Van de straat

Er zijn een paar verschijnselen in deze wereld waarop ik reageer als een stier op een rode lap. Verschijnselen die er helemaal niet zo veel toe doen, maar die elke keer opnieuw mijn ergernis weten te wekken. Hoog in de top-tien daarvan staat Moederdag.

Vanaf het moment dat ik van school een van glas geblazen zwaantje mee naar huis bracht, waarvan ík wist dat zíj het niet mooi vond en zíj wist dat ik dat wist en we toch moesten doen alsof we van elkaar hielden, is die dag scheef bij mij gevallen. Wat een verplichtende dag, die Moederdag. Het meest ergerlijk is nog de gretigheid waarmee de middenstand erop aanvalt. De rotzooi die wordt aanbevolen, de nutteloosheid ervan. Onze minst geliefde instelling, de KPN (die de telefooncellen op de stations onklaar heeft gemaakt), kreeg dit jaar de hoofdprijs voor liederlijkheid. In een tv-spotje wordt een mobiel telefoontje voor moeder aangeprezen. Eerst hoor je een jongetje zeggen: Vet, hè? En dan komt daar een gezette volwassen stem overheen die zegt: Dat vinden moeders wel heel vet. Vet? Van alle woorden die de jongerencultuur heeft voortgebracht is dit het enige werkelijk stuitende. Woorden zijn er eerst voor ingewijden, dan gangbaar en dan verdwijnen ze weer. We zijn van mieters (nu alleen nog door de schrijver J.J. Voskuil gebruikt) en tof, via hip en cool en te gek naar gaaf of onwijs gaaf gegaan en cool heeft het tot nu toe als enige uitgehouden. Ik geloof dat het voor het eerst werd gebezigd in de film West Side Story: Keep cool, crazy boy. Mooi woord nog steeds: cool. En nu hebben we dus: vet. Op de een of andere manier hoort het woord een beetje bij patat en frikadellen. Op de een of andere manier lijkt het me een woord voor jongeren die van junkfood leven. Mijn eigen afwijking wordt vreselijk gevoed door dat woord. Die afwijking houdt in dat ik avonden achter de televisie kan zitten om zappend het non-aanbod aan me voorbij te laten trekken en bij iedere Ron Brandsteder, François Boulangé, Henny Huisman, Catherine Keyl, Viola Holt, Theo van Gogh, Paul de Leeuw te roepen: ‘Te dik!’ Het is echt waar. Kijk naar foto’s uit de jaren vijftig, zestig, zeventig en vergelijk ze met wat je nu overal om je heen ziet: bijna iedereen is nu dikker dan toen, globaal genomen is de hele Nederlandse samenleving, wat heet, de hele westerse samenleving dikker geworden, veelal: té dik. Het zal een uiting zijn van de ongekende welvaart waar we in leven, maar toch zal het mij altijd een raadsel blijven waarom je méér moet eten naarmate je welvarender bent. Het heeft iets zelfvernietigends, die steeds dikker wordende samenleving, alsof men met z'n allen naar een verzadigingspunt toeleeft waarop de hele bliksemse boel uit elkaar spat. Zo'n samenleving vindt ook vanzelfsprekend het taalgebruik dat bij haar past. Zeg mij uw modewoord en ik zal u zeggen wat u bent: vet.