Van de straat

Op een muur in de Sarphatistraat stond geschreven Birthday Boy en de dag kreeg meteen iets zonnigs. Een birthday boy is wel het allermooiste wat je kunt krijgen op je verjaardag. ‘t Is voor alle leeftijden.

Natuurlijk moest ik meteen denken aan de grappenmaker die mij een verjaardagsjongen cadeau deed toen ik 39 werd. Althans, een mij vreemde man belde op en vroeg hoe laat ik hem wilde hebben, de verjaardagsjongen. Ik had geen verjaardagsjongen besteld. Maar ik was toch die-en-die? Geboren dan-en-dan? Zeker, dat was ik. Nou, voor mij was een verjaardagsjongen besteld, om me eens lekker te ‘verwennen’. Ik vroeg naar de prijs van zo'n cadeau en de man aan de andere kant van de lijn kwam op dreef. Zijn verjaardagsjongens waren er in elke prijsklasse, afhankelijk van mijn wensen. Of hij dat bedrag ook op mijn giro kon overmaken? Op die vraag werd hij wat vaag en het gesprek eindigde onbevredigd. Maar wat zou het fantastisch zijn geweest als ze eens op dat idee waren gekomen toen ik tien jaar werd. Ik moest daaraan denken toen ik afgelopen zaterdag de film Dennis the Menace zag. Alles aan die film was in orde: de zonnige speelgoedbuurt waar Dennis woonde, de speelgoedvader en -moeder, het speelgoedvriendje en -vriendinnetje. Het was elke dag zomer en nergens op de wereld was oorlog. De knorrige buurman werd gespeeld door een magistrale Walther Mattheau en hij was de enige in de film die gelijk had: Dennis, het buurjongetje wás een ettertje dat je het leven zuur maakte. Wat een vervelend, verwend kereltje, die Dennis uit de film. Zo'n verjaardagsjongen kunnen ze van mij cadeau krijgen. Maar waar het om gaat is dat die Dennis iets had waarover elke verjaardagsjongen die je ten geschenke wordt aangeboden, dient te beschikken: een fietsje met een karretje daarachter, waarin van alles kan worden geladen: de beer, de indianentooi, oude landkaarten, lege flessen, luciferdoosjes, een brandglas en een katapult. That’s the spirit! Er zijn maar weinig filmers die hebben begrepen wat een echte verjaardagsjongen is. Meestal kiezen ze jongens die iets hebben waardoor de volwassenen worden vertederd. Maar een echte verjaardagsjongen is juist heel erg afgesloten van de volwassenen. De twee beste voorbeelden van zulke jongens zijn Eliot ('Me, human. Me, boy. Me, Eliot.’) uit Spielbergs E.T. en Alexander uit Bergmans Fanny en Alexander. Let maar eens op wat die jongens voor een speelgoed hebben. Bij Alexander thuis is het juist Kerstmis geweest en de prachtigste cadeaus staan op zijn kamer: volwaardige treinstellen, encyclopedieën, stoommachines, een wereldbol. En: de toverlantaarn. Eliot heeft op zijn kamer alle natuurkundige en scheikundige apparatuur die een jongen maar nodig heeft. Een hoop rotzooi, maar alles even bruikbaar. Als het zo eenvoudig was, als er gewoon een man opbelde die me vroeg: welke wilt u? Die van die scheikundige apparaten of die van de toverlantaarn? Als het nu eens zo eenvoudig was met een birthday boy?