Van de straat

Ik kan me er alles bij voorstellen. De oude fabriek met de oude meneer aan het hoofd. Hij heeft niet echt iets van een directeur, meneer. Hij lijkt meer op zijn vader die de fabriek is begonnen dan op meneer junior die de zaak naar een hoger plan wil tillen. International Quality Papers heeft meneer junior de zaak al gedoopt, maar voor de oude meneer is er niets internationaals onder de zon zolang de machines maar draaien en het goede gewicht afleveren.

Meneer is altijd te vinden op de werkvloer, of in het kantoortje dat uit matglas is opgetrokken op de tochtige halve etage aan de oostkant. Meneer junior is altijd onderweg. Jaar in jaar uit heeft meneer een bruine stofjas aan waarboven zijn altijd witte overhemd met donkerrode das. Eeuwig in de hoek van zijn mond een puntig gedraaid shagje. Dat shagje is waar het om draait in meneers leven. Tabak wil gerold worden, is zijn leuze, en het beste is als de rokers dat zelf doen. Zijn fabriek maakt vloeitjes voor shag, dunne vloeitjes, dikke, doorzichtige, knisperende, met of zonder kleefstof. Hij bekommert zich niet om de gezondheid van wie dan ook, hij is niet bang voor regeringen en verzekeringen die op het roken een steeds zwaardere straf leggen, hij heeft de zekerheid dat het roken een genotmiddel is voor de kleine man. Als meneer junior hem voorstelt dat ze reclame moeten maken voor hun product, zegt hij dat kwaliteit de beste reclame is en het enige dat hij toestaat is een afbeelding van het product, vele malen vergroot, zonder tekst of uitleg, gewoon een pakje vloeitjes. Desnoods met een lichtbak er achter. Maar de tijden draaien door en ook meneer heeft in de gaten dat je product dan wel niet hoeft te verníeuwen, maar dat je toch zo nu en dan iets extra’s moet doen om de aandacht vast te houden. Van plannen om ‘mega-pakketjes’ te maken om het zeven cent goedkoper te laten zijn wil hij niet weten. De charme van het product is de charme van het éne pakje. Ook koppelverkoop met teletubbies-aanstekers kan voor hem niet door de beugel. Dus ging hij er op een avond eens rustig voor onder het lamplicht zitten, nam een pakje vloeitjes tussen zijn vingers en draaide het om en om. Waar kon hij de kleine roker een plezier mee doen? Wat zou de kleine roker missen zonder dat hij het wist en altijd weten als hij het miste? De volgende avond ontdekt hij het, bij toeval. Zo gebeurde het dat meneer het laatste vloeitje uit een lichtblauw pakje trok en zich afvroeg of hij even naar kantoor moest lopen om een nieuw pakje te halen. En toen wist hij het! De kleine roker moest worden gewaarschuwd als zijn pakje vloeitjes opraakte! Gewoon, een oranje velletje tussen de andere velletjes, een honderdste grammetje zwaarder, dat meldde dat er nog maar tien vloeitjes te gaan waren: Time to visit the paper shop. Het ei van Columbus. Aldus had meneer de kleine roker opnieuw gelukkig gemaakt.