Van de straat

Toen ik mijn fiets op slot zette stond ik oog in oog met een draconische maatregel die eerst in het geheel niet tot mij door wilde dringen. De omvang en de gevolgen van het meegedeelde kon ik op het eerste gezicht niet zo gauw vatten, maar dat het hier om niet minder dan een aardverschuiving ging, was duidelijk.

De Mammies zijn verhuisd naar De lange adem, stond er. Nadat de zin eerst een tijdje onheilspellend door mijn hoofd had gedrensd, terwijl ik me in dat deel van de stad met andere zaken bezighield, begreep ik plotseling dat het hier om een peuter- en/of kleuterverblijf moest gaan. De Mammies, het was geen onaardige naam. In veel omstandigheden is het zo dat een klein mens niet vroeg genoeg kan leren dat het meer dan één ‘mammies’ heeft. De biologische moeder kan, als ze er ook nog bij werkt, niet altijd als enige 'mammie’ beschikbaar zijn; of het kindje wordt door twee vrouwen opgevoed die hebben besloten het werkelijk baren als het kleinste verschil te zien; of 'mammie’ heeft zo veel vriendinnen die zich met de opvoeding bemoeien dat het door de bomen het bos niet meer ziet. Ik stelde me de 'Mammies’ van het kinderverblijf voor: eens waren ze met een stel vrouwen de peuterplaats begonnen, vol goede moed, gesterkt in het socialistische besef dat alles door iedereen moet worden gedeeld, dat eenkennigheid uit den boze is. Maar de tijden draaien door, de utopie van het gemeenschappelijk moederschap werd verdreven door de harde werkelijkheid van de noodzaak. Ik besloot de achter het raam geplakte mededeling op te vatten als een metafoor van het leven van alle dag. Het ging nu niet meer om mooie idealen maar om uithoudingsvermogen, om de slag om het opvoeden te winnen, om wie er het langst 'mammie’ durfde blijven: de Mammies zijn verhuisd naar De lange adem. De mededeling getuigde van dapperheid. Dat konden ze ook wel gebruiken, al die moeders die op rijpere leeftijd een kind krijgen en voor wie de taal alweer woorden heeft gevonden om ze te benoemen: de uitstelmoeders, de valreepmoeders. Bijna alles is makkelijker als je ouder wordt, behalve het hebben van kinderen. Ik sta vaak versteld als ik zie hoe 'mammies’ op bezoek komen. Dat zijn geen uitstapjes meer, dat zijn complete verhuizingen. Er is een kinderzitje in de auto, er is een klein zit-wiegje, er is een lig-wiegje, er is een draagbare commode, er is een reusachtig pak Pampers, er zijn drie paar kleertjes - en dan nog wat klein goed als flesjes, speeltjes, slabbetjes en de babyfoon. Dat sjouwt zo'n 'mammie’ in één keer naar binnen en meteen is het huis vol. Als je jong bent kost je dat geen moeite, maar als ik een uitstelmoeder, of valreepmoeder zie sjouwen, dan wordt 'my ’t herte so swaer’. Wat een afzien. En straks moet ze weer naar haar werk. En zo, bedacht ik terwijl ik mijn fiets weer van het slot haalde, verzint de mensheid in ongelooflijke creativiteit altijd opnieuw woorden voor de heikelste situaties. Peuterverblijf De Mammies heet voortaan De lange adem.