Van de straat

Ik dacht: voordat iedereen in de rij staat en ik op ieders zenuwen werk doordat ik de boel vertraag, ga ik maar eens even oefenen bij de automaten op het station waar we binnenkort allemaal ons kaartje moeten pingelen.

Het zal mij benieuwen. De Nederlandse Spoorwegen halen de loketten weg om een betere service aan de reizigers te kunnen geven. In mijn ervaring was ik altijd de enige in de lange rij voor het loket die eenvoudig vroeg: ‘Een retourtje Rotterdam met korting alstublieft.’ Alle anderen vroegen ook nog eens van welk perron de trein vertrok, hoe laat de trein vertrok, of de trein loodrecht naar Rotterdam reed, hoe laat de laatste trein uit Rotterdam vertrok en of ze hun abonnement ter plekke konden vernieuwen. Volgens de NS-directie kunnen al die vragen eenvoudig door een automaat worden beantwoord. Ik zie ze wel eens, de onhandigere mensen die op het perron aan de heen en weer lopende conducteur dezelfde soort vragen nóg eens stellen. Dat levert het volgende tafereel op: eerst maakt de conducteur de zin af die hij zojuist aan een conductrice aan het zeggen was. Vervolgens trekt hij uit zijn achterzak een dik boek waar hij zelf niet goed de weg in weet, maar ten slotte komt na lang zoeken het antwoord. Het lijkt me geen tijdswinst. Het is ook niet de bedoeling dat we die langzame conducteurs en conductrices lastigvallen. Er komen perronopzichters. Ik heb er een zien staan. Hij had zich geposteerd bij een leeglopende trein en hij zag er patent uit. Geel-rode pet op het hoofd. Vrolijke geel-rode das. Blauw jasje en gele broek, of andersom en een fel rood plaatje op de borst: perronopzichter. Het exemplaar dat ik zag, zag erop toe dat de mensen uitstapten. Het was niet echt zwaar werk, leek me. Maar ik was dus aan het oefenen bij de automaten. Het was niet moeilijk: een cijfer voor de bestemming, knop 'retour’, knop 'met korting’, knop 'vandaag’, vervolgens giro- of bankpas invoeren, pincode weten - en wachten. Een kind kon de was doen. Je hebt er je bril bij nodig, dat wel. Maar ik had een handicap ingebouwd. Ik wilde mijn hond mee. In de oude tijden zei ik tegen de man of vrouw achter het loket: 'En een kaartje voor hem’ en dan wees ik naar beneden. Dan verhieven ze zich van hun stoel, keken in de aangewezen richting onder het loket en zeiden: 'Dat is een kinderkaartje’, dan wel: 'Neemt u hem zo maar mee.’ Op zo'n moment was er even een lichte verstandhouding: het mag niet, het is tegen de regels, maar we doen vandaag waar we zin in hebben. Daar hoef je bij een automaat niet mee aan te komen. Het stond niet op alfabet, maar na lang zoeken ontdekte ik hem trots ergens bovenaan, eenzaam en dapper: Hond 3010. Gedegradeerd tot een bestemming en een nummer. Ik zei het hem, maar het kon hem niet schelen. 'Van de NS heb je niets meer te verwachten’, zei hij.