Van de straat

Eerst was alles prettig en gewoon. Toen begonnen geruchten de ronde te doen. Toen het eenmaal een feit was, begon de bal te rollen: Rodriquez had zijn zaak verkocht! Rodriquez, de slager met de kalfshersentjes, die zijn patÇ nog zelf maakte in de kelders onder zijn zaak. Rodriquez, die vieze, dikke broers met hun bebloede schorten, waar je ‘s(zaterdags uren in de rijmoest staan. Kort daarna verdween, men zei wegens speelschulden, Japie O., een goede nummer twee in het slagersvak.

‘Geen nood, vrienden!’ riep ik. 'We hebben altijd nog Lulmeijer!’ Lulmeijer (eigenlijke naam onbekend) was dÇ drogist onder de drogisten. Zijn zaakje zat ingeklemd tussen de antiquairs van Amsterdam, hij was de enige middenstander van de chique straat, maar hij was een koppig en hoogmoedig man. Zijn winkeltje was gericht op een nauw contact tussen de klant en hem. Wat je hem vroeg h†d hij. Zijn advies was, hoewel altijd een tikje duurder, bindend. Er was geen gemeenzame conversatie met hem mogelijk. Wat er te zeggen viel handelde over het begeerde product. In barre weersomstandigheden kon bij uitzondering een andere invalshoek ontstaan.
Hij droeg een smetteloze witte jas (herinner je de barokke bloedschorten van Rodriquez) en zijn kapsel vertoonde een kaarsrechte scheiding opzij. Ik ken niemand die als je om laurierdrop vroeg altijd opgewekt herhaalde: 'Een onsje onversneden laurier!’ en uit een groot blik een ons in een puntzakje schudde, het blik terugzette - en altijd op de milligram af honderd gram uit de losse pols had geworpen. Discussie daarover was onmogelijk, evenals over het geheimzinnige woord 'onversneden’. Hij hield zijn vak hoog. Nog niet zo lang geleden heeft ook hij het opgegeven.
Wat maakt het uit? denk ik dapper. Ietsje verder lopen is een zaak waar je ook nagelschaartjes of laurierdrop kunt kopen. Jawel, het maakt wel uit! zeg ik koppig. Dit is een parfumerie! Hier worden de modernste geuren verkocht en andere ijdelheden, maar als je om 'onversneden’ laurierdrop vraagt, antwoorden ze: 'U bedoelt gewoon laurierdrop?’ Ik laat het zitten, Lulmeijers geheim ga ik niet verklappen.
Maar de moed zakt me in de schoenen als ik op de mat een reclame van ’(’t Kruidvat’ vind, een drogisterijketen. Leuke naam. Woordspelinkje natuurlijk.
Niks woordspelinkje! Dwars over de pagina wordt ons toegebruld: 'De beuk erin!!!’ De beuk erin? In de spullen die Lulmeijer aan de man bracht? In een nagelschaartje of in paracetamol? In een tandenborstel, 'regular of tandsteen’? Jawel, de directeur vindt dat het moet, de man van het woordspelinkje, de man die denkt hoe meer agressie, hoe meer centen: Kruitvatdrogist.
Ik wil geen tandenborstel met tandsteen. Ik wil de beuk er niet in, nergens in. Ik denk aan een liedje van Robert Long uit l974: 'Toe maar jongens, de beuk erin, nou vooruit maar lui, sla erop’. In mijn ene angstoog zie ik op het jaarlijkse feestje van ’t Kruidvat directeur, aandeelhouders en het voltallige personeel enthousiast het refrein meezingen: 'Falderal, met je kauwgumbal in het dal, falderalillal, lalderalallal’.