Van de straat

Ik heb de kerken niet nodig om mij te wijzen op het grote Goed van een ogenblikje stilstand. Dan nog eerder Moccona met ‘een moment voor jezelf’. En zeker niet de stadhouder van God in Nederland, die zich het liefst in het kraaienest bevindt, waar hij met welbehagen neerziet op de verre tentenkampen van de kerk voor de asielzoekers, maar gevraagd naar de Koppelingswet ‘van die wet weinig weet’ (kardinaal Simonis in De Groene, 25 maart l998).

Mijn favoriete ogenblik is het solitaire ontbijt, zonder krant, zonder muziek.
Kijk, de narcissen staan op stelen. Ze zijn de populieren aan het snoeien. Het wolkendek is dun: regen of lichte zon? Waarom is de liefde altijd verloren in Venetië?
Of ik lees zonder te lezen teksten op de verpakkingen en potjes die bij een lekker ontbijt horen. Mijn lievelingsmoment.
Al maanden las ik op een pak cornflakes tekst zonder de inhoud tot me door te laten dringen. De smaak van cornflakes met melk had me élke keer teruggevoerd naar de gelukkige ontbijten van mijn jeugd. In de vakanties. In eigen land heb ik vijftien jaar met alle middelen maar zonder resultaat gevochten tegen de verplichte havermout. Ik kon weigeren, dan kwam ik te laat op school. Ik kon blijven weigeren, dan kreeg ik het bord pap op mijn hoofd en kwam nóg later op school. Ik kon het uitkotsen, dan maar met een lege maag naar school. Ik kon aantonen dat haver op rogge na de minst geproduceerde graansoort op de wereld was en meestal slechts als veevoer diende - het baatte niet.
Alleen op de vakanties. Daar was geen havermout, daar kregen we cornflakes. O, lief, lief pak cornflakes, met de goddelijke Italiaanse tekst erop! O, woorden van de cornflakes, jullie zijn de zang van mooie dingen!
Om de een of andere reden zijn de fabrikanten van cornflakes mannen van de taal, of ze nu Kellogg heten of Albert Heijn. Lappen tekst staan op die pakken. Het is wat je noemt een opvoedend product.
Wat ik al maanden las was: ‘Even zemelen met volkoren’. Een ander blokje tekst deed me minder: 'Morgenstond… volkoren in de mond’. Nee, dat 'zemelen’ begon me te intrigeren. Wat zemelen waren, was me met de paplepel ingegoten. Witbrood witter dan wit kwam uit de Zweedse hemel, maar goed voor de darmen was nu juist als de zemelen in het brood bleven: bruin brood of volkoren, vroeger vies maar tegenwoordig in de aandacht.
Maar ik begon nu te twijfelen over 'zemelen’ in combinatie met 'volkoren’. Gelijktijdig schoot door me heen dat 'zemelen’ ook 'zeuren’ kan betekenen. Wat heet! Het betekende ook: zaniken, wauwelen, jeuzelen, liflaffen, drenzen, dreinen, emmelen, femelen, leuteren, prengelen, zeveren en nog veel meer (Het juiste woord, dr. L. Brouwers). Bijvoorbeeld 'zemelknopen’, zie de woorden van de goede oude C.J. Kelk in een literaire kritiek: 'Ook onder de jongere schrijfsters komen dergelijke zemelknopen voor.’
Moet je daar een werknemer om half zeven mee lastigvallen? Die luistert liever naar het kortste, filosofische antwoord op het pak: 'Wat is het wezen van de zemel?’: 'Het is goed voor u.’ Wat een zemelknoper, denkt hij over de man vóór hem in de file.