Van de straat

Ik dacht dat ik gÇk werd toen ik in het gratis huis-aan-huis verspreide Amsterdams stadsblad op de openingspagina een stuk over Koninginnedag las: ‘Nieuw aan de spelregels die het gemeentebestuur heeft opgesteld is dat bakkerijen, slagerijen en groentewinkels bederfelijke waar mogen verkopen.’ Zie je, daar heb je het, dacht ik. Jarenlang roep ik al dat men beter thuis kan blijven op die dag, ramen en deuren dicht tegen lawaai en rondzwaaiende bacillen. Of bij vallende duisternis de stad uit sluipen natuurlijk, naar elders, naar de woestijn desnoods.

Particulieren mogen geen alcohol of bederfelijke waar verkopen. Ik herinner mij dat in mijn stamcafÇ een paar jongens eens een dinosauruspot vol chili con carne hadden gemaakt. Er werd verlies op geleden. Maanden nadien sloeg de geur van de chili je tegemoet als je de deur opendeed. Snel wegspoelen met bier of wijn was geboden.
Bederfelijke waar. Het is ongetwijfeld de enige juiste term voor voedsel.
Maar mijn eerste reactie was jakkie! Daarom schrok ik in eerste instantie ook zo van het bericht. Ik dacht dat nota bene het gemeentebestuur een ‘aanmoedigingsbeleid’ voerde om al die broodjes shoarma, zelfgekookte chili’s, stokjes satÇ, kerrie-kipsalades, eiersalades, gehaktballen, kroketten en frikadellen in alle gaten en straten van de stad te laten walmen en geuren. Dat mag nog steeds, maar alleen door in de branche zelve neringdoende kooplui. Weg met de moeders, de jongens van het cafÇ, de jaarclubs van studentenverenigingen, de al vroeg door handelsgeest gedreven jongeren, het kleine meisje met haar soeppannetje. Weg handelslust en eigen initiatief, weg jaarmarkten en braderie‰n.
En nog blijft er iets onsmakelijks hangen aan bederfelijke waar. Je zult toch als bakker of slager een groot bord op je nering hebben staan: 'Hier bederfelijke waar’. Nee, wat het gemeentebestuur bederfelijk noemt, heet bij de mensen thuis vers. 'Hier jongens, eerst een beker bederfelijke melk voordat jullie naar school gaan.’ Kokhalzend rennen de kinderen de deur uit.
'Bederfelijk’ en 'vers’ zijn geen synoniemen. Je mag van het gemeentebestuur best melk verkopen met een houdbaarheid tot 30 april. Je kunt best uit een fles met houdbaarheidsdatum 29 april rondschenken wat je wilt. Je kunt het vlees dat het laatst is overgebleven in de winkel v¢¢r de sluitingsdag verkopen. Het restant aan spruitjes, worteltjes en selderie dat je anders als verliespost afschrijft is op Koninginnedag goed uit te serveren in slaatjes. Het publiek reageert op instanttrek, verschillende keren per dag, neemt dat wat men biedt en drentelt al etend d¢¢r in de menigte, opgeslokt door de menigte - voor eeuwig uit het zicht verdwenen.
Bij de Pavlov-reactie op de gemeenteterm merk je pas hoe ontwend je bent geraakt aan niet-wervende teksten. Ons taalgevoel wordt gevuld met reclame, onze stemming verbeterd door reclame.
Zie dan het goede nieuws voor Koninginnedag: voor de somma van Ÿ 27,35 heeft u vlag, vlaggestok, vlaggestokhouder en wimpel. Plus gratis: Het vlaggenprotocol!
PS. Tot troost van de plezierbedervende gemeenteambtenaar: bij de rits van bouwaanvragen voor woonboten, verandering aan puien en panden etcetera staat correct vermeld: 'Aanvraag voor het plaatsen van een meerpaal t/o Entrepodok nr. 35’. Zo.