Van de straat

De mensheid is raar. Ik kom soms met lijn zeven door de Kinkerstraat. Elke keer scheurt de tram langs een pui waarop wordt geprobeerd waterbedden aan de man te brengen, en evenzoveel keren stel ik me voor wat toch het voordeel van een waterbed is. Eeuwenlang had men zich tevreden gesteld met paardedeken of strozak. De springveren en het schuimrubber waren uitstekende equivalenten, maar een waterzak?

Vroeger had ik nog wel eens gedroomd van een bootje aan de Kaag of in een baaitje aan de Middellandse Zee, maar dat vroeger is het zeegat uit. Als je in een jachthaventje ligt, kijk je door de patrijspoort op elkanders billen. En is een bootje geen waterbed? Wat kunnen mij trouwens waterbedden schelen? Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd.
Totdat ik op een zorgeloze ochtend werd afgeleid door heel iets anders. Ik duizelde nog toen ik er al lang en breed voorbij was. Stond dat er echt? Nam men de aspirant-kopers in de maling? Voordat je het weet gaan die dingen een eigen leven leiden, dus de volgende keer dat ik daar ergens in de buurt was, maakte ik een klein omweggetje. Op de fiets, dan heb je de tijd voor jezelf.
Ik stapte af en keek. Het stond er, in loeiende letters: ‘De Waterbeddenspecialist.’ Dat was Kinkerstraat 1. En daarnaast, Kinkerstraat nummer 3: 'De Waterbeddenconcurrent.’ Het waren buren. Ze hadden beiden het besef dat de klanten moesten weten waar ze naar binnen moesten en tot aan de stoeprand lopers uitgelegd, De Waterbeddenconcurrent een rode loper en De waterbeddenconcurrent een zwarte. De strijd was bikkelhard, want boven de lopers hadden beiden voor de duidelijkheid nog eens 'Ingang’ staan, met pijlen op lichtbakken.
Ik ging nog bij De waterbeddenspecialist naar binnen om te informeren of de zaak misschien was doorgetrokken, maar het meisje verzekerde me dat het hier twee verschillende, onafhankelijke zaken betrof. Misschien giechelde ze alleen omdat ze mijn verbijsterde gezicht zag, misschien had ze zelf wel schik in het malle van de situatie.
Maar ik stapte weer op de fiets met een hoofd vol vraagtekens. Die mensen waren buren. Hadden ze zich op hetzelfde moment gevestigd en op de trap gestaan om hun winkelnamen op de pui te schroeven? Of was De Specialist er eerst en was De Concurrent gewoon brutaal geweest? En had toen De Specialist gnuivend de lichtbak met 'Ingang’ bedacht, zodat alle kopers gewoon door z¡jn deur naar binnen kwamen? En had toen De Concurrent ook 'Ingang’ bij zijn eigen deur gehangen, maar met al die pijlen als uitroeptekens? En was De Specialist toen euforisch geworden en had hij ook pijlen bevestigd, maar met een zwarte loper erbij? En had toen De Concurrent een rode loper uitgerold? Wie had het eerst het moede hoofd in de schoot gelegd? Wie was na veel hartkloppingen en slapeloze nachten gewoon opgehouden?
Het leek me dat De Concurrent de lolligste van de twee was, maar misschien had De Specialist wel de verstandigste vrouw. Waren de buren vrienden geworden? Of leefde er een haat tot over het graf?
De mensen leven wonderlijk met elkaar. Ik koop geen waterbed.