Van de straat

Ik zou wel weer eens naar een lezing willen gaan, zo een in een zaaltje met klapstoeltjes waar eerst iemand in de microfoon brult: ‘Doettie het?’ zodat de zaal meteen op zijn gemak is.

Mijn gedroomde lezing zou door een kommies van politie worden gegeven, in uniform. Zo'n man die één keer in het openbaar heeft gesproken, bij het huwelijk van zijn dochter. Dus níet Wilting. Nee, een man die in zijn vrije tijd uit vissen gaat en ’s zomers met de caravan naar het Zwarte Woud.
Die man zou beginnen met de woorden: ‘Hier volgt een korte geschiedenis van de politie…’ en dan mocht ik op mijn klapstoeltje wegdromen tot aan de pauze waar ik enkele bekenden zou ontmoeten.
Ach, de politie. Vroeger reden ze te paard voor Sinterklaas uit en later ranselden ze je te paard van de Dam af. Ergens daar tussenin riep je in doodsnood je belagers uit de andere straat toe: 'Mijn broer is bij de politie.’ En verder was het gewoon uitkijken als je op straat voetbalde. De enige auto’s die door de straat reden, waren de Renault Fregat van meneer Paagman en de Ford Zephyr van meneer Peschar, maar de politie stond op de hoek op de loer om kinderen de bal af te pakken: 'Kijk uit, een juut!’
Daarna waren ze lange tijd uit het zicht. Althans als individuele politie. Ze waren ME'ers geworden of verschenen als folklore-band bij optredens van de koningin. Ze zaten, geloof ik, achter de georganiseerde misdaad aan en raakten besmet of zoiets. De over schoonmoeders babbelende blauw-roze stadswacht wás geen politie.
Ze hadden in de loop der jaren iets verloren en dat verlorene waren de burgers. Dat lot deelden ze met conducteurs van tram en trein.
Er werd op de afdeling 'brainstorming’ van het hoofdbureau nog wel wat geprobeerd in de trant van 'De politie is je beste vriend’, maar geen hond die daar niet om grinnikte. De jongens van de Bahama’s hebben dat goed in de smiezen. De politie? Die steek je in je zak. Daarom bedachten ze de tekst voor een gratis radio en cd-speler (zes, 6, speakers!) bij aankoop van een Opel Corsa: 'Ja zeker agent, het kan nog harder.’
Je ziet de situatie al voor je: die paarse Corsa waar de bassen van de housemuziek uit zes (6!) speakers dreunen, die met zestig door de Vijzelstraat scheurt. Of het nog harder kan? Ja zeker agent. En die agent bête lachen, want hij is hun beste vriend.
Dan Sjef van Oekel in de trein, getekend door Theo van den Boogaard, die op het commentaar van de conducteur over zijn voeten op de bank de wedervraag stelt: 'Knipt u thuis ook kaartjes?’
Nee, het gezag is geen gezicht meer en probeerde afgelopen week elk homopaar dat in het vizier kwam de weg te wijzen of een sigaar te offreren.
Beide partijen juichten over elkaar. 'And those cops’, hoor je deze week in L.A. zingen, 'these boys are cute, they were thrilling!’
De kommies raapt zijn papieren bij elkaar.