Van de straat

De brug gaat open! Hoi!

Dat was nu echt iets waar je niets aan kon doen, vroeger, als je te laat op school kwam. Vanaf het moment van het opstaan was het hollen geblazen en als je dan de rood-witte bomen langzaam naar beneden zag komen, was het overmacht. Brug open — een moment voor jezelf. Hoe je over je stuur hangend in de kille ochtendnevel de boiten langzaam door de brug zag varen, de man op het dek, de vrouw aan het roer. Op de voorplecht deed een circushondje het geld voor de sluiswachter in het mandje. O, dacht ik, o, dat daar… Ik moest daaraan denken toen ik over de Magere Brug over de Amstel liep en op het hout van het mechaniek het woord haast in graffiti-letter zag gespoten. Wat een geheel verkeerde opvatting over wat belangrijk was sprak daaruit. De spuiter wilde de brug over, en wel zo gauw mogelijk alsjeblieft! Hij had geen oog voor het tot immense tevredenheid stemmende ritueel van de brugwachter, die per fiets was komen aanrijden vanaf de Hoge Sluis, die hij zojuist achter het trage schip had gesloten, die het geheime kastje opende en de eeuwenoude brug zich liet samenvouwen, langzaam maar moeiteloos, om de schepen toe te laten in het binnenste van Amsterdam. Haast. Het was nog een wonder dat het ongepaste woord daar stond. Ik kon toch moeilijk aannemen dat de spuitbus onder het toeziend oog van de brugwachter zijn werk had kunnen doen. Ik moest er toch niet aan denken dat de graffiti-boy of —girl had kunnen toeslaan terwijl de rest van de wachtende fietsers moedeloos toekeek. Dat niemand gezegd zou hebben: ‘Joh, blijf met je tengels van de brug af.’ Voor mijn eigen gemoedsrust nam ik maar aan dat het in het holst van de nacht was gebeurd. De spuiter had zich jarenlang geërgerd dat de brug openging op het moment dat hij aan kwam fietsen en in plaats van iets eerder van huis te gaan, vond hij het makkelijker om in het geniep toe te slaan. ’s Nachts, als er geen fietser, geen boot en geen brugwachter te bekennen waren, had hij zijn handtekening gezet. Het is een wonder hoe op alle lege plekken in Amsterdam die niet van glanzend marmer of glas zijn, die graffiti terechtkomt. De ene dag is het nog een lege muur, de volgende dag is het een zwijnestal. De ene dag is het huis met de grote deuren glanzend nieuw geverfd, de volgende ochtend staan er uitroepen in het koeterwaals. Het horror vacuï is de ernstigste ziekte waaraan de jongeren lijden. Nee, niets is mooier dan wanneer de brug opengaat en er zeven minuten een gat in de tijd valt. Men is overgeleverd, men kan even niets doen dan staren naar het water, naar de verte, dan dromen van wat er aan het eind van de rivier ligt, vóórdat de schel rinkelende bel van de brug je wakker schrikt. Vooruit maar weer, op de pedalen, rechtdoor naar school en kantoor. We hebben haast!