ik nog even om naar het schouwspel dat ik had durven trotseren. En daar stond het, het eigele bord van de ambtenaar van Openbare Werken dat alle joviale taal van de jongens van de Bahama’s had weten te negeren: In dit gebied kunnen stremmingen voorkomen. Ik was blij met dat bord. Het stond er zo hoffelijk, zo onschuldig. Het stamde uit een tijd dat men elkaar nog waarschuwde voor overstekende kinderen door middel van knipperbollen en klaar-overs, dat de kinderen van de lagere school nog met z'n allen op de fiets het examen Veilig Verkeer aflegden, waarvoor een diploma werd uitgereikt door de commissaris van de politie, dat je van een voorbijschietende auto op de snelweg zei: Jéémie, die rijdt wel honderd! Dat het bord slechts bij één van de twee toegangen van de straat was geplaatst, deerde mij niet. Ik had de stremming ook wel zonder waarschuwing opgemerkt, zij was onmiskenbaar aanwezig. Ik zag daarentegen plotseling voor me hoe die laatste der Mohikanen op Openbare Werken naar het depot afdaalde, behoedzaam het eigele bord achter de werkelijk bruikbare borden tevoorschijn haalde, er een natte lap overheen haalde en de tekst met welgevallen bekeek: dit was een mooi, voorzichtig bord; dit bord beloofde noch verbood, gebood noch gedoogde. Er werd slechts behoedzaam op een mogelijkheid geduid: In dit gebied kunnen stremmingen optreden. Wat waar was.