Van de straat

Heb ik het mis of is de sigarettenbranche in verwarring? Eerst dacht ik nog dat ze hun Bahama-jongens goed in de hand hadden en dat ze mét elkaar door roeien en ruiten gingen. Dwars tegen de anti-rooklobby in. In kleine lettertjes vermelden ze al jaren dat roken slecht voor de gezondheid is en dat vond ik altijd behoorlijk genereus jegens de tegenstanders van roken en zorgvuldig tegenover de rokers. Welke wijnboer zet op zijn etiket dat wijn tot dronkenschap kan leiden, welke banketbakker dat bonbons het cholesterolgehalte kunnen verhogen? Als in Amerika gekte toeslaat is ze massaal, irrationeel én slaat ze over naar Europa.

Ik geef toe dat ik op m'n achttiende ben gaan roken omdat de voorbeelden me zo aanspraken: de woestijn, de zwijgzame held, de fatale vrouw, de cowboys, de eenzame filosoof, het regenwoud, de jazzpianist, de filmster en Anna Blaman.
Rokers behoorden toe aan de wereld.
Het viel waarachtig niet mee om te leren roken. Het inhaleren was onaangenaam en pijnlijk, je begreep niet waartoe een normaal mens zichzelf zo'n straf zou opleggen met iets dat er aan de buitenkant zo ontspannen en prettig uitzag, maar ik zette door. Sindsdien ga ik als roker door het leven, geruggesteund door een decor van genietende medestanders in kano’s, op paarden, in jeeps, aan tafel, bij het zwembad, in de disco, in de werkgroep of bij de open haard.
Totdat de bijl viel en er een knus getekend spotje 51 op de buis kwam: ‘Roken? Dat lossen we samen wel op.’ De anti-rooklobby had voet aan wal gezet. Wát lossen we samen wel op? Wát knus? Wát oplossing? De werkelijkheid is dat rokers in de kleinste hokjes worden samengeperst bij de spoorwegen; in de openbare gebouwen (ziekenhuizen, kantoren, verpleegtehuizen, leesbibliotheken) worden de 'rookkamertjes’ met opzet niet schoongehouden; in restaurants of restauraties zijn de rookplaatsen naast de wc en boven het heteluchtrooster. Je wordt bij een bushalte waar de bus lang op zich laat wachten, op een open terras aan zee, op de hoek van de straat waar je op je geliefde wacht, driftig weggewuifd. Want de lucht is van de niet-roker, de ruimte is van de niet-roker, de moraal is van de niet-roker. Veel mensen hebben eindelijk hun bestemming gevonden.
Gelukkig waren daar altijd nog de jongens van de Bahama’s, die namens hun opdrachtgevers, de sigarettenfabrikanten, mij het ware leven toonden: 'Liberté, toujours.’
Maar nu heeft de anti-rooklobby ook de jongens van de Bahama’s aangegrepen. Ze doen het nog in het Engels, maar dat is dan ook alles. Ik zag de aloude Chesterfield-sigaret aangeprezen door een mannetje met een Poirot-snorretje en een omgekeerde bloempot op het hoofd, waaruit een bloemetje stak: 'Dare to be different. Be independent.’ Ik zag de 'survivors’ van Camel vervangen door een kameel met een lege bruine boodschappenzak over zijn kop: 'Funny how you always recognise a Camel.’
Help, mijn wereld verdwijnt!